Mega-datacenter naar Groningen? ‘Zoiets hoort niet naast de stad’

Het terrein waar het datacenter staat gepland. Links het hoogspanningsstation van Tennet, rechts molen Zuidwendinger
Het terrein waar het datacenter staat gepland. Links het hoogspanningsstation van Tennet, rechts molen Zuidwendinger © Loek Mulder/RTV Noord
Het is nog in nevelen gehuld welk bedrijf het is. Maar het gemeentebestuur van Groningen heeft de loper uitgerold voor de tech-onderneming die zich op industrieterrein Westpoort zou willen vestigen. Wat schiet de stad op met zo’n stroomslurper binnen de gemeentegrenzen? En wie waren die mannen in die elektrische VW’s?
De vraag wat de winst is van de komst van een grootschalig datacenter ligt donderdag ook levensgroot op tafel in Zeewolde. Daar mag een handvol parttime-raadsleden beslissen over vestiging van een XXXL datacenter van Facebooks moederbedrijf Meta in die gemeente, een van de grootste naoorlogse investeringen door een buitenlands bedrijf in Nederland.
Vooralsnog lijkt een nipte meerderheid in de raad van Zeewolde de plannen te steunen. Maar de weerstand is ook groot. De kolossale Facebook-blokkendozen zouden slecht in het open landschap passen.
Ook vinden de tegenstanders dat de grond beter voor woningbouw benut kan worden, of voor bedrijven die wel voor werkgelegenheid zorgen, want het aantal banen dat het hyperscale-datacenter met zich meebrengt valt tegen. En beloftes over gebruik van restwarmte voor de inwoners van Zeewolde worden niet echt serieus genomen.

Enorme hoeveelheden stroom

Wat daarbij niet alleen de plaatselijke gemeenteraad maar ook de landelijke politiek kopzorgen geeft, is de gigantische hoeveelheid stroom die de met servers volgestouwde hallen nodig hebben. Op het moment dat er al een capaciteitsprobleem is op het Nederlandse stroomnet, vraagt Facebook om een hoeveelheid stroom van 1.380 gigawattuur.
Dat komt overeen met het elektriciteitsverbruik van 460.000 huishoudens. Dat mag van Meta alleen groene stroom zijn, wat een enorme hap uit de nationaal beschikbare groene stroomcapaciteit neemt. Zodat de extra energievraag van Facebook een rem zet op het halen van klimaatdoelen.
Martien Visser, lector energietransitie aan de Hanzehogeschool Groningen rekende voor de NOS uit dat ongeveer 115 windmolens nodig zijn om de Facebook-servers van stroom te voorzien. Die zouden dus eigenlijk bijgebouwd moeten worden.

Bijna dertig voetbalvelden

Al die kwesties liggen nu dus ook op het bord van de Groningse raadsleden. Al is de schaal wel een tikje anders. In Zeewolde bouwt Facebook het grootste datacenter van Europa. In Groningen heeft ’de initiatiefnemer’, zoals het bedrijf in de stukken van de gemeente telkens wordt genoemd, twintig hectare nodig. Een oppervlakte gelijk aan een kleine dertig voetbalvelden
Dat is nog steeds fors. Het is qua schaal te vergelijken met het Google-datacenter in de Eemshaven, een van de drie huidige hyperscale-datacenters in ons land. Google in de Eemshaven begon met veertig hectare.
Het Google datacenter in de Eemshaven
Het Google datacenter in de Eemshaven © Google
Kabinet wil datacenters aan banden

In het woensdag gepresenteerde regeerakkoord staat dat het kabinet meer regie wil over de komst van grote datahotels van techgiganten. De regeringspartijen vinden dat datacenters ‘een onevenredig groot beslag op de beschikbare duurzame energie in verhouding tot de maatschappelijke en/of economische meerwaarde leggen. Daarom scherpen we de landelijke regie en de toelatingscriteria bij de vergunningverlening hiervoor aan.’

De Tweede Kamer vond onlangs ook al dat de landelijk overheid de regie rond datacenters moet nemen. Beslissingen die zoveel gevolgen hebben voor ruimtegebruik en raken aan de nationale energievoorziening horen niet thuis in een gemeenteraad vindt een meerderheid van het parlement.

