Kamer eist objectief onderzoek naar model met drie kinderhartcentra

Minister Ernst Kuipers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tijdens het debat in de Tweede Kamer
Minister Ernst Kuipers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tijdens het debat in de Tweede Kamer © Laurens van Putten/ANP
De Tweede Kamer vraagt minister Ernst Kuipers van Volksgezondheid 'zonder vooringenomenheid' te laten onderzoeken of de kinderhartchirurgie in ons land ook bij drie ziekenhuizen kan worden ondergebracht.
Een motie met deze strekking van onder anderen PvdA-Tweede Kamerlid Attje Kuiken werd donderdag door een meerderheid van de Kamer gesteund. Dat betekent dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) dit aspect nadrukkelijk moet meewegen in haar onderzoek naar de gevolgen van de plannen van de minister voor de concentratie van de kinderhartchirurgie.

Kuipers: van vier naar twee kinderhartcentra

Kuipers maakte vorige week tijdens het Kamerdebat over de kwestie nog eens duidelijk dat wat hem betreft deze zeer specialistische zorg wordt teruggebracht van vier naar twee universitair medische centra, en dus niet van vier naar drie umc's. De D66-minister weet zich daarbij gesteund door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).
Ook de IGJ vindt dat een optimale kwaliteit van de kinderhartchirurgie alleen haalbaar is met twee gespecialiseerde centra. Drie is volgens de IGJ te veel, omdat er maar een handjevol artsen is dat dit specialisme beheerst en omdat het om relatief zeldzame operaties gaat.

Fel verzet

In de oorspronkelijke plannen van Kuipers waren het Erasmus MC in Rotterdam en het UMC Utrecht de twee uitverkoren ziekenhuizen. Het UMC Groningen en het Leids UMC zouden daarmee hun kinderhartchirurgie-afdeling kwijtraken. In Noordoost-Nederland stuit dit op fel verzet.
Mede daarom vindt de Kamer een heroverweging nodig, omdat 'de keuze tussen twee of drie hartcentra transparant op basis van onafhankelijk vastgestelde criteria en data genomen had moeten worden'.

Kamer: ook kijken naar andere aspecten

De Kamer vindt ook dat de minister niet alleen de medisch-organisatorische aspecten moet laten meewegen, maar ook moet kijken naar de gevolgen voor de regionale spreiding plus de impact op andere gespecialiseerde afdelingen en de opleidingscapaciteit van de betrokken ziekenhuizen. Een motie met deze strekking van onder anderen het Groningse D66-Kamerlid Wieke Paulusma werd donderdag eveneens aanvaard.

In tegenspraak

In totaal diende de Tweede Kamer twaalf moties over de kwestie in. De meeste daarvan werden aangenomen. Hiermee laat de Kamer blijken dat Kuipers er niet zo maar vanaf komt.
Kamerlid Wybren van Haga diende een motie in waarin hij expliciet vraagt om het kinderhartcentrum van het UMCG sowieso open te houden, maar dit voorstel werd verworpen. Bovendien maakte Kuipers vóór de stemming al duidelijk deze motie af te raden. De minister merkte daarbij op de motie van Van Haga in tegenspraak te vinden met de onbevooroordeelde heroverweging, die de Kamer verlangt.

Impactanalyse

De Nederlandse Zorgautoriteit is inmiddels begonnen met het onderzoek naar de gevolgen naar de eventuele sluiting van de kinderhartchirurgie van het UMCG. Op aandringen van de Kamer kijkt de NZa overigens ook naar de gevolgen voor de andere betrokken centra. Deze zogeheten 'impactanalyse' is naar verwachting aan het eind van de zomer of begin najaar klaar.