Dit was 2021: Achterwaarts vooruit

Alice Buitenga
Alice Buitenga © RTV Noord
Eind december is dé tijd om terug te blikken. In de media worden alle hoogte- en dieptepunten van het jaar op een rij gezet en beroemde overledenen nog eens in herinnering geroepen.
Waarom doen we dat eigenlijk? Omdat deze donkere tijd van het jaar uitnodigt tot bezinning? Tot het opmaken van de balans? Omdat het oude jaar zo veel geschiedenis heeft en nog maar zo weinig toekomst?
Tot en met oudejaarsdag schrijft in 'Dit was 2021' dagelijks een medewerker van RTV Noord over het afgelopen jaar. Vandaag is de beurt aan Alice Buitenga.
Alsof we in een trein zitten waarin we tot en met 31 december het liefst achteruit reizen en bekijken wat geweest is, en pas op 1 januari weer in de rijrichting willen zitten, met onze blik op wat komen gaat. Willem Wilmink zegt hier iets aardigs over in zijn gedicht ‘Echtpaar in de trein’. Man en vrouw zitten tegenover elkaar, zij rijdt vóór-, hij achteruit:
We zien dezelfde dingen wel,
maar ik heel traag en zij heel snel.
Zij kijkt tegen de toekomst aan,
ik zie wat is voorbijgegaan.
Zo is de huwelijkse staat:
de vrouw ziet wat gebeuren gaat,
terwijl de man die naast haar leeft
slechts merkt wat zijn beslag al heeft.
Dat we het verleden benoemen als áchter ons en de toekomst als vóór ons, vinden we een vertrouwde manier van zeggen. Het schijnt in bijna alle talen zo uitgedrukt te worden. Maar er is een intrigerende uitzondering: het Aymaravolk in de Andes zegt het precies andersom. De Aymara zien het verleden vóór zich liggen en de toekomst achter zich. Taalwetenschappers die dit onderzochten, merkten op dat de Aymara dit in gebaren ondersteunen: het verleden duiden ze aan met een gebaar naar voren en over de toekomst sprekend wijzen ze over hun schouder.
Hier zit wel een zekere logica in. Immers, waar het verleden duidelijk zichtbaar is, bevindt de toekomst zich ergens waar we geen zicht op hebben, bijvoorbeeld achter onze rug. Willem Wilmink vond het waarschijnlijk een prettig idee: een echtgenote die alles voorziet en hun beider leven in goede banen leidt. Quatsch natuurlijk. Mevrouw Wilmink kijkt weliswaar naar wat komt, maar is ziende blind. Zij heeft geen idee. Of misschien wel een idee, maar dat heeft waarschijnlijk weinig verband met wat werkelijk gebeuren gaat.
Net als Willem Wilmink reizen we met z’n allen achteruit - met onze rug naar de toekomst - en hopen er maar het beste van. Dat geldt vrees ik ook voor het kabinet Rutte 4, ondanks het welgemoede motto ‘Omzien naar elkaar en vooruitzien naar de toekomst’.
Ik wens u een heel goed 2022. Dat er maar van alles mag gebeuren waar u aan het eind van het jaar tevreden op vooruit kunt kijken.