In Zeewolde heeft de beslissing van de raadsleden een doorslaggevende betekenis omdat ze een wijziging van het bestemmingsplan moeten goedkeuren. Dat is in Groningen anders, omdat vestiging van het datacenter past binnen het bestemmingsplan. De raad mag hier zijn ‘wensen en bedenkingen’ uiten. Een meerderheid lijkt vooralsnog niet gelukkig met de plannen, maar de raad kan de komst waarschijnlijk niet eens blokkeren.
Groningen stelt wel voorwaarden. Er moeten zonnepanelen op het dak en enkele duizenden woningen in de stad moeten de restwarmte kunnen benutten. Maar de vraag wat het datacenter betekent voor de klimaatdoelen van de stad rond energiegebruik en CO2-uitstoot, heeft het stadsbestuur nog niet beantwoord.

De bedrijvigheid rukt op

Folkert Jan Leistra heeft vooral bedenkingen. Leistra runt in zijn ouderlijke boerderij Houtzagerij de Poffert. Een onverharde weg vol kuilen langs het diepje Zuidwending leidt naar de boerderij. Op het erf van de boerderij met de potstal waar de koeien een aantal jaren geleden uit zijn vertrokken liggen de forse populierenstammen waar Leistra bladen van zaagt voor zijn meubelmakerij.
Mijn opa had zo’n beetje heel Westpoort in bezit
Folkert Jan Leistra - eigenaar houtzagerij
‘Ik vind het helemaal niks’, zegt Leistra over de plannen voor het datacenter, pal naast zijn bedrijf. Leistra is hier opgegroeid, onder de rook van de stad en Hoogkerk. Zijn opa bouwde eigenhandig de boerderij waar nu de houtzagerij in zit en waar ook Folkerts vader werd geboren.
‘We zaten er altijd ruim, hier liepen onze koeien en paarden’, zegt Leistra. ‘Mijn opa had zo’n beetje heel Westpoort in bezit.’ Hij heeft de stad en de bedrijvigheid zien oprukken. Collega-boeren werden verzwolgen door de aanleg van het industrieterrein Westpoort aan de A7 richting Drachten.
Een kaartje van industrieterrein Westpoort. Het datacenter moet in de bovenste driehoek komen.
Een kaartje van industrieterrein Westpoort. Het datacenter moet in de bovenste driehoek komen. © Beeldbewerking RTV Noord

Een kast die alle ruimte wegneemt

Leistra kijkt ook al langer uit op de wirwar van stroomdraden van het hoogspanningsstation van Tennet, dat in verband met de aanleg van de 380 kV stroomsnelweg van de Eemshaven naar Vierverlaten wordt uitgebreid. Tussen zijn bedrijf en het hoogspanningsstation zou het datacenter moeten komen.
‘Een kast die alle ruimte wegneemt’, vindt Leistra. ‘Het hoort niet naast de stad. Zet het in de Eemshaven neer. Daar heeft niemand er last van.’
Een paar maanden geleden reden er in colonne en onaangekondigd vier auto’s het terrein van de houtzagerij op. Uit de elektrische VW-golfjes stapten een man of acht. Leistra hoorde ze Engels spreken, Amerikanen volgens hem.
Ze liepen door het hoge gras een eind het land in. De ambtenaar van de gemeente waar hij mee sprak zei dat Leistra zich niet druk hoefde te maken. ‘Ze kwamen kijken naar een stuk grond, verder kon de man van de gemeente ook niks zeggen.’

