Minder poen en minder banen, maar meer geluksgevoel in het Noorden

Zijldijk, nabij de Eemshaven
Zijldijk, nabij de Eemshaven © ANP
Op vrijwel elk economisch vlak scoort Noord-Nederland slechter dan de rest van het land. Toch is dat minder dramatisch dan het lijkt, zeggen onderzoekers in het rapport Stand van het Noorden. Want het welvaartsgevoel is hier namelijk wel hoog.
Het maakt eigenlijk niet uit waar je naar kijkt. Of het nu het aantal banen is, de groei in banen of bedrijven, de verhoudingsgewijs geringe exportgraad, het aandeel high-tech-bedrijven, de mate waarin ondernemers vernieuwend zijn of het aantal snelle groeiers.
Voor al deze factoren geldt dat de regio minder goed presteert. Stand van het Noorden, geschreven door het bureau E&E advies en economen en geografen van de RUG, somt nog een aantal factoren op die bepalen hoe Noord-Nederland het economisch doet.
Zo is het opleidingsniveau in de regio gemiddeld lager dan landelijk en is het aandeel personen dat werkt (de participatiegraad) benedengemiddeld. Ook is het inkomen van de meeste huishoudens lager en blijft ook de groei van dat inkomen achter. Alleen wat betreft de werkloosheid heeft het Noorden de achterstand zo goed als helemaal ingelopen.

Een somber rijtje

Dat langjarig effect van al die factoren samen, plus nog een reeks andere erbij, vertaalt zich in het Bruto Binnenlands Product (BBP), dat is wat we met elkaar produceren. Voor de regio Noord-Nederland nam het BBP in de afgelopen tien jaar met 20 procent toe. Landelijk groeide het met 26,8 procent.
Een somber rijtje is het wel. Maar wat de Stand van het Noorden hierover meldt is eigenlijk niks nieuws, zegt Bas Doets van E&E advies. Want deze cijfers kenmerken al jaren achtereen de noordelijke regio. ‘Maar het is ontzettend belangrijk om dit elke keer weer uit te leggen’, vindt Doets. ‘Zeker voor alle mensen die aan het stuur zitten van onze noordelijke economie, want de bezetting van die posten verandert natuurlijk voortdurend.’
Een belangrijke verklaring voor de lagere cijfers ligt trouwens in de lagere groei van de beroepsbevolking in het Noorden. Het betekent dat minder mensen samen harder moeten werken om het landelijke groeitempo bij te benen.

Zeker geen kommer en kwel

Dat de noordelijke regio op die harde cijfers achterblijft betekent niet dat het er kommer en kwel is, benadrukt onderzoeker Doets. Want ruimer gedacht, in termen van brede welvaart, komt het Noorden er juist beter af.
‘We zijn gewend dat de meeste cijfers hier lager zijn’, stelt Doets. ‘Als we een paar jaar vooruitkijken zullen de cijfers ook lager blijven. Dat zou voor ons dramatisch zijn wanneer we daarmee met onze welvaart door het ijs zouden zakken, een torenhoge werkloosheid zouden hebben en een heel laag inkomen. Maar dat is dus niet het geval.’
Voor je welvaartsgevoel kun je beter in Groningen wonen dan in Zuid-Holland
Bas Doets - onderzoeker
Doets maakt de vergelijking met Zuid-Holland, een van de economische motoren van het land. ‘In termen van brede welvaart staat die provincie onderaan. Je kunt dus blijkbaar beter in Groningen, Friesland of Drenthe wonen dan daar.’
Die Brede Welvaarts Index is ontwikkeld in het kader van het Nationaal Programma Groningen. Aan de hand van een serie kenmerken geeft de index weer hoe het staat met de welvaart van mensen.
Doets: ‘Er is een heel aantal redenen waarom mensen hier over het algemeen gelukkiger zijn. Het zit hem in het woonklimaat, lagere criminaliteit, het ontbreken van files, de auto voor de deur kunnen zetten, de omgeving of gezondheid. Zeg maar geluk in het algemeen.’
Brede welvaart index 2019
Brede welvaart index 2019 © Stand van het Noorden

Kabinet draagt randstadbril

Tegelijk signaleert Doets ook de bedreigingen voor dat hogere welvaartsniveau. Zo zet de randstadbril waardoor de regering naar de regio kijkt het Noorden volgens hem op achterstand: ‘Een treinverbinding in de Randstad rendeert altijd beter dan een lijn in de regio. Wanneer het kabinet zo blijft kijken, dan komt een verbinding als de Nedersaksenlijn er nooit.’
Een ander punt is de bevolkingsontwikkeling. Waar het CBS deze week constateert dat de krimp op dit moment tot een halt is gekomen, zien de economen en geografen van E&E advies en de RUG daar weinig reden tot juichen.

'Negatief getal'

Wat verder vooruit gekeken is de bevolkingsprognose namelijk helemaal niet gunstig. Want het aantal inwoners van Noord-Nederland zal tot 2050 met ongeveer 100.000 personen dalen tot circa 1,6 miljoen.
Daarbij vergrijst de bevolking flink, neemt het aantal jongeren af en daalt het aantal potentiële arbeidskrachten, dat zijn dus de mensen die het werk moeten doen, met meer dan 200.000 personen. Doets: ‘Je kijkt hier op de langere termijn tegen een groot negatief getal aan. Daar moeten we ons nu op voorbereiden.’