350 jaar Groningens Ontzet: wat herdenken we eigenlijk?

Het peerdespul is een traditioneel onderdeel van de viering van Bommen Berend
Het peerdespul is een traditioneel onderdeel van de viering van Bommen Berend © ANP
2022 gaat een bijzonder jaar worden, want we vieren dit jaar 350 jaar Groningens Ontzet. Op 28 augustus 1672 kwam er een einde aan het beleg door Bommen Berend, zoals Bernhard von Galen, de bisschop van Münster nog altijd door Stadjers wordt genoemd.
Het komende jaar worden er in Stad en provincie tal van evenementen georganiseerd om deze historische gebeurtenis te herdenken en te vieren. Maar wat vieren en herdenken we eigenlijk?
Het jaar 1672 is de geschiedenisboeken ingegaan als het 'Rampjaar'. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd in dat jaar aan alle kanten aangevallen door haar vijanden. Engeland viel aan op zee, maar werd verslagen door admiraal De Ruyter.
De Fransen vielen aan in het Zuiden, maar werden gekeerd door de Hollandse waterlinie en vanuit het Oosten vielen de bisschoppen van Keulen en Münster ons land binnen en veroverden grote delen van Oost- en Noord-Nederland. Maar omdat Stad standhield, liep ook deze aanval op niets uit en werd de Republiek behouden. Of zoals dichter Joost van den Vondel schreef: Groningen constant, behoudt van 't land.
Groningens Ontzet
Onder leiding van legercommandant Carl von Rabenhaupt vocht Groningen in 1672 terug tegen het leger van de bisschop van Münster. Mede door zijn kanon De Groote Griet verhinderde Von Rabenhaupt, samen met de Stadjers, dat bisschop Von Galen na een beleg van enkele weken Groningen in kon nemen. Op 27 augustus besloot hij eieren voor zijn geld te kiezen en droop af. Sinds die tijd viert Groningen op 28 augustus traditiegetrouw 'Groningens Ontzet'.
Carl von Rabenhaupt
Carl von Rabenhaupt © Groninger Archieven

Wie is Rabenhaupt ook alweer?

Zijn naam is al een aantal keer genoemd, maar wie is Rabenhaupt nou eigenlijk? Hij is in 1602 geboren in Bohemen (tegenwoordig een historische regio in Tsjechië), wordt edelman en zoekt zijn heil als beroepsmilitair in dienst van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden om te vechten tegen het Spaanse Rijk in de Tachtigjarige Oorlog. Hij geniet zijn militaire opleiding in de legers van prinsen Maurits en Frederik Hendrik, komt onder andere al in Groningen in het leger van stadhouder Ernst Casimir en is betrokken bij de versterking van onder meer Bourtange en Nieuweschans.
Hij was dus eigenlijk een huursoldaat en kreeg, toen Groningen in 1672 werd bedreigd, een heel aantrekkelijk aanbod. Als hij de verdediging van Groningen op zich nam dan kreeg hij vierduizend rijksdaalders, een hoop geld in die tijd, als salaris en mocht hij met zijn familie in het mooiste huis van Groningen wonen. Als hij op reis ging door de Republiek, hoefde hij geen tol te betalen en Rabenhaupt was vrijgesteld van belasting.

Held van Groningen en de Republiek

Rabenhaupt neemt het aanbod aan en in juni 1672 arriveert de inmiddels 70-jarige militair in Stad als opperbevelhebber. Hij begint direct met de organisatie van de verdediging. Alles wat buiten de wallen van de stad staat of groeit wordt weggehaald om een vrij schootsveld te krijgen en hij laat het land ten oosten, noorden en westen van Stad onder water lopen door sluizen open te zetten en dijken door te steken.
Daardoor kan de vijand de stad Groningen niet insluiten en kan er alleen maar aan de zuidkant van Stad worden gevochten. Bommen Berend was na de verovering van onder andere Groenlo en Coevorden een beetje overmoedig geworden en liet na de onder water gezette gebieden te veroveren. Hij dacht dat het met een aanval uit het zuiden alleen ook wel zou lukken, maar dit mislukte totaal en na een paar weken moet de bisschop weer afdruipen. Maar voor Von Rabenhaupt is de oorlog dan nog niet voorbij; hij gaat de bisschop achterna om de steden en gebieden die Von Galen heeft bezet, terug te veroveren.
Prent over de strijd in de zomer van 1672
Prent over de strijd in de zomer van 1672 © Groninger Archieven

Wie is die Bommen Berend?

Bernhard von Galen (1606-1678) was de bisschop en prins van het Duitse Münster. In 1665 en 1672 probeert hij delen van Oost- en Noord-Nederland te veroveren en belegert hij verschillende steden zoals Groenlo, Coevorden en Groningen. Hij hanteert daarbij een nogal gewelddadige tactiek: hij heeft veel kanonnen gekocht en zet die voor Stad, die Von Galen belegert en hij begint Groningen vervolgens kapot te schieten met massief ijzeren kogels en met bommen.
Kanonskogels die gevuld zijn met kruit en teer exploderen als ze neerkomen en veroorzaken enorme schade en brand . Die tactiek levert hem de bijnaam Bommen Berend op. Vier jaar geleden werd er in Stad bij toeval zo’n bom opgegraven.
Christoph Bernhard von Galen alias Bommen Berend
Christoph Bernhard von Galen alias Bommen Berend © Groninger Archieven

Hoe vieren we het ontzet?