Niet veel wijzer

‘Landschappelijk inpassen? Hoe dan?’, reageert Kees de Bock, die evenals Leistra zijn uitzicht en woongenot door het omvangrijke datacenter bedreigd ziet. Samen met Leistra en Pieter Wijma van de Scheepswerf De Poffert probeert De Bock duidelijkheid van de gemeente te krijgen.
Veel antwoorden krijgen ze niet. Welk bedrijf er achter de plannen zit en hoe die er precies uitzien blijft ook voor de Vereniging Wijkraad Hoogkerk (VWH) onduidelijk. ‘Het verbaast ons dat er zoveel ruimte nodig is’, zegt VWH-voorzitter Ronald Kenter. ‘Het schijnt nogal groot te worden.’
Een handvol gemeenteambtenaren informeerde vorige week op een vergadering van het bestuur de wijkvereniging over de datacenter-plannen. Maar veel wijzer werden de bestuursleden er niet van. Er werd wat verteld over gebruik van restwarmte door de wijk Vinkhuizen. ‘We zouden graag zien dat ook Hoogkerk er op wordt aangesloten’, neemt Kenter alvast een voorschotje.

Partijen hullen zich in stilzwijgen

Zoals gebruikelijk in dergelijke acquisitietrajecten hullen alle partijen zich in stilzwijgen over de initiatiefnemer van het Westpoort-datacenter. Zowel de gemeente als de Noordelijke Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij NOM, als het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) willen er geen woord over kwijt. Het NFIA is het onderdeel van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat zich bezighoudt met aantrekken van buitenlandse bedrijven.
De geheimzinnigheid waarmee de komst van een buitenlandse partij gepaard gaat heeft vaak te maken met de hoge boetes die staan op uit de school klappen. Partijen hebben daarvoor een non-disclosure agreement moeten tekenen, waarin ze beloven hun mond te houden. De initiatiefnemer wil er negatieve uitstraling mee voorkomen, mocht het project niet doorgaan. Bovendien vrezen de bedrijven hogere (grond)prijzen wanneer hun voornemens uitlekken.

Tussenpartij en geheime codenaam

Het zou zelfs kunnen dat de gemeente en andere betrokkenen rond het project niet eens weten wie er achter de plannen zit. Zo wist Groningen Seaports ten tijde van het Google-project pas laat in de onderhandelingen over grondverkoop dat het om dat bedrijf ging. De Amerikaanse tech-gigant liet zich vertegenwoordigen door een tussenpartij en het project ging onder een geheime codenaam.
Ook Facebook in Zeewolde hield zich voor de plaatselijke volksvertegenwoordigers meer dan een jaar lang schuil achter de naam Polder Networks BV.
In kringen van datacenters wordt gesuggereerd dat het niet per se een van de Big Five (Facebook, Apple, Google, Amazon, Microsoft) hoeft te zijn, of een ander Amerikaans bedrijf. Ook Singaporese en Chinese techfirma's tonen interesse voor vestiging van hun datacenter in Nederland.

Niet meer actief achter datacenters aan

Marco Smit heeft als directeur van Horizon Flevoland de Facebook-plannen in Zeewolde begeleid. Hij kent ook de situatie in Groningen goed want in zijn vorige job was hij directeur van de Economic Board Groningen.
‘Wat we in Zeewolde en Groningen zien is het resultaat van goede vestigingsvoorwaarden voor datacenters in Nederland’, zegt Smit. ‘Tot voor kort gingen we er ook actief achteraan’, aldus Smit. Dat laatste is overigens niet langer het beleid van het ministerie van EZK (zie ook kader).
Een grote stroomvraag is een prikkel om meer windparken op zee te bouwen
Marco Smit - Horizon Flevoland
Het not in my backyard-gevoel speelt bij de komst van ieder datacenter een rol, weet Smit. ‘Maar we zijn allemaal online zeer actief’, zegt Smit. ‘Een provincie als Groningen heeft grootste plannen met 5G. Daarvoor heb je een stevige digitale infrastructuur en ook datacenters nodig. Maar we moeten wel goed nadenken over de vraag waar we die willen hebben.’
Daarbij zou volgens Smit het banenargument niet al te zwaar moeten meewegen. ‘Wat vooral telt, is dat datacenters de digitale infrastructuur versterken en daarmee ook andere bedrijvigheid trekken.’
Dat ze veel stroom gebruiken ontkent Smit allerminst, maar zegt hij: ‘Ik draai het om. Wanneer ze veel groene stroom vragen, dan zie ik dat als een prikkel om meer windparken op zee aan te leggen.’