‘Gemeenten kunnen online opruier(s) verantwoordelijk stellen voor schade rellen’

Een vernield bushokje aan de Grote Markt in Groningen
Een vernield bushokje aan de Grote Markt in Groningen © ANP
Een online opruier verantwoordelijk stellen voor schade die ontstaat na rellen op straat. Volgens rechtssocioloog en onderzoeker Cybersafety Willem Bantema uit Haren is dat mogelijk, maar weten veel gemeenten dit niet.
Burgemeester Koen Schuiling van Groningen liet maandagochtend weten dat het nog te vroeg is om te zeggen of de schade die de relschoppers zondagavond in de binnenstad aanrichtten, ook op de groep verhaald wordt. 'Daar moeten we nog over praten. Je moet dan ook wel het verband kunnen leggen tussen de vernielingen en een dader.'

Enschedese Project X

Bantema komt met een voorbeeld uit 2018 waarin een 29-jarige man uit Enschede wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar waarvan vijftien maanden voorwaardelijk. In 2017 riep hij op tot een Project X-feest in zijn woonplaats. Dat feest ging niet door, maar de mensen die op de oproep afkwamen, veroorzaakten wel overlast. De Enschedeër moest de schade – meer dan tienduizend euro – vergoeden.
Je kunt, met het voorbeeld van Enschede in de hand, opruiers verantwoordelijk stellen voor schade
Willem Bantema - docent-onderzoeker NHL Stenden/Thorbecke Academie
‘Bij veel gemeenten is deze casus niet bekend. De oproeper zelf was niet aanwezig bij de vernielingen. Maar het kan dus een middel zijn om oproepers tot rellen verantwoordelijk te stellen voor de oproepen die tot schade leiden en die aantoonbaar opruiing zijn. Wel is het zo dat de gemeente een dossier moet opbouwen en dat is vaak een beste klus’, zegt Bantema.
‘Het gaat nu weer over fysieke vernielingen, maar weinig over individuen. Je kunt, met het voorbeeld van Enschede in de hand, de opruier of opruiers zelf verantwoordelijk stellen voor de schade. Dat kost veel energie, maar je hebt er wel degelijk wetgeving voor. Daarnaast kun je het ook in je communicatie gebruiken om opruiers te ontmoedigen.’
Handhavende instanties, zoals de politie, mogen niet zonder meer in allerlei besloten groepen gaan zitten
Willem Bantema - docent-onderzoeker NHL Stenden/Thorbecke Academie

Achter de feiten aan

De docent-onderzoeker Cybersafety aan NHL Stenden/Thorbecke Academie deed onder meer na de Project X-rellen in Haren in 2012 onderzoek naar de rol van burgemeesters als het gaat om digitale veiligheid.
Volgens Bantema lopen gemeenten en politie bij rellen achter de feiten aan door privacyregels en het grote aantal app- en discussiegroepen op sociale media. ‘Handhavende instanties, zoals de politie, mogen niet zonder meer in allerlei besloten groepen gaan zitten. Dan moet er sprake zijn van een strafbaar feit of een serieuze verdenking daarvan. Dat maakt het lastig, omdat veel oproepen op zichzelf geen strafbaar feit zijn, maar ze wél tot ordeverstoringen kunnen leiden. En hoe weet je dat er iets speelt in besloten groepen? Gemeente en politie kunnen daarnaast heel moeilijk inschatten wanneer een online oproep tot een verstoring leidt.’

Informatiepositie versterken

Een oplossing zou kunnen zijn dat politie en gemeente meer aan de ‘voorkant’ komen. ‘Dus kijken of je je online informatiepositie kunt versterken door bijvoorbeeld inzet van jongerenwerkers online, wat ook gebeurt, of digitale wijkagenten. Het zou ook goed zijn als bewoners makkelijker signalen kunnen melden bij autoriteiten, maar je wilt ook geen heksenjacht waarbij bewoners actief op zoek gaan naar dergelijke zaken.’

Verschillen met Facebookrellen

De onderzoeker van de Project X-rellen ziet grote verschillen met negen jaar geleden, toen de Facebookrellen plaatsvonden in zijn dorp. ‘Die informatie was veelal bekend via openbare bronnen. Nu vindt zoiets steeds vaker plaats in besloten groepen, waar politie dus niet zomaar in mag meelezen. Ook was er destijds een aanloopfase van veertien dagen. Nu zie je dat burgers, jongeren of verschillende groeperingen heel snel heel veel mensen bij elkaar krijgen op een specifieke plek. Voor autoriteiten is het heel erg lastig om die informatie te hebben, om die te duiden en om heel snel op te kunnen schalen.’

Slag om Beverwijk

Het fenomeen (doelbewuste) opruiing is niet nieuw. Bantema noemt het gewelddadig treffen tussen hooligans van Ajax en Feyenoord in Beverwijk een van de eerste echte voorbeelden van technologie om snel bij elkaar te komen. ‘Dat is bijna 25 jaar geleden. De hooligans hebben met elkaar afgesproken via sms. Tegenwoordig zie je dat het steeds ‘genetwerkter’ wordt: dus dat je nog sneller heel veel meer mensen bij elkaar kunt krijgen. Bewoners hebben nu ervaren hoe makkelijk dat is, dus het zal nog veel vaker voorkomen in de toekomst.’
Je moet sneller kunnen schakelen met sociale mediaplatformen om oproepen tot een ordeverstoring offline te krijgen
Willem Bantema - docent-onderzoeker NHL Stenden/Thorbecke Academie

Medewerking van sociale mediaplatformen

Reëel is het namelijk niet dat autoriteiten complete (besloten)groepen kunnen beheersen zegt Bantema. ‘Maar er zijn dus wel een aantal dingen die we kunnen doen om de effecten van de sociale media misschien wat te dempen als het gaat om escalatievermogen. Dan is meer samenwerking met die sociale mediaplatformen nodig om te kijken hoe je dat op een andere manier kunt organiseren.’
De docent-onderzoeker doelt op duidelijke signalen die tot een ordeverstoring kunnen leiden. ‘Dan moet je sneller kunnen schakelen met die platforms om zoiets offline te krijgen. Dat zou je dan wat georganiseerder moeten doen in plaats van dat elke gemeente afzonderlijk handelt. Dus gezamenlijk optrekken’, besluit Bantema.