Instellingen

Is code zwart echt nog ver weg? 'Zonder keerpunt een kwestie van weken'

Een patiënt op de covid-afdeling van het UMCG wordt verpleegd
Een patiënt op de covid-afdeling van het UMCG wordt verpleegd © ANP
De ziekenhuizen kunnen de stroom coronapatiënten nauwelijks meer aan. Toch zei minister Hugo de Jonge maandag dat code zwart nog 'ver weg' is. Hoe denkt men daar in de noordelijke ziekenhuizen over?
We leggen de vraag voor aan Ate van der Zee, baas van het UMCG en voorzitter van het Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ) Noord Nederland

Is code zwart inderdaad nog ver weg, zoals De Jonge stelt?

'Dat hangt er vanaf hoe je 'ver weg' definieert. Als je zegt dat dat morgen of overmorgen nog niet het geval is, ben ik dat met hem eens. En ook met Ernst Kuipers (voorzitter Landelijk Netwerk Acute Zorg, red.), die gisteren zei dat het nu zeker nog geen code zwart is. Dat wordt pas afgekondigd als er nergens in het land een mogelijkheid is om een patiënt op te nemen.'

Uit zo'n uitspraak van de minister zou je kunnen afleiden dat het nog meevalt in de ziekenhuizen. Stoort u dat?

'Ik houd me vooral bezig met hoe ik het zelf zie. En dat is zoals de meeste bestuurders en zorgprofessionals het zien: het is buitengewoon zorgelijk. De besmettingen lopen nog steeds op en de instroom in ziekenhuizen gaat ook omhoog. We zien nu al dat dit een enorm beslag legt op de zorg. De reguliere zorg in onze regio is dan ook al fors afgeschaald.'
Ate van der Zee
Ate van der Zee © RTV Noord

Hoe ver is code zwart nog weg als de huidige cijfers niet dalen? Als de door het kabinet gehoopte kentering dus uitblijft?

'Als het op deze manier doorstijgt, zonder keerpunt in besmettingen, dan moet je denken in termen van weken.'

Dat keerpunt zou eind deze week te zien moeten zijn. Bent u eigenlijk voor strengere maatregelen?

'Dat is buitengewoon ingewikkeld, gezien de maatschappelijke impact ervan. Maar, als zorgbestuurder en iemand die verantwoordelijk is voor de druk op zorgprofessionals heb ik maar één belang: dat het aantal besmettingen en daarmee het aantal opnames door covid in ziekenhuizen omlaag gaat. Dat is voor onze mensen van het allergrootste belang. De marathon die ze liepen leek ten einde, maar gaat toch nog door.'

Hoe houden zij zich staande?

'Tijdens een bezoek aan de ic werd ik vandaag nog weer verrast door de spirit die er hangt. Maar ik zie wel dat het echt zwaar is. Zowel mentaal als fysiek. Er is ons echt alles aan gelegen dat mensen zich aan de maatregelen houden en, heel belangrijk, dat iedereen zich laat vaccineren.'

Ondanks al die dreigende scenario's blijven de besmettingen records breken. Komt uw boodschap nog wel binnen bij de mensen?

'Als je kijkt naar de mate waarin Nederlanders zich aan de maatregelen houden, is de motivatie om dat te doen blijkbaar aan slijtage onderhevig. We houden ons hart vast.'

Hoeveel zorg kan de regio op dit moment minder leveren dan normaal?

'We hebben in alle ziekenhuizen in de regio reguliere operaties uitgesteld, zoals de bekende knie-, heup-, en liesbreukoperaties. Heel vervelend voor de patiënt, zeker omdat ze vaak al eens eerder zijn afgezegd. Het overgrote deel van dit type operaties wordt in onze regio momenteel niet meer verricht.
'Maar, inmiddels moeten we nog moeilijker keuzes maken en zijn we genoodzaakt ook operaties uit te stellen, die eigenlijk binnen zes weken moeten gebeuren. De zogeheten klasse 3-zorg, zoals bijvoorbeeld open hartoperaties. Voor de patiënten, maar ook voor de betrokken zorgverleners is dit een heel pijnlijk en emotioneel zwaar gebeuren.

En hoe is dat in uw eigen UMCG?

'Concreet hebben we nu in het UMCG zo'n 20 tot 25 procent afgeschaald in operatiecapaciteit. Dat betekent dat we 5 van de 24 ok's hebben gesloten. We bekijken het per dag, maar dat we verder moeten afschalen is vrijwel zeker.'

Hoe verhoudt zich dat tot het dieptepunt van de crisis tot nu toe?

'Dat dieptepunt lag ergens in de eerste golf. Toen hadden we nog 13 van de 24 ok's in de lucht. Daarbij moet ik aantekenen dat toen de hele maatschappij op slot zat, waardoor er heel weinig ongelukken gebeurden. Er was dus minder acute zorg nodig.'