Deze dag: Groningers vieren olympische medaille

Schaatser Jan Pesman tijdens zijn huldiging
Schaatser Jan Pesman tijdens zijn huldiging © H. Pot/Nationaal Archief
Het werd een mooi feest in Holwierde, op 12 maart 1960. Het dorp was uitgelopen om landbouwer Jan Pesman te huldigen. Twee weken daarvoor won hij brons op de 5000 meter tijdens de Olympische Spelen. Het was niet eens zijn beste afstand. Als pure stayer gaf hij de voorkeur aan de tien kilometer.
Die derde plaats was dan ook een meevaller voor de Groninger, die het beste te omschrijven is als een klassieke laatbloeier. Een pure stayer bovendien. Hij was al 23 jaar toen hij zijn eerste wedstrijden reed op natuurijs. Hij maakte daarbij zoveel indruk, dat hij via de talentengroep in de kerngroep terechtkwam van wat toen de ‘Nederlandse Vereniging ter Bevordering van het Hardrijden op de Schaats’ heette.
Een jaar later eindigde hij als negende op het NK allround in Heerenveen. Als pure stayer kwam hij de jaren daarop nooit dichtbij een titel. Zijn beste uitslag was een vijfde plaats, op zowel het Europees als het Wereldkampioenschap van 1959. Te danken aan zijn hoge klasseringen op de vijf en tien kilometer.
Bondscoach Klaas Schenk, de vader van Ard, aarzelde niet de specialist op de lange afstanden mee te nemen naar de Olympische Spelen van 1960 in het Amerikaanse Squaw Valley. Op 25 februari stond de vijf kilometer geprogrammeerd.
De loting kon niet beter: in de elfde rit, na alle andere kanshebbers, tegen het Russische kanon Viktor Kositjkin. Maar het liep moeizaam, Pesman verloor uiteindelijk 14 seconden op zijn grote rivaal. Met een tijd van acht minuten en ruim vijf seconden eindigde hij bijna twintig tellen boven zijn persoonlijk record.
Coach Schenk schreeuwde tijdens de race vanaf de kant: ‘je ligt op brons!’ wat de Groninger voldoende moraal gaf, om dat vast te houden. Een medaille, en zijn beste afstand moest nog komen, de tien kilometer. Die verliep, twee dagen later, in het begin voortvarend: na negen rondjes had hij al negen seconden voorsprong op het schema van de Noorse favoriet Knut Johannesen.
Maar wat er toen gebeurde had hij nog niet eerder meegemaakt: ‘Ik werd stijf in de kont. Alles deed me zeer. In de bocht moest ik een extra slag maken.’ Het werd een enorme deceptie, en uiteindelijk een twaalfde plaats voor Jan.
Hij verweet later bondscoach Schenk, dat die hem niet op de olympische 1500 meter had laten starten, waardoor hij te lang niet had gereden en zijn ritme zou zijn kwijtgeraakt. Later was hij ook zelfkritisch: ‘Ik was te gretig’, zei hij over de indeling van zijn tien kilometer.
Jan Pesman overleed in de winter, op 23 januari 2014. Hij was 82 jaar. De KNSB schreef in een memoriam over de bronzen medaillewinnaar: ‘Eerzuchtig, eigengereid, keihard voor zichzelf en lastig voor anderen: Jan Pesman had alles in zich van een echte topper.’ De olympische tien kilometer was zijn laatste wedstrijd. Hij hield het daarna voor gezien.
Hij vond zijn deelname aan de Spelen lange tijd een gemiste kans, maar toen in 1998 mijn collega Klaas Jan Bos hem opzocht om samen te kijken naar het olympisch optreden van Marianne Timmer, bleek dat hij maar wat trots was op zijn medaille.
Jan Pesman schaatste dan ook in een tijd, waarin olympisch eremetaal voor Nederland een zeldzaamheid was. In 1960 was de totale oogst: een zilveren medaille voor kunstschaatsster Sjoukje Dijkstra en brons voor Jan Pesman. Hij werd daarom op deze dag in de geschiedenis, uitbundig gehuldigd en op een platte kar door zijn dorp Holwierde gereden.