Duizenden jongeren in de jeugdzorg, hoofdpijndossier voor Groninger gemeenten

Handen van gezinsleden op een skippybal
Handen van gezinsleden op een skippybal © ANP
Ten minste 13.000 Groningse jongeren tot 23 jaar hadden in de eerste helft van dit jaar jeugdzorg nodig. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Dat is ongeveer 9 procent van het totaal aantal Groningse jongeren.

Veendam koploper

Het hoogste percentage is in Veendam. Ruim 13 procent van de jongeren maakte daar op één of andere manier gebruik van jeugdhulp. Daarmee kent Veendam, op de gemeente Tiel na, het hoogste aandeel van jongeren dat jeugdzorg nodig heeft.
Ook in Oldambt, Pekela, Midden-Groningen, Stadskanaal en Het Hogeland ligt het percentage met meer dan 10 procent relatief hoog.

Meer armoede

Volgens Tanja Traag, sociologe bij het CBS, hebben de gemeenten onder meer te maken met relatief veel armoede. 'We zien dat in gezinnen met armoede er meer aan de hand is. Leerproblemen en opvoedproblemen komen er vaker voor. In gebieden waar in verhouding veel van deze problematiek voorkomt, zie je ook dat meer kinderen de jeugdzorg terecht komen.'
De cijfers laten zich slecht vergelijken met voorgaande jaren, zegt Traag. 'We hebben dit jaar beter zicht op de aantallen jongeren met jeugdhulp. Door een andere manier van meten hebben we meer jeugdzorgaanbieders in beeld gekregen. Daardoor zijn deze cijfers vollediger dan voorgaande jaren.'
Of er sprake is van een stijgende of dalende lijn in het aantal jongeren dat jeugdzorg krijgt, is dus niet te zeggen.
Lees verder onder de interactieve grafiek

Oplopende kosten

De kosten voor jeugdhulp lopen al jaren op en brengen Groningse gemeenten in financieel zwaar weer. Daarom onderzoeken ze of een andere manier van inkopen en inrichten de jeugdzorg betaalbaarder kan maken. Dit zou ook de kwaliteit moeten verbeteren.
Gemeenten willen een onderscheid maken tussen de lichte en zwaardere hulpvormen. De eenvoudige jeugdzorg moet overal beschikbaar zijn. Jeugd moet er zonder verwijzing terecht kunnen. De allerzwaarste vormen van jeugdhulp moeten gemeenten gezamenlijk (blijven) regelen. Daarvoor willen ze uiteindelijk werken met een samenwerkingsverband van jeugdhulpaanbieders.
Dromen is mooi, de werkelijkheid wakker tegemoet treden is beter
Citaat uit onderzoek 'De volgende stap' van Tim Robbe en Niels Uenk

Minder aanbieders jeugdzorg

De uitwerking kan per gemeente nog verschillen, maar het aantal aanbieders moet in elk geval omlaag. Idee daarachter is dat te veel instellingen nu baat hebben bij zoveel mogelijk behandelingen omdat dit geld oplevert. Dit is onnodig duur en voor jongeren niet goed; ze krijgen vaak te maken met een stapeling van behandelaars en behandelingen. Door instellingen te laten samenwerken zou het zowel beter als goedkoper worden.
In een eerder dit jaar verschenen adviesrapport plaatsen onderzoekers kanttekeningen bij de voorgenomen stelselwijziging. ‘Andere gemeenten die eerder overstapten naar vergelijkbare modellen spraken dezelfde verwachtingen uit. Deze verwachtingen zijn nog nergens uitgekomen en/of objectief vastgesteld.’ Bovendien kost zo’n stelselwijziging zelf ook geld. Daarbij zien de onderzoekers allerlei ongewenste effecten.

'Gaten in zorglandschap'

Als gemeenten met maar één of enkele zorginstellingen gaan samenwerken, dan zullen die instellingen moeten groeien. 'Om deze groei te realiseren is een logische stap dat de jeugdhulpaanbieder capaciteit weghaalt uit buurgemeenten.' Dit is volgens het onderzoekers niet wenselijk. 'Er ontstaat daar - tijdelijk of permanent - een gat in de jeugdzorgcapaciteit.' Samengevat: dit kan ten koste gaan van jongeren die hard hulp nodig kunnen hebben.
Een ander risico is dat er aanbestedingen nodig zijn om de jeugdzorg bij maar één of enkele zorginstanties te beleggen. Dit kan volgens het onderzoek ongewenste effecten hebben, doordat nieuwe bedrijven op papier de beste partij lijken om mee in zee te gaan, terwijl nog maar de vraag is of ze daadwerkelijk betere en goedkopere zorg leveren. Ook vrezen de onderzoekers dat jeugdzorgaanbieders te veel macht krijgen, als gemeenten kiezen voor aanbesteding en daardoor contracten met een beperkt aantal aanbieders contracten sluiten.
De ambities van de gemeenten worden door de onderzoekers dan ook treffend samengevat: 'Dromen is mooi, de werkelijkheid wakker tegemoet treden is beter.'
Gaten in het zorglandschap moeten we niet laten ontstaan
Peter Verschuren - wethouder Midden-Groningen

Wethouder onderkent risico's

Peter Verschuren, wethouder in Midden-Groningen en schrijver van een boek over de jeugdzorg, ziet de risico’s die genoemd worden zelf ook. Hij verwacht niet dat een andere manier van inkopen zorgt voor financieel betere posities van gemeenten. Wel ziet hij de meerwaarde om het toch te veranderen.
‘Nu gaat het als volgt. Een jongere heeft een probleem. We kijken dan in het productenboek, waarin staat welke jeugdzorgproducten er allemaal zijn, we kopen dit product in en we sturen de jongere door naar een instelling die die zorg levert.’
Dat is volgens Verschuren niet optimaal. 'Het is heel goed mogelijk dat de zorg die geleverd wordt dan helemaal niet goed past bij het probleem van de jongere. Soms kom je daar na twee weken achter. En dan moet je weer helemaal opnieuw beginnen.’

'Betere band met jeugdzorgaanbieders opbouwen'

Daarom werkt het volgens Verschuren beter als je intensief contact hebt met een beperkt aantal jeugdzorginstellingen waarmee je een betere band op kan bouwen. ‘Dan kun je ook beter kijken naar wat een jongere en het gezin eromheen nodig heeft. Dat gaat met tweehonderd aanbieders een stuk lastiger.’
Dat het werken met minder aanbieders tot het risico van wegplukken van capaciteit uit buurgemeentes kan leiden, onderkent hij volledig. ‘Als Groningse gemeenten hebben we gezegd: die gaten in het zorglandschap moeten we niet laten ontstaan.’ Over hoe dit risico vermeden kan worden zijn gemeenten nog in gesprek met onder meer de zorgaanbieders. ‘In Midden-Groningen zijn we met hen om tafel gaan zitten. Zij nemen de waarschuwing van de onderzoekers ook ter harte.’

Oorzaak financiële tekorten

Waar overigens in sommige gemeenten in Nederland het maximale jeugdzorgbudget per jaar al vroegtijdig in het jaar op is, waardoor jongeren met een hulpvraag buiten de boot vallen, speelt dit volgens Verschuren in onze provincie niet.
‘Wij werken hier met open einde financiering. Als iemand een doorverwijzing krijgt, dan betalen we de zorg ook. We houden jeugdhulp niet tegen om financiële redenen.’ Vandaar dat volgens Verschuren die financiële tekorten ook kunnen ontstaan.