Instellingen

'Wees niet bang voor de armoedeval, die is er meestal niet'

Monica Helbig
Monica Helbig © RTV Noord
Werken loont niet. Sommigen die leven van een uitkering denken het oprecht, constateert financieel coach Monica Helbig. Ze wil een eind maken aan het misverstand.
In Nederland geldt het principe van de verzorgingsstaat waarin er voor iedereen inkomen op minimumniveau is. Daarnaast is er nog een stelsel met allerlei toeslagen, dat de ontvanger een bedrag oplevert dat behoorlijk kan oplopen.
Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat het aantal mensen dat werkt en desondanks in armoede leeft toeneemt. Bij sommigen is daardoor het beeld ontstaan dat werken niet loont.

Stigma

Je kunt er op verschillende manieren naar kijken. Er is een financiële kant natuurlijk, maar er is ook een niet-financiële kant. Want het is goed voor je eigenwaarde wanneer je je eigen geld verdient in plaats van te moeten leven van een uitkering, met het stigma en de regels die daarbij horen.
Daarbij biedt een baan je gelegenheid jezelf te ontwikkelen en werken levert sociale contacten op. Het heeft dus meer voordelen dan alleen financiële.
In dit stuk wil ik het hebben over de financiële kant.
Bij menigeen met een uitkering leeft de angst voor wat we de armoedeval noemen. Maar die vrees is meestal niet op feiten gebaseerd. Vaak is het iets wat mensen horen van anderen, soms zelfs van een professional.
Wat is de armoedeval?
Armoedeval - Verschijnsel dat mensen met een minimumuitkering (= armoede) erbij het aanvaarden van werk financieel niet op vooruitgaan (= in de val zitten) doordat van een bruto inkomensverhoging netto weinig overblijft door hogere belastingen, het wegvallen van toeslagen en subsidies en hogere eigen bijdragen.
Meestal is de situatie van de persoon zelf niet goed onderzocht. Of er sprake is van een armoedeval is per situatie verschillend. Hoeveel je gaat verdienen is daarbij natuurlijk één van de belangrijkste onderdelen.
Ik heb tot op heden nog geen mensen geholpen waarbij het inkomen minder werd nadat ze gingen werken. Wel was er soms geen financieel voordeel van werken. De mensen waar dat voor gold kozen dan meestal toch voor werken. Veelal vanwege het toekomstperspectief dat een baan biedt. Meer werken of een loonsverhoging op termijn kan ervoor zorgen dat het financieel voordeel wél ontstaat.

Toeslagen

Vaak hoor ik: 'Wanneer ik ga werken vervallen mijn toeslagen.' Gelukkig valt dat mee. Wanneer je het brutominimumloon (momenteel € 1.701,- per maand) verdient, behoud je alle toeslagen die je ook had toen je een bijstandsuitkering kreeg. Daarna neemt het inderdaad af, maar wel geleidelijk.

Korting

Wanneer je gaat werken heb je in veel gevallen recht op een inkomensafhankelijke combinatiekorting. Die wordt hoger naarmate je meer verdient, anders dan bij de toeslagen dus. Je moet hiervoor wel belastingaangifte doen. Je kunt dan de combinatiekorting één keer per jaar krijgen, maar ook maandelijks via de voorlopige aanslag.

Regelingen

Gemeenten hebben ook nog hun eigen regelingen voor mensen met een laag inkomen. Ze vervallen vaak niet in één keer wanneer je vanuit een uitkeringssituatie aan het werk gaat. Meestal heb je er geen recht meer op wanneer je ergens tussen de 110 en 130 procent van het minimuminkomen verdient.
Onder regelingen vallen tegemoetkomingen voor het sporten of de zwemles van de kinderen of de kosten van bewindvoering als die van toepassing is.

Kinderopvang

Ook de kosten van de kinderopvang worden vaak genoemd als argument om niet aan het werk te gaan. Dat is ten onrechte. De kinderopvang wordt in Nederland zwaar gesubsidieerd door de kinderopvangtoeslag.
Het is afhankelijk van je situatie, maar je krijgt tussen de 85 procent en 95 procent van wat je moet betalen aan kinderopvang terug via de kinderopvangtoeslag. Dit moet je wel zelf aanvragen binnen drie maanden. Laten we ervan uitgaan dat de instanties de uitvoering van de regelingen nu zo langzamerhand op orde hebben.
Al met al is het wel een complexe rekensom om te bepalen of en hoeveel financieel voordeel je hebt bij werken.
Bij deze een beknopt stappenplan.

- Bepaal hoeveel je bruto en netto inkomen wordt wanneer je aan het werk gaat
- Maak een proefberekening voor de toeslagen op basis van je nieuwe inkomen
- Bekijk welke regelingen je nu hebt en of je daar nog recht op hebt met je nieuwe inkomen
- Bepaal of je recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting en hoeveel
- Bepaal hoeveel kinderopvang je nodig hebt, hoeveel dit kost en hoeveel kinderopvangtoeslag je ontvangt.