Door de mand: Kees Vlietstra geniet van kauwgum kauwende coaches

Kees Vlietstra
Kees Vlietstra © RTV Noord
Zaterdagochtend. Als je niet kunt verliezen, kun je dan wél winnen?
Met die vraag begon de laatste finale van het schaatsen op de Olympische Spelen. De massastart. Vrouwen. Dé race van Irene Schouten. Mooie zin: Als je niet kunt verliezen, kun je dan wel winnen? Moest direct aan vriend Jan denken. Jan uit Sappemeer. Die ging in onze eerste onderlinge wedstrijd (Nic.1-Goorecht 1, korfbal praten we dan over) achter me staan en fluisterde in mijn oor: 'Doe? Doe zelst nog n moal een vremde piep tebak roken.'
Irene Schouten won glorieus goud. Steller dezes won op punten van Jan en Jan zelf legde beslag op de derde helft. Mooie tijden. Terug naar de onze.
Zaterdagmiddag. Rondje Twitter. FC Groningen meldt dat er met ingang van volgend seizoen enkele mutaties zullen plaatsvinden in de jeugdopleiding. Paul Matthijs bijvoorbeeld moet vertrekken als jeugdtrainer van de Onder 18. De oud-speler van FC Groningen boven de 18 reageert zelf ook op Twitter: 'Talenten ontwikkelen is mijn passie en kwaliteit, helaas kan ik dit na dit seizoen niet meer laten zien bij de FC Groningen. Dit verwerken en dan kijken naar een nieuwe uitdaging. Kampioen van Nederland ???? o17 Suslov, Postema, Meijer, Van Kaam, Slor, Valente.'
Raar. Waarom moet Matthijs weg bij de jeugdopleiding van de FC? Zolang er geen reden wordt gegeven is er ruimte voor speculatie. Ook wel weer fijn. Door de tweet van Matthijs dwaalden mijn gedachten weer af.
Verbazing en bewondering. Met die mix keek ik in kleedkamer 2 van het MFC Engelbert hoe André Swart zijn benen in de steigers zette. Waar de doorsnee voetballer kousen over zijn scheenbeschermers aantrekt was de aannemer André bezig met een bouwproject. Zijn scheenbeschermers waren halve pvc-buizen. Die ramde hij om zijn schenen. En niet alleen om zijn schenen maar ook om zijn kuiten. Alles vakkundig afgezet met duct tape. Robocop. Klaar voor de strijd. Klaar voor een wedstrijdje 7-7. Engelbert-Oud FC Groningen.
Oud FC Groningen was veel beter dan Engelbert. Aloude kastje-muur verhaal. En waar sommigen van ons zich daar relativerend bij neerlegden en energie gingen sparen voor de derde helft ging André nog even vol op het orgel.
Paul Matthijs maakte aanstalten om André te passeren. Iets met een schaar. Geen handige gedachte van Paul. Een seconde later vloog de oud-middenvelder van de FC dan ook anderhalve meter door de lucht. Pvc-lancering. Bij de landing, na anderhalve achterwaartse salto, had Paultje last van lichte aardbevingsschade. André kwam nog wel even kijken bij de inslag. Hij hing over Matthijs heen. 'Sorry mienjong. Dee ik dat? Ik was net eem te loat!'
Mooie tijden. Terug naar de onze. Zaterdagavond. Alhoewel de kroegen weer tot 1.00 uur open mogen lag uw achtergrond-achtergrond-journalist op de bank. Korfbal kijken. Via livestreams. Op een gegeven moment zelfs drie wedstrijden tegelijk. Op laptop, tv en mobiel. Welke ploegen degraderen, welke clubs plaatsen zich voor de finale in Ahoy? Gedachten dwalen weer af. Drie wedstrijden worden er vier. 1999, finale in Ahoy. Nic.-PKC. Wat de mooiste wedstrijd uit onze carrière moest worden werd de meest desastreuze. Alles wat we fout konden doen deden we fout. We werden geveegd. Als je niet kunt winnen, kan je dan wel verliezen? Jazeker. Vreselijke tijden. Terug naar de onze.
Zondagochtend vroeg, heel vroeg. Column schrijven. Televisie aan. Olympische Spelen. Met de neus in de boter. IJshockeyfinale mannen. Finland-Rusland. Prachtige sport. Supersnel. Puck is bijna niet te volgen. Hoeft ook niet. Geniet van het lijnenspel. De vliegende wissels. De kauwgum kauwende coaches. De rauwe koppen onder de harde helmen. Het wenden, keren, draaien. Slapshots. Keepers in pakken waar André Swart een puntje aan kan zuigen.
De bodychecks tegen de plexiglas boarding.
Door die plexiglas boarding dwalen gedachten toch weer af. Naar het jaar 2000. Het jaar na onze deceptie in Ahoy.
Het was de tweede keer dat we naar Ahoy gingen. Het was een lange aanloop deze keer. Een weg met veel hobbels maar daarom misschien wel mooier. We snapten achteraf ook ineens dat de reis naar het doel groter was dan het doel zelf: Ahoy'.
Ahoy' met apostrof. Wat hadden we ons er op verheugd. We hadden geleerd van de eerste keer. Zal ons niet weer gebeuren. Wisten ook dat de voorbereiding cruciaal zou zijn. En dat we goed moesten eten. Energievoorraad op pijl brengen voor het belangrijkste evenement van het jaar. We zouden er direct op klappen. Gas geven.
Vlak voor Ahoy moest ik opeens poepen. Zal de spanning wel weer zijn geweest. Hoe dan ook was de nood hoog. Ondanks heftige protesten van mijn matties liet ik de chauffeur stoppen bij een restaurant vlak bij Ahoy' en vluchtte de wc in. Mijn matties lieten me niet zakken en stapten ook het restaurant binnen. En als je er dan toch bent kun je net zo goed een hapje mee eten. Hachee was het weekmenu. Vijf euro, geen geld voor een pré-Ahoy'-maaltijd. Energievoorraad aanvullen, zouden we nodig hebben voor de final countdown.
Toen ik terug kwam van het toilet zat iedereen al achter een bord dampende hachee. Het was een bijzonder eetcafé. Het rookverbod in de horeca was ook in Rotterdam ingevoerd. De bar in de vorm van een hoefijzer werd door een groot plexiglas scherm, een soort van ijshockey boarding maar dan tot aan het plafond, in tweeën gedeeld. Een rokers- en een niet-rokers-gedeelte. Zo konden de stamgasten met verschillende behoeftes elkaar wel zien maar konden ze niet met elkaar meeroken. De barman stond in het niet-roken-gedeelte. De bestellingen van de andere kant van het plexiglas gaf hij door een kattenluikje aan zijn klanten aan de andere kant. Ik keek bewonderend naar het rookgordijn. Ahoy schoot me direct weer door de kop.
Sprak mezelf moed in. 'Doe zelst nog n moal een vremde piep tebak roken.'
Na de hachee gingen we weer richting Ahoy'. De taxi stond met draaiende motor op ons te wachten. Het concert van Tom Jones was fantastisch.