Instellingen

Door de mand: Kees Vlietstra over de magie van de aanvoerdersband

Kees Vlietstra
Kees Vlietstra © RTV Noord
'Alleen voor een eerste plaats verlaat ik de stilte van de bergen.' Een ansichtkaart. Een mozaïek van foto's. De Franse Alpen, omgeving Barcelonnette. Een camping. In de zomer van 1989 viel die ansichtkaart zomaar op onze deurmat. Ik heb de kaart altijd bewaard.
Achter mijn naam stond op de kaart tussen haakjes een A. Ik was 18 jaar en toch viel het kwartje direct. Het was een boodschap van Hans van de Kaa, coach van mijn geliefde korfbalclub Nic. Met die (A) wilde Hans me laten weten dat ik het nieuwe seizoen zijn nieuwe aanvoerder zou zijn.
De aanvoerder van FC Groningen-trainer Danny Buijs is Mohamed El-Hankouri. Die droeg vanmiddag in de wedstrijd tegen Go Ahead Eagles een speciale aanvoerdersband. Een aardbevingsband. Dat doet de FC als statement vanwege de recente aardbevingen in de provincie.
Het is oprecht een bijzondere aanvoerdersband. De band toont de Groningse vlag met een schokkerige lijn op het witte deel. Als je goed kijkt, is het de seismologische weergave van de laatste aardbeving bij Garrelsweer. Denk niet dat de linksvoor van Go Ahead Eagles die boodschap heeft ontdekt bij het robbertje vechten met Mo voor het doel bij een corner van de FC, maar toch, ik vind het een mooi gebaar.
'FC Groningen voelt zich betrokken bij de slachtoffers van de aardbevingen in het achterland van de club en wil landelijk aandacht vragen voor deze problematiek', zo staat te lezen in een persverklaring. Er zijn 500 banden beschikbaar.
'FC Groningen hoopt dat alle aanvoerders in het amateurvoetbal en de aanvoerders in het bedrijfsleven de band met trots zullen dragen. Laat zien dat iedereen in Groningen samenkomt en achter de slachtoffers van de aardbevingen staat.'
Ja, mooi statement. Beschaafd ook. Gronings. Bescheiden. Waar ze in Rotterdam en hun Ommeland alles afbreken bij demonstraties tégen 2G, houden wij het klein vóór de slachtoffers van onze aardbevingen. Er is maar 1G. Groningen.
Aanvoerder zijn. Een aanvoerdersband dragen. Heb daar veel over nagedacht afgelopen week. Hoe kies je een aanvoerder als coach. Als team. In de aanloop naar de World Games van 2001 in Japan spelen we met het Nederlands Team een oefenwedstrijd op Papendal. De scheidsrechter fluit en vraagt beide aanvoerders naar het midden te komen voor de toss.
Ik zit als assistent-bondscoach naast de bondscoach op de bank. Zoals het hoort. 'Wie is eigenlijk onze aanvoerder?', vraag ik de bondscoach. Jan Sjouke van de Bos kijkt langs me heen naar de scheidsrechter. 'O, dat ontwikkelt zich vanzelf. Kijk, Jiska loopt al naar de scheidsrechter. Zij is vandaag dus onze aanvoerder.'
'Alle opties zo lang mogelijk open houden', noemde Van de Bos dit fenomeen. Teamprocessen de tijd geven om te ontwikkelen. Spelers zelfstandigheid geven. Afspraken in plaats van regels.
Waar El-Hankouri vandaag eenmalig met een aardbevingsband speelde, zo heb ik veertien jaar lang met trots mijn eigen aanvoerdersband gedragen. Een rood stukje textiel. Met elastiek. Aan elkaar genaaid. Oerlelijk ding. Was het wassen niet waard. Ook nooit gedaan in die veertien jaar.
Toen ik stopte als speler en het seizoen daarop direct coach werd, was het niet zo moeilijk om een nieuwe aanvoerder te kiezen. Met de Cruijff van het korfbal hadden we in Taco Poelstra de nieuwe aanvoerder. De overhandiging van mijn aanvoerdersband aan Taco was een plechtig moment.
In Café De Singelier gooide ik het rode ruftend lapje textiel over de bar naar Taco. Die duwde het direct om zijn arm. Taco heeft welgeteld één wedstrijd met mijn band gespeeld. Toen kreeg hij jeuk op de plek van zijn spierbal. Gordelroos, zeiden ze in het UMCG. Mijn aanvoerdersband heeft hij weggegooid. Bij het chemisch afval.
Door de ansichtkaart van Hans, de band van Mo, de coronaprotesten, rellend tuig in heel het land, dreiging door code zwart in het UMCG, beeft het in mijn hoofd. Met kleine naschokjes. Gelukkig is er altijd licht aan het eind van de tunnel, want daar komt de trein met herinneringen.
April 1999. Hans van de Kaa was na omzwervingen als beunhaastrainer door Noord-Nederland weer onze coach. Veel van geleerd. Binnen, maar vooral buiten de lijnen. Hans durfde alles, maar was zelf als de dood voor een dokter en ziekenhuizen. De wedstrijd ROHDA-uit kon hij niet coachen omdat hij voor een paar dagen was opgenomen in het UMCG. Iets met zijn luchtwegen.
In Amsterdam konden we bij winst op degradatiekandidaat ROHDA ons voor het eerst in de geschiedenis plaatsen voor de grote finale in Ahoy. We verloren. Er heerste een rouwstemming na afloop van de wedstrijd. Totdat een supporter op het lumineuze idee kwam om met zijn nieuwe gadget, een mobiele telefoon, zo'n uitklapmodel met een antenne van een halve meter, eens te bellen naar de kantine van de concurrent, Die Haghe. En wat bleek? Die hadden ook verloren, waardoor we alsnog geplaatst waren voor de grote finale. Een waar volksfeest barstte los.
De terugreis naar Groningen duurde meer dan vier uur. De buschauffeur werd gedwongen om, op straffe van 'anders pissen we over je stuur', elke twintig kilometer te stoppen voor een sanitaire stop. Daardoor kwamen we ver na middernacht aan in Groningen. We moesten het goede nieuws natuurlijk nog wel even aan onze coach 'vertellen'. Daarom lieten we de buschauffeur, 'anders pissen we over je stuur', naar de Oostersingel rijden. Halte? UMCG.
De nachtportier van het ziekenhuis liet ons niet meer binnen - 'wat ben jij een sjomp jongen, met je petje' - waardoor we toen maar een polonaise op het dak van de bus gingen lopen. We zongen onze coach uit volle borst toe: 'Er is maar één die ons redden kan, en dat is Hansie onze superman.'
Onze coach stond in een groen ziekenhuishemd achter het raam van zijn ziekenhuiskamer. Slikmomentje. Hij steunde met één hand op zijn mobiele infuus. In zijn andere hand, tussen wijs- en middelvinger, hield hij een sigaret vast. Een brandende.
Er is maar 1G. Groningen.