Al drie en een halve eeuw lang, maar met tussenpozen, vieren Stadjers op 28 augustus Groningens Ontzet. Dat is een dag nadat het leger van Bommen Berend in 1672 vertrok. Opmerkelijk is dat de feestdag met kermis, peerdenspul en een vuurwerkshow sinds tientallen jaren genoemd is naar de historische vijand van Groningen: Bommen Berend.
Het is eigenlijk net zo vreemd als wanneer we 4-mei bijvoorbeeld Adolf Hitler Dag zouden noemen. Waarom noemen we het dan Bommen Berend? Conservator Egge Knol van het Groninger Museum organiseert dit jaar een grote tentoonstelling over '28 augustus' en heeft zich in de materie verdiept: ‘Op een gegeven moment is het feest zo genoemd. Zelf heb ik het nog altijd over 28 augustus en zeg nooit Bommen Berend als ik het over het feest heb. Het is volgens mij een recente ontwikkeling om het feest aan te duiden als Bommen Berend’, zegt Knol.
Conservator Egge Knol
Conservator Egge Knol © Siese Veenstra

Vreugdevuren, kerkklokken en vlaggen

Van die naam voor het feest was in 1673 dan ook nog geen sprake toen het stadsbestuur besloot het ontzet jaarlijks te herdenken. Dat gebeurde onder meer met diensten in de Martinikerk en het luiden van de kerkklokken. Ook werden vreugdevuren ontstoken en hingen de vlaggen uit.
Ruim honderd jaar later kwam er een einde aan die jaarlijkse festiviteiten. De viering werd tijdens de Bataafs-Franse tijd (1795-1813) als ‘te Oranjegezind’ beschouwd en verboden. Nadat de Fransen vertrokken zijn zag het stadsbestuur het niet meer als zijn plicht deze dag te organiseren. Pas in 1838, 44 jaar na de laatste viering, komen de festiviteiten ter nagedachtenis van Groningens Ontzet weer op het programma toen een aantal prominente Stadjers een feestcomité vormde.
Aankondiging van het feest in de jaren '30
Aankondiging van het feest in de jaren '30 © Groninger Archieven

Officiële feestdag voor alle Groningers

De afschaffing van de najaarskermis in 1854 had een gunstig effect op de waardering van de 28e augustus. Om niet alle mogelijkheden tot ‘gepaste ontspanning en vermaak’ aan de inwoners te ontzeggen, werd voorgesteld om het feest voortaan weer financieel te ondersteunen. Het stadsbestuur maakte er zelfs een officiële feestdag van die sindsdien elk jaar – behalve tijdens de Tweede Wereldoorlog – is gevierd.
Sinds 1874 is de organisatie in handen van de Vereeniging voor Volksvermaken. De afgelopen twee jaar is de viering zonder grote publieksactiviteiten georganiseerd vanwege het coronavirus.
Een bekend schilderij uit 1920 van Otto Eerelman laat onder meer de paardenkeuring zien tijdens het feest
Een bekend schilderij uit 1920 van Otto Eerelman laat onder meer de paardenkeuring zien tijdens het feest © Groninger Archieven

Veranderingen aan de invulling

In de vorige eeuw veranderde er het nodige aan de invulling van de dag maar de hoofdelementen bleven gehandhaafd. De paardenkeuring werd verplaatst van de Grote- naar de Ossenmarkt en het concours hippique verhuisde van de Korreweg naar de drafbaan in het Stadspark.
De dag wordt traditiegetrouw besloten met vuurwerk. Eerst op de Grote Markt, maar eind jaren 80 verhuist het vuurwerk naar de Zuiderhaven en het Stadspark. Ook dit jaar zal er weer een paardenkeuring zijn en wordt een kortebaandraverij op het Gedempte Zuiderdiep georganiseerd.
Ik bespeur tot mijn verdriet dat het draagvlak van het Groningens Ontzet minder is geworden
Egge Knol - conservator

Minder binding met Groninger historie

Conservator Knol heeft zijn bedenkingen over de invulling van het feest zoals dat de laatste jaren wordt gevierd. ‘Ik vind het jammer dat ambtenaren, medewerkers en studenten van de universiteit en scholen in Stad niet langer meer vrij hebben op 28 augustus.'
'Dat heeft de viering van het ontzet wel een negatieve impuls gegeven. Ik bespeur tot mijn verdriet dat het draagvlak van het Groningens Ontzet minder is geworden. Dat komt deels doordat de stad Groningen de laatste veertig jaar ingrijpend is veranderd. Er wonen nu relatief meer mensen van buitenaf die minder binding hebben met de Groninger historie', aldus Knol.
Optocht in de Folkingestraat tijdens 250 jaar Groningens Ontzet in 1922
Optocht in de Folkingestraat tijdens 250 jaar Groningens Ontzet in 1922 © Groninger Archieven

Verbinding

Harrie van Ham van de Koninklijke Vereeniging voor Volksvermaken is er van overtuigd dat de viering dit jaar, coronaperikelen uitgezonderd, een groot succes gaat worden. 'We hebben dit jaar een breed programma samengesteld en veel verbinding gezocht met de horeca in Stad en met studentenorganisaties om er voor te zorgen dat de jubileumeditie van Groningens Ontzet een groot succes wordt.'
De Koninklijke Vereeniging voor Volksvermaken lanceerde speciaal voor de activiteiten in het jubileumjaar een speciale website: GO350.
Meer over de invulling van het feest lees je zondagochtend in een vervolgartikel. Bij het schrijven van dit artikel is gebruikgemaakt van (open) bronnen uit het Groninger Archief, Beeldbank Groningen en Google Boeken.