Kamer: Kuipers moet rekening houden met regio bij besluit kinderhartchirurgie

Chirurgen voeren een hartoperatie uit
Chirurgen voeren een hartoperatie uit © ANP
Het extra onderzoek naar de concentratie van de kinderhartchirurgie is niet voor de zomer klaar. Dat heeft minister Ernst Kuipers van Volksgezondheid donderdag gezegd tijdens het debat met de Tweede Kamer. Hieronder de belangrijkste vragen en antwoorden uit dat debat.
De zogeheten 'impactanalyse' door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is later klaar dan verwacht. Dat onderzoek om alle voors en tegens nog eens tegen het licht te houden duurt namelijk zes tot zeven maanden, aldus Kuipers. De gevolgen worden niet alleen voor Groningen bekeken, maar voor alle andere betrokken ziekenhuizen. Daarom heeft de NZa meer tijd nodig.
Reacties van Kamerleden Van den Berg (CDA) en Paulusma (D66) op het debat

Vragen

Dan de belangrijkste vragen uit het debat op een rij.
Waarom viel het UMCG aanvankelijk af bij het besluit de kinderhartchirurgie te concentreren in twee ziekenhuizen?
Volgens deskundigen en gepubliceerde onderzoeken stond de positie van het Erasmus MC niet ter discussie, zegt Kuipers. Er moest dus gekozen worden tussen Utrecht en Groningen. 'De keuze was niet eenvoudig', zegt Kuipers in het debat Een van de redenen is dat er objectieve gegevens over het aantal uitgevoerde behandelingen ontbreken. Dat maakt vergelijken volgens hem lastig.
Uiteindelijk gaven andere factoren de doorslag, aldus Kuipers. 'Gelet op personele bezetting, capaciteit op de kinder-ic en de mogelijkheid om specialisten en zorgpersoneel van andere centra aan te trekken, deed Utrecht het beter.'
Welke gevolgen heeft het verdwijnen van deze zorg voor Noord-Nederland?
Over dit punt stellen meerdere Kamerleden vragen. Ze wijzen ook op de petitie van het UMCG, met meer dan een kwart miljoen handtekeningen.
Kuipers stelt dat de beeldvorming die is ontstaan niet klopt. Nergens verdwijnt de hele kinderhartzorg, alleen de interventies (operaties) zouden in het UMCG en Leiden/Amsterdam stoppen. Het veelgenoemde voorbeeld dat drenkelingen niet meer geholpen worden doordat de hart-longmachine niet meer bediend kan worden, klopt volgens Kuipers niet. Andere ziekenhuizen die geen kinderhartchirurgie doen, hebben wel degelijk zo’n machine, maar die wordt dan op het kind aangesloten door een kinderchirurg in plaats van door de hartchirurg.'
Kuipers geeft aan dat deze werkwijze al zo is in het oosten van het land en dat dit daar goed werkt.

Waarom is er bij dit soort besluiten niet meer aandacht voor de gevolgen voor patiënten?

Verschillende Kamerleden willen dat Kuipers bij zijn besluit rekening houdt met het belang van de regio. De minister reageert daarop dat geografische spreiding wel van belang is, maar dat de kwaliteit van de zorg voorop staat.
Kuipers stelt dat patiënten voor andere specialistische behandelingen ook grote afstanden moeten overbruggen. 'Een kind dat een protonentherapie moet ondergaan? Kan alleen in Groningen. Een kind dat een levertransplantatie moet ondergaan? Kan alleen in Groningen (...) Dat accepteert iedereen.'
Waarom steunde Kuipers als bestuurder van het Erasmus MC een plan voor drie ziekenhuizen (waaronder het UMCG) maar kiest hij als minister voor twee centra?
Groningen, Leiden en Rotterdam stelden voor om de zorg in deze drie centra te concentreren. Kuipers steunde dat plan als bestuursvoorzitter in Rotterdam. Als minister kiest hij de kant van zijn voorganger Hugo de Jonge, die besloot dat de kinderhartchirurgie tot twee centra moet worden beperkt.
Volgens Kuipers lukt het bij drie locaties niet om in alle centra het minimale aantal behandelingen te halen. Dat zou betekenen dat patiënten min of meer geforceerd over het land verspreid moeten worden, zodat overal voldoende ingrepen gedaan worden.
Bovendien, zo zegt hij, is de verwachting dat het aantal kinderen dat zo'n operatie moet ondergaan, in de toekomst verder afneemt.
Is Kuipers bevooroordeeld omdat hij tot voor kort bestuursvoorzitter van het Rotterdamse Erasmus MC was?
'Mijn familie komt sinds jaar en dag uit Groningen. Ik ben een Groninger, zou je kunnen zeggen', vertelt Kuipers, die verder ook in het VU Amsterdam en dus bij het Erasmus MC heeft gewerkt. Kortom: 'Bij een minister die uit het vak komt, zal er nu en in de toekomst, altijd een vermeend conflict of interest zijn.'
Om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen bekijkt Kuipers het hartzorg-dossier samen met de minister voor langdurige zorg en de staatssecretaris. 'U moet ervan uitgaan dat ik dit echt professioneel kan doen.'
Kan het extra onderzoek alsnog leiden tot concentratie in drie centra?
Kuipers zegt te verwachten dat, gezien alle feiten die hij kent, de conclusie zal zijn dat concentratie naar twee locaties nodig is. Voor de camera van RTV Noord zegt hij daar het volgende over:
Minister Kuipers: 'Twee hartcentra is logischer en beter dan drie'
Dat Kuipers zijn verwachting uitspreekt, neemt Maarten Hijink (SP) hem overigens niet in dank af. 'Daarmee loopt u op de zaken vooruit en legt u druk op het onderzoek.'
Khadija Arib (PvdA) deelt die kritiek. 'Als de uitkomst van de analyse al bij voorbaat vaststaat, waar zijn we dan mee bezig?', vraagt zij zich af. 'Dan houden we elkaar toch voor de gek?'
Kuipers antwoordt dat hij louter zijn mening geeft over wat hem het beste lijkt.