Vertrekkend NPAL-directeur: 'Slimmer werken houdt alle bedrijven enorm bezig'

Een sportschool voor industriebedrijven. Waar ondernemingen kunnen werken aan hun productiviteits-spierballen. ‘Wij helpen bedrijven hun fitheid te verhogen’, zegt vertrekkend directeur Folkert van der Meulen van de organisatie NPAL.
Vrijwel alle grote industriële bedrijven in de drie noordelijke provincies zijn er lid van: de NPAL, oftewel de Noordelijke Productiviteits Alliantie. Een organisatie van rond de 120 bedrijven uit de chemie, de papierindustrie, de zuivel, de olie- en gas-sector en hun dienstverleners.
Het is de erfenis die Van der Meulen na bijna dertien jaar NPAL overdraagt. Maar belangrijker nog dan een ledenbestand met de voornaamste vertegenwoordigers van het noordelijk industrieel grootbedrijf heeft NPAL ervoor gezorgd dat de bedrijven nu meer kennis hebben, zegt Van der Meulen: ‘Door van elkaar te leren zijn bedrijven fitter geworden. Ze zijn productiever, veiliger en efficiënter.’

Wat houdt bedrijven nou echt bezig?

Van der Meulen (66) laat NPAL achter zich om ruimte te maken voor zijn opvolger Ton Driesen, oud-directeur van het bedrijf Resato in Assen. Daarmee vertrekt Van der Meulen als inspirator van de organisatie die ontstond toen die werd afgesplitst van de NOM, de Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland.
De NOM zag verhoging van productiviteit bij ondernemingen niet langer als een belangrijke taak voor zichzelf en het onderdeel dat zich ermee bezighield mocht daarom zelfstandig verder, met Van der Meulen als directeur. En hoewel NPAL bij de doorsnee noorderling totaal onbekend is, zegt Van der Meulen zonder bescheidenheid: ‘Geen enkel groot productiebedrijf in het Noorden kan nu nog om NPAL heen.’
‘Ik ben hard op zoek gegaan naar het antwoord op de vraag: wat houdt die industriebedrijven nou bezig’, zegt Van der Meulen. ‘Welke kwesties spelen er en wat zijn hun ambities?’ Een blijvend brandende vraag blijkt in al die tijd: hoe kunnen we slimmer werken? Van der Meulen: ‘Alle bedrijven vragen zich af: Welke processen kunnen we efficiënter laten verlopen? Waar kunnen we automatiseren, robotiseren of klimaatdoelstellen halen.’

De deur open

De belangstelling van grote bedrijven om met elkaar hierover te praten was er van het begin af aan, zegt Van der Meulen. En het was opvallend hoe sterk ook de bereidheid bleek om de deur letterlijk open te zetten en andere ondernemingen via bedrijfsbezoeken een kijkje in de keuken te gunnen.
Van der Meulen: ‘Dat is bijzonder nuttig, processen of methoden die zich al bewezen hebben bij Avebe of bij Nobian in Delfzijl kan een ander bedrijf overnemen. Waardoor het risico van een investering voor andere bedrijven een stuk lager ligt.’
Natuurlijk, aldus Van der Meulen, zijn bedrijven terughoudend in uitwisseling van kennis over echt nieuwe of in eigen huis ontwikkelde producten of technologieën.
Maar voor de rest is er niks geen gedoe met angst voor onderlinge concurrentie. ‘NPAL houdt zich hoofdzakelijk bezig met ontwikkelingen die zich al hebben bewezen. Een veiligheidsmaatregel die voor een concern als Avebe goed werkt kan ook voor Nobian of Friesland Campina interessant zijn.’

Verbetering is ook noodzaak

Dat onderwerp veiligheid op de werkvloer stond ook telkens hoog op de agenda. Van der Meulen: ‘Momenteel zijn we bezig met een groot project rond veiligheid bij drie grote bedrijven Teijin (kunstvezelproducent), Avebe en Frisia en hun belangrijkste onderaannemers. Dan blijkt dat er nog verrekte veel te winnen is met betere procedures en technieken.’
Er is veel verborgen innovatie bij mkb-bedrijven
Folkert van der Meulen - NPAL
Dat industriebedrijven zichzelf willen verbeteren is logisch, maar het is gezien de feiten ook nodig. Want de noordelijke bedrijvigheid presteert op een aantal belangrijke punten minder goed dan ondernemingen elders in het land.
Bedrijven zijn hier minder vernieuwend, het aandeel hoogtechnologische bedrijven is lager, ze groeien minder snel, het aantal banen groeit er trager en ze exporteren minder, over het algemeen ook een goede graadmeter van concurrentiekracht.

Achter de voordeur

Van der Meulen twijfelt niet aan de cijfers, maar zegt ook dat achter de voordeur van bedrijven meer gebeurt dan onderzoekers naar boven halen. ‘Bedrijven zijn innovatiever dan uit die onderzoeken blijkt. Het geldt vooral voor kleinere mkb-ondernemingen. Die vragen niet voor alles subsidie aan, die gaan gewoon aan de slag, ze doen gewoon. Ik ben ervan overtuigd dat er veel verborgen innovatie is bij die ondernemingen.’
Nu staat NPAL op een kruispunt van wegen, zegt Van der Meulen. Hij zou de blik willen verbreden naar het grotere mkb-bedrijf. De nieuwe man, Ton Driessen, komt uit zo’n bedrijf. ‘Hij is in staat daar de juiste snaar te raken.’ En wellicht is de kennis en de werkwijze van NPAL ook goed toe te passen in een heel andere sector, zoals de zorg bijvoorbeeld.
Uiteraard, zegt Van der Meulen, zou hij graag nog een aantal ondernemingen verwelkomen als lid, zoals Batavus in Heerenveen of DSM in Emmen. ‘Van die bedrijven waar andere ondernemingen van kunnen leren. Eigenlijk zou elk groot bedrijf zijn sterke punten moeten bijdragen. Ik zie dat ook als een verantwoordelijkheid van ze naar de regio.’
Groningse bedrijven mist hij trouwens nauwelijks. ’Allemaal NPAL-lid.’