Column: Jantje

Erik Hulsegge
Erik Hulsegge © RTV Noord
Ooit, het was het jaar van de eeuwwisseling, zat ik in een restaurant aan de Vissersdijk in Winschoten. Een plek waar het koekhuis was, even verderop Kuwi van de spijkers in allerlei soorten en maten zat en schuin tegenover ‘kraante’.
Ik was daar met een mooie jongedame. Voor, bij het raam, zaten nog een man en een vrouw en in de hoek achter ons een tafel met vier oude mannen. Het was er niet druk maar de sfeer ademde warmte en gezelligheid.
Die sfeer werd voornamelijk bepaald door de tafel met oude mannen. Vier mannen in pak, vier mannen waar je aan kon zien dat ze iets bereikt hadden in het leven. En waar je aan kon zien dat ze vrienden waren. Vrienden vanuit een ver verleden.
Mannen van dik in de tachtig die lachten om hun streken van vroeger, om het leven van nu. Vier paar ogen vol pret en genegenheid. De warmte van hun vriendschap stond in hun gezichten te lezen.
Een van die mannen herkende ik. Een hele bekende man uit mijn stad. Hij was de man van het meest roemruchte etablissement dat de streek ooit heeft gekend. Hotel Dommering was meer dan een hotel. Het was schouwburg, bar, dancing, danszaal, bioscoop en restaurant ineen.
Uit heel Nederland kwamen de mensen zich verpozen in het Carré van het Noorden. Artiesten uit de hele wereld, van André van Duin tot Wim Sonneveld, van Dave Berry tot Alan Price traden op voor volle zalen.
Alan Price was de oprichter van The Animals, die van de popklassieker The House of The Rising Sun. Geen kleine jongen in de muziek om het zo maar uit te drukken. Dat doet me denken aan een anekdote die ik in mijn nieuwe boek over een cultpoliticus beschrijf.
Een baldadige jongen met bijnaam Kleine Vlo gooide in Hotel Dommering een colaflesje naar het podium met daarop Price en zijn nieuw gevormde band.
Kleine Vlo had sowieso al een reputatie omdat hij zijn kunstgebit, op jonge leeftijd verkregen, in volle bierglazen van andere bezoekers van Dommering deponeerde. Die hadden logischerwijs geen trek meer in bier met kunstgebit. Kleine Vlo haalde vervolgens zijn kunstgebit eruit en dronk het bierglas met smaak leeg.
Het lege colaflesje dat Kleine Vlo naar het podium smeet, stuiterde op de piano en daarna op het hoofd van Alan Price. Die staakte meteen het optreden. Hotelbaas Bé Dommering moest er zelf aan te pas komen om Price weer het podium op te krijgen. Kleine Vlo was ‘m toen al lang gesmeerd.
Diezelfde Bé Dommering zat decennia later een tafel verder dan mijn tafel te genieten met zijn oude vrienden in het restaurant aan de Vissersdijk. Een week later las ik in de krant dat hij was overleden op 84-jarige leeftijd.
Dit schoot door mijn hoofd toen ik het hoorde van Jantje. Jantje woonde bij mij in de straat, aan het eind op de hoek. Helaas moet ik hier zeggen woonde. Want Jantje is niet meer onder ons. En dat muit mie.
Prachtmens. Altijd in voor een praatje en altijd met een lach. Ik voerde met haar gesprekken over vroeger. Wat ze beleefde als dochter van de dorpsslager en hoe ze haar Lutje Gertje had ontmoet. De trots in de stem als ze het had over haar zoons en dan de relativerende lach over hun strapatsen.
Ruim een maand geleden zat ik met een mooie jongedame in een restaurant in de lange winkelstraat. Alle tafeltjes in de oude bakkerij waren bezet. Wij zaten helemaal achterin bij de keuken en de achterdeur. In de hoek naast ons tafeltje zaten twee vrouwen en een man op leeftijd.
De twee vrouwen zaten met het gezicht naar mij toe, de man er tegenover. Ze hadden geanimeerde gesprekken over alles. De ene vrouw voerde de boventoon. Zonder dat ik had gekeken, hoorde ik wie het was: Jantje.
Met een glimlach op de mond zocht ik haar blik. Ik hoefde niet lang te zoeken want ik kreeg meteen grote ogen van verbazing en een gulle lach terug.
Ik hoorde flarden van het gesprek wat daarna volgde aan het tafeltje verderop. ‘Erik Hulsegge… van Noord…. verhoaltjes…Noordmannen… elke zundagmorgen…. mou’je ook n moal luustern…’
Jantje hees mij tegenover de andere tafelgasten op het schild. De laiverd. De hele avond had het drietal op leeftijd dikke pret. Meestal was Jantje aan het woord en luisterden de andere twee.
Met een zwaai en een gulle lach nam Jantje afscheid van ons. ‘Zundag gaai ik weer luustern hor.’ Het was het laatste wat ik van haar hoorde en van haar zag. Een week later is ze op 83-jarige leeftijd overleden.
Tja, dat muit mie. Helemaal omdat ik al heel lang en heel vaak met haar had afgesproken dat ik een keer bij haar langs zal komen. Op een of andere manier is het erbij gebleven.
Dat muit mie. Dat spiet mie. Dat spiet mie donders.

Erik Hulsegge