Column: Doodlopende weg

Erik Hulsegge
Erik Hulsegge © RTV Noord
Mijn dorp op de grens van klei en veen kende een doodlopende weg. Een weg die van de bult met het bos kaarsrecht in de richting van het dorp verderop liep maar ergens midden in de klei ophield. Een groot houten, rood met wit bord tekende het einde van de weg.
De weg heette Lagelaan genoemd naar de laagte waarin de weg, ooit een zandlaan, voor de boeren was neergelegd. Maar geen mens in het dorp die het over de ‘Legeloane’ had. Het was ‘Doodlopende weg’, anders niet.
Aan weerszijden van de weg was een brede berm vol klaver, paardebloemen, weegbree, zuring en fluitekruid. Na de berm kwam aan elke kant een brede sloot met ‘kikkerrit’ en ‘duuthoamels’ waarin de kikkers vrolijk kwaakten en de reigers stil aan de waterkant het water letterlijk in de mond liep.
Naar het westen strekte zich het boerenland zover je kon kijken met goudgeel koren en het groene loof van de voederbieten en heel in de verte het rood van de ondergaande avondzon. Kijkend naar het noorden de contouren van het dorp aan de andere kant van het spoor met het witte stationnetje en de voorbij glijdende rode Hondenkop op weg naar Stad. Tussen spoor en doodlopende weg ‘gruinlaand’ vol leeuweriken en patrijzen.
Het land waarin ik opgroeide, waarin ik speelde. Het land waar kameraadjes Jampie, Frekie, Johan en rode Appie van de partij op uitkeken. We vingen er weckflessen vol kikkervisjes, bliezen kikkers op en kregen een ‘kletsiepoot’ bij het slootje springen omdat de sloot toch breder was dan we dachten.
In de winter was er de lege gemene ruigte. Als leutje rooie zat ik er met Henkie en Japie uren vast in de glimmende klei. We waren er tot onze piemeltjes in gezakt tot dat een man uit het dorp er ons weer uittrok en en onze groene rubberen laarzen diep in de klei achter bleven.
Ik liep er met Nora, mijn Drentse patrijshond, die huppelend door het hoge gras hazen en reeën achtervolgde en zich uiteindelijk zonder resultaat doodmoe hijgend met de tong uit de bek aan mijn voeten vlijde.
Ik fietste ‘doodlopende weg’ af gebogen over mijn stuur tegen de wind voor in mijn fantasie een alles afhangende tijdrit in de Tour de France om binnen de 2,5 minuut met armen in de lucht te eindigen op de meet, het rood met witte hek.
Ik lag er dagenlang op mijn knieën in het veld van kweekgras van grasveredelingsbedrijf Zwaan en de Wiljes ‘aander kaant spoor’. Ons ploegje moest onkruid wieden, ‘roet kraben’ zodat het allerbeste gras overbleef.
Naast Harry ‘Kuul’ op onze knieën, leerde ik wat Engels en Italiaans Raai, Roodzwenk en Zwaart gras (Duist) was, leerde ik van hem die thuis het allesbehalve makkelijk had dat humor je er in het leven boven houdt.
‘Doodlopende weg’ is al heel lang geen doodlopende weg meer. Er is een fietspad doorgetrokken langs het spoor voorbij het gesloopte Lutje Rusland, voorbij de fabriek wat ooit Ten Have’s Verduurzaamde Groenten was, langs het mooie witte stationnetje, allemaal ‘aander kaant spoor’.
Nog steeds doorkruis ik dat land waar ik van hou op mijn zwarte Italiaan, wordt mijn hart week van de geur en de kleur, van de warme herinneringen. En hoe ouder ik word, hoe mooier ik het vind.
Toch heeft de moderne tijd zijn lelijke sporen in het uitgestrekte land, in de vergezichten getrokken. Spuuglelijke sporen. Naar het westen zie je niet meer een lege horizon. Nee, je ziet 27 windmolens met wieken zo groot als een jumbojet, windmolens zo hoog, dat ze tot aan de hemel rijken.
De rode lampjes er bovenop voor de vliegtuigen werken als een rode lap op de stier van mijn sterrenbeeld. En wat schetst mijn verbazing? Wat maakt de woede over deze dissonant in het oh zo mooie Groninger landschap nog groter dan die al was.
Er ligt nu een onzalig plan om tussen het spoor en die spuuglelijke windmolens, in het prachtig boerenland een industrieterrein aan te leggen. Een terrein voor Industrie XL, een mega industriepark met grote batterij- en assemblagefabrieken. Ook zouden er enorme weides vol met zonnepanelen moeten komen. Zie je het voor je?
Ik kan er met mijn hoofd niet bij. Wie bedenkt dit? Wie bedenkt dat er op zo’n plek weg van de snelweg, een plek die de Groningse wereld zo mooi maakt vol fabrieken en zonneparken moet komen?
Ik kan me niet voorstellen dat dit plan uit de koker van de wethouders van mijn gemeente kan komen. Bij twee van hen zat ik nota bene in de klas. En een daarvan komt uit hetzelfde dorp, van hetzelfde stee waar ik weg kom.
Jongens die ik zie als jongens met gezond verstand. Nee…dit moet een of andere klojo, een westerling zonder een sprankje liefde voor de streek, voor het landschap en voor de mensen hebben bedacht.
ik hoop met heel mijn hart dat dit plan onder het tapijt wordt geveegd. Dat dit plan nooit meer wordt dan een plan. Dat het eindigt zoals het dorp de weg naar de plek des onheils altijd noemde:
Doodlopende weg……
Erik Hulsegge