Zoektocht naar Groninger slavenschip dat verging met 664 mensen aan boord

Nederlandse slavenschepen
Nederlandse slavenschepen © RTV Noord
Voor de kust van Suriname zijn archeologen bezig met een zoektocht naar het wrak van De Leusden. Een slavenschip dat in 1738 verging met 664 mensen aan boord. De ondergang van De Leusden is de grootste scheepsramp in de Nederlandse geschiedenis. Het schip was destijds onderweg voor de kamer van Stad en Lande, de Groninger afdeling van de West-Indische Compagnie.
664 mensen verloren hun leven toen het schip De Leusden op 1 januari 1738 verging voor de kust van Suriname. Het is de grootste scheepsramp in de Nederlandse geschiedenis, maar het verhaal is vrijwel onbekend. De reden? De 664 slachtoffers waren slaven en daar interesseerde zich lange tijd vrijwel niemand voor.

Reisduur van 44 dagen

Het schip was vertrokken vanaf Elmina aan de Afrikaanse kust met zevenhonderd slaven aan boord en had als bestemming Paramaribo. Met een reisduur van 44 dagen was de overtocht snel en voorspoedig verlopen. Twintig slaven, zo'n drie procent, overleefde de tocht niet, terwijl het gemiddelde sterftecijfer van zo'n reis op veertien à vijftien procent lag.

Het vergaan van De Leusden

Ongelukkigerwijs was voor de overtocht van Afrika naar Suriname de kapitein, Lodewijk Lodewijksz overleden. Daardoor kwam de verantwoordelijkheid voor de navigatie in handen van de nieuwe kapitein, de onervaren Joachim Outjes. Bij de kust van Suriname aangekomen maakte hij een vergissing en voer per ongeluk de Marowijnerivier op in plaats van de meer westelijk gelegen Surinamerivier.
Een oude kaart van de riviermonding van de Marowijnerivier, waar het wrak van het schip in de buurt zou liggen
Een oude kaart van de riviermonding van de Marowijnerivier, waar het wrak van het schip in de buurt zou liggen © Nieuwsuur
De Leusden liep op een zandbank, sloeg lek en begon te zinken. De bemanning timmerde de luiken dicht zodat de slaven niet naar buiten konden komen en stapte in de sloepen. Ze lieten de 664 slaven in het ruim simpelweg verdrinken omdat er voor hen geen plaats was in de reddingsboten. Een kist met 23 kilo goud namen ze wel mee.

De zoektocht naar De Leusden

Eeuwenlang keek niemand om naar deze gruwelijke gebeurtenis uit onze geschiedenis, tot de historicus Leo Balai in 2011 promoveerde op een proefschrift over De Leusden. Hij is er van overtuigd dat het schip nog altijd ergens onder het zand in de monding van de Marowijnerivier ligt. Er is al een aantal maal onderzoek gedaan en er is een plek aangewezen waar metaal onder het zand ligt, vermoedelijk de kanonnen van De Leusden.
Op dit moment is een team van archeologen bezig om deze locatie nader te onderzoeken. Als het schip nog intact onder het zand ligt zou dit een unieke vondst zijn, die enorme impact zal hebben op de discussie over het Nederlandse slavernijverleden.

Een reis onder Groninger verantwoordelijkheid

De ondergang van De Leusden is een duistere bladzijde uit de geschiedenis met een vrijwel onbekend Groninger randje. Dit komt door de ingewikkelde eigendomsverhoudingen binnen de West Indische Compagnie (WIC). Daardoor wordt De Leusden vaak gezien als een Amsterdams schip. Maar Groningen was voor 1/9de deel eigenaar van de WIC en daarom mocht het ieder negende schip dat op slavenreis ging uitrusten.

Verlies voor Groningen

In 1737 had de Kamer van Stad en Lande geen eigen schepen meer en huurde ze die van andere Kamers. In dit geval werd De Leusden gehuurd van de Kamer van Amsterdam. Het schip vertrok vanaf de rede van Texel, de kapitein en de bemanning kwamen niet uit onze provincie, maar als De Leusden niet was vergaan was de winst naar Groningen gegaan en het verlies kwam in dit geval kwam ook voor Groninger rekening. Hoe dat zit met de morele aansprakelijkheid na zoveel jaar mag u zelf invullen.