Instellingen

Waarom zijn er 'opeens' zoveel asielzoekers in Ter Apel?

Het aanmeldcentrum in Ter Apel kampt al weken met een toestroom van asielzoekers. Het is er zo vol dat mensen de nacht moeten doorbrengen op een stoel of op de grond. Autoriteiten spreken inmiddels van 'inhumane' omstandigheden. Hoe heeft het zover kunnen komen? Vijf vragen plus uitleg.

1. Waarom komen er 'opeens' zoveel asielzoekers naar Ter Apel?

Iedereen die in ons land voor het eerst asiel wil aanvragen, moet dat normaal gesproken doen bij het aanmeldcentrum van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in Ter Apel. Het aantal verschilt van dag tot dag. Momenteel is er sprake van een piek, net als in 2016. Toen kreeg Europa te maken met een grote stroom Syriërs, op de vlucht voor de burgeroorlog in hun vaderland. Ook Ter Apel kreeg te maken met de gevolgen. Het aanmeldcentrum was er zo vol dat de asielzoekers buiten in de berm moesten wachten tot dat ze aan de beurt waren.
Ook nu gaat het om mensen uit - onder meer - het Midden-Oosten. Maar vergeleken met toen is de situatie anders. Er lijkt sprake van een inhaalslag. De afgelopen anderhalf jaar waren veel landsgrenzen dicht door de coronapandemie. Internationaal reizen was vrijwel onmogelijk. Dat is nu weer op gang gekomen. Dat betekent dat vluchtelingen ook weer kunnen reizen.
Het gaat hierbij overigens niet alleen om 'nieuwe' asielzoekers. Onder de nieuwkomers bevindt zich ook een aanzienlijke groep 'nareizigers': gezinsleden van vluchtelingen die inmiddels in Nederland een verblijfsvergunning hebben gekregen. Ook deze groep moet zich eerst melden in Ter Apel, voordat zij zich kunnen herenigen met hun familielid.
Vluchtelingenwerk Nederland stelt dat de Nederlandse overheid in dit opzicht steken laat vallen. Immers, redeneert de belangenorganisatie, de na-reizigers komen op een Nederlands visum naar ons land. Kwestie van uitgegeven visa tellen dus. Dan weet je precies hoe groot deze groep is.
Een ander probleem is dat de huidige asielzoekers nauwelijks naar een andere plek kunnen.
De poort van het COA in Ter Apel (archief)
De poort van het COA in Ter Apel (archief) © Martijn Klungel/RTV Noord

2. Waarom is het zo moeilijk onderdak te vinden voor asielzoekers?

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) is verantwoordelijk voor de huisvesting van vluchtelingen. Het COA beschikt over ruim zestig asielzoekerscentra (azc's), verspreid over het land. In totaal gaat het om ongeveer 30.000 opvangplekken. Het probleem is dat die bijna allemaal zijn bezet.
Daar komt bij dat ongeveer veertig procent van de plekken wordt bezet door statushouders: vluchtelingen die een verblijfsstatus hebben gekregen en dus (voorlopig) in ons land mogen blijven. Zij zouden eigenlijk moeten verhuizen naar een woning. Het probleem is dat er nauwelijks (goedkope) huurwoningen voorhanden zijn. Daarmee loopt de asielketen vast: in de azc's komt nauwelijks plek vrij en dat zorgt weer voor een opstopping in Ter Apel.
Een bus komt aan bij het aanmeldcentrum in Ter Apel
Een bus komt aan bij het aanmeldcentrum in Ter Apel © Vincent Jannink/ANP

3. Wat is de rol van het COA?

Tijdens vluchtelingencrises ligt in ons land het COA onder een vergrootglas. De organisatie moet op eieren lopen, zogezegd. Het probleem met de overvolle azc's speelt al veel langer. Het COA vraagt al meer dan een jaar vergeefs om meer reguliere opvangplekken. Maar geen enkele gemeente zit te wachten op een azc binnen haar grenzen. 'Gemeenten zagen de urgentie niet, of vonden dat nu een andere gemeente aan de beurt is', vatte COA-bestuursvoorzitter Milo Schoenmaker het vraagstuk vorige week samen.
Het liefst zou het COA er vandaag nog minstens vierduizend opvangplekken bij willen hebben, maar zonder de bereidwillige medewerking van gemeenten gaat het niet. Hoe gevoelig het allemaal is, bleek onlangs in Stadskanaal. Het COA dacht een deal te hebben met vakantiepark Pagedal en de gemeente voor de tijdelijke huisvesting van tweehonderd asielzoekers, maar daar dacht exploitant Roompot Nederland anders over. Exit noodopvang Stadskanaal.

4. Hoe zit het eigenlijk met de Afghaanse evacués?

Het betreft hier een bijzondere categorie vluchtelingen. Zij hebben gewerkt voor het Nederlandse leger dat drie verschillende missies in Afghanistan heeft uitgevoerd. Omdat hun leven onder de nieuwe machthebbers - de Taliban - gevaar loopt, heeft de Tweede Kamer besloten dat deze Afghanen en hun gezinsleden naar Nederland moeten worden gebracht. Al met al gaat het om zeker enkele duizenden mensen.
Deze evacués hoeven dus niet de gewone asielprocedure in. Maar het huisvestingsprobleem is hetzelfde als bij de asielzoekers die nog een verblijfsprocedure moeten doorlopen. En ook in dit geval is het COA met de uitvoering belast. Toen eind augustus de eerste Afghanen naar ons land kwamen, moest Defensie halsoverkop bijspringen. Om te beginnen door een deel van de Willem Lodewijk van Nassaukazerne bij Zoutkamp als noodopvang beschikbaar te stellen.
De vijfhonderd Afghanen die daar werden ondergebracht, hebben inmiddels plaatsgemaakt voor asielzoekers uit Ter Apel. Maar het staat al vast dat ze daar over een paar weken ook weer weg moeten. Het COA hoopt tegen die tijd over de extra opvangplaatsen te beschikken die minister Grapperhaus van Veiligheid en Justitie deze week heeft toegezegd.
Volle azc's, een overvol aanmeldcentrum en dan ook nog eens de Afghaanse evacués die aan een fatsoenlijk onderdak moeten worden geholpen. Maar het tij lijkt te keren: door het gesleep met de Afghaanse evacués en asielzoekers van noodopvang naar noodopvang lijken Den Haag en lokale bestuurders er eindelijk van doordrongen dat het zo niet langer gaat.
Dat is rijkelijk laat, kan men concluderen. De noodkreet van burgemeester Velema van Westerwolde spreekt wat dat betreft boekdelen.
Het aanmeldcentrum op archiefbeeld
Het aanmeldcentrum op archiefbeeld © Jos Schuurman/FPS

5. Hoe valt deze chaos in de toekomst te voorkomen?

Milo Schoenmaker, de al eerder geciteerde bestuursvoorzitter van het COA, weet het antwoord wel op deze vraag: 'We hebben behoefte aan opvang die we niet voor drie of zes maanden, maar voor langere tijd kunnen gebruiken.' Wat hem betreft komen er verspreid over het land permanente opvangcentra die kunnen worden geopend als het nodig is. Zijn ze niet nodig, dan kunnen gemeenten ze voor andere doeleinden gebruiken.
Klinkt logisch: het zorgt voor duidelijkheid en rust. Bovendien is het een stuk goedkoper dan elke keer maar op stel en sprong dure, tijdelijke opvangcentra uit de grond stampen, zoals nu weer gebeurt.
Nog even afwachten wat het kabinet hiervan vindt.