Nanninga's Bos deels afgesloten: 'Als de letterzetter er eenmaal zit, dan gaat het hard'

De letterzetter is niet groter dan een speldenknop
De letterzetter is niet groter dan een speldenknop © ANP
Het Groninger Landschap heeft een deel van het zogeheten Nanninga’s Bos afgesloten voor publiek. De dode fijnsparren in het bos bij Zevenhuizen kunnen het elk moment begeven en dat kan gevaar opleveren voor wandelaars. De boosdoener? De letterzetter, een piepklein kevertje.
‘De letterzetter heeft hier flink huisgehouden en behoorlijk wat dooie bomen gecreëerd’, vertelt Bert Speelman van het Groninger Landschap. ‘We moesten kiezen: of we zagen alles om of we sluiten een deel af. We hebben gekozen een deel af te sluiten omdat het dode hout dan op natuurlijke wijze op de grond valt.’

'Ze vreten alles weg'

Volgens Speelman was de afgelopen jaren een walhalla voor het kevertje. ‘De jaren 2018, '19 en '20 waren heel droog, dan kan de boom geen hars aanmaken en toen hebben de kevers hun kans gegrepen. Als ze er eenmaal zitten, dan gaat het ook hard.’
Speelman legt uit waarom het donkerbruine, 5,5 millimeter grote diertje, zo schadelijk is voor de fijnspar: ‘De letterzetter gaat onder de bast zitten, graaft een geultje en legt eitjes. Dan komen de larven uit en die vreten alles onder de bast weg. De bast valt eraf, de boom wordt zacht en week of de wortel sterft af, en dan kunnen ze omvallen.’
'Als de letterzetter er eenmaal zit, dan gaat het hard'
Wandelaars kunnen nog steeds genieten van het grootste deel van Nanninga’s Bos. Is het echt zo gevaarlijk dat een deel moest worden afgezet? ‘Wij moeten keuzes maken. Volgens de wetgeving moeten we dit doen. We kunnen niet zeggen: daar staat een dode boom, maar als die omvalt zal er wel niemand in de buurt wezen.’

Nieuwe soorten

Als Speelman om zich heen kijkt, ziet hij alweer nieuwe bomen. ‘De fijnspar komt alweer op, maar ook lijsterbessen, eiken en hazelaars. Het bos wordt een stuk gevarieerder. We laten de natuur nu z’n gang gaan. De dode bomen verteren en dat is goed voor onder meer paddenstoelen, insecten, dassen, wormen en spechten.’
Bang voor een heuse letterzetterplaag is Speelman niet. ‘Oorspronkelijk staat de fijnspar in het middengebergte, daar is het van nature al iets vochtiger. Nee, dit wordt geen epidemie, maar als we veel droge zomers krijgen is de fijnspar wel een soort die er last van krijgt.’