Instellingen

Door de mand: Kees Vlietstra gooit alle hoop op een hoop

Kees Vlietstra
Kees Vlietstra © RTV Noord
In de voorbeschouwing op de wedstrijd tegen Sparta vertelde coach Danny Buijs dat om een resultaat te halen het belangrijk is dat zijn team aan het voetballen komt.
Buijs staat met die uitspraak niet alleen. Collega-coaches van Buijs roepen ook allemaal voor, tijdens en na de wedstrijd dat ze gewoon moeten gaan voetballen. Krijgen ze waarschijnlijk les in op de cursus Coach Betaald Voetbal. Module Gewoon Voetballen.
Met gewoon voetballen bedoelde Buijs waarschijnlijk dat zijn spelers de bal naar elkaar moeten passen om de spitsen in stelling te brengen die dan diezelfde bal in het vijandelijke doel moeten schieten. Gewoon voetballen betekent volgens de module Gewoon Voetballen niet continu duels uitvechten. Of de bal lukraak naar voren rossen en maar hopen dat voorin diezelfde bal een keer goed valt. Hopen is sowieso geen handige tactiek in topsport.
Net als voor de FC Groningen van coach Buijs stond er dit weekend voor mijn geliefde korfbalclub Nic. ook een wedstrijd tegen Sparta op het programma. De FC moest naar het Kasteel in Rotterdam. Sparta Zwolle kwam naar Sportpark de Wijert in Groningen. Op de fiets van Meerstad naar stad nam ik mijn voorbespreking door. Niet hopen maar doen. Gewoon korfballen.
Het blijft een heerlijk ritje van Meerstad naar De Wijert. Over de Olgerweg Engelbert uit, de stad in. Bij het tunneltje onder de N7 staan twee jonge mannen aan de kant van de weg. Gele bedrijfskleding, beteuterde gezichten. Bezorgers van de Jumbo. Ze kijken naar hun bestelbus. Die staat klem onder het viaduct. Busje te hoog, tunnel te laag. Bij het voorbij rijden hoor ik ze praten. Ik hoopte dat het wel zou passen.
Mijn gedachten dwalen af. Tunnel, camper, hopen. Eind jaren 80. Op vakantie met het gezin Vlietstra. In een camper. Zo'n grote, een Midas.
Mijn vader huurde dat monster ergens in Friesland. Met zijn vijven op reis. Spanje was de eindbestemming. Tenminste, dat was het streven. De camper was 2 meter 80 hoog. In Vianen gingen we even op de koffie bij mijn oom en tante. Tenminste, dat was het streven. In de tijd bestond de routenavigatie uit een opengevouwen wegenkaart op schoot van de bijrijder. Tot aan afslag Vianen werkte de routenavigatie opperbest. Aan het eind van de afslag ging het mis. Links of rechtsaf? Het volume van de conversatie tussen rijder en bijrijder ging omhoog. Links of rechtsaf wilde de rijder weten. De bijrijder draaide de kaart nog maar eens woest om. Achter de camper ontstond een file op de afslag. Knooppunt Vianen was geboren.
Mijn vader ging uiteindelijk na lichtelijke dwang van een motoragent linksaf waar rechtsaf had gemoeten. Draaien op een parkeerplaats van een bejaardenflat leek de oplossing om in de straat van oom en tante te geraken. Tenminste, dat was het streven. De luifel boven de ingang van de flat was 2 meter 50 hoog. Dat scheelde 30 centimeter. In het nadeel van de luifel. Het geluidsniveau van de conversatie tussen vader en moeder bereikte een nieuw hoogtepunt.
Enfin, na de koffie, en ranja, kropen wij weer in ons stapelbed, moeder vouwde de wegenkaart open en vader hees zich achter het stuur in de camper. Vamos a la playa.
Tenminste, dat was het streven. Eerst nog even tanken. Even ja. Na twintig minuten met de benzineslang in zijn hand te hebben gestaan kroop mijn vader onder de camper. Hij dacht dat er een lek in de benzinetank zat. Was niet het geval. Ging gewoon heel veel benzine in.
De kust van Spanje hebben we niet gehaald. Door de vele lage viaducten hebben we zeker 1578 kilometer moeten omrijden om uiteindelijk te stranden in Normandië. Ook mooi.
De camper was van alle gemakken voorzien. Er was zelfs een douche aan boord. En een wc. Een kleintje weliswaar maar toch, een wc. Voor ons geen gênante gang over de camping naar de toiletgebouwen met een wc rol onder je oksel. Nee, dat schijten kon gewoon lekker ongegeneerd in ons eigen campertje, deurtje moest wel een klein beetje open. Onze uitwerpselen van drie week Normandië werden opgevangen in een septictank die onder de camper hing.
'Merde', riep vader toen we op de terugweg ter hoogte van Assen reden. 'Ik moet de camper schoon inleveren. En die tank zit nog helemaal vol.' Hij bedoelde de septictank. De benzinetank was bijna leeg. In die tijd stond de ontwikkeling van het rijden op biogassen nog in de kinderschoenen, anders was één en één twee geweest natuurlijk. Maar ja, nu moest die stronttank nog even leeg. En daar had mijn vader geen routenavigatie voor nodig. Voor afslag Haren kwam de afslag Glimmermade. Een parkeerplaats aan de A28 die in die tijd ook dienst deed als homo ontmoetingsplaats.
'Je flikt het niet', siste mijn moeder toen ze doorkreeg wat zijn bedoeling was. Kansloos natuurlijk. Als vader wat in de kop had dan ging dat door. Hij parkeerde de Midas camper aan het begin van de parkeerplaats. Elegant sprong hij uit zijn cabine. Er stonden wat mannen met elkaar te kletsen bij hun auto's. Ze keken even naar mijn vader om daarna snel door te beppen. Mijn vader liep naar de achterkant van de camper. Met een ferme ruk aan een hendel liet hij de septictank leeglopen. Na twintig minuten lullig met die hendel in zijn handen te hebben gestaan kroop hij onder de camper. Hij dacht dat er iets mis was met de ontsluiting. Was niet het geval. Zat gewoon heel veel merde in.
De mannen kwamen verontwaardigd een kijkje nemen. Mijn vader sprong snel in de camper, sprong achter het stuur, gaf een dot gas en schreeuwde door het open raampje terwijl hij naar de afvalberg wees:
Alle hoop op een hoop.