Deze dag: uitspraak tegen treinkapers

Archiefbeeld van de treinkaping in december 1975
Archiefbeeld van de treinkaping in december 1975 © Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid
De zeven Zuid-Molukkers die de trein bij Wijster hadden gekaapt, werden allemaal tot dezelfde straf veroordeeld: 14 jaar cel. De rechtbank in Assen was van mening dat ieders verantwoordelijkheid ‘in beginsel gelijk was’. Het vonnis werd uitgesproken op de ochtend van deze dag, 26 maart 1976.
De rechter oordeelde dat Eli H. weliswaar als de initiatiefnemer kon worden beschouwd, maar dat hij ook het meest onder druk had gestaan, voor en tijdens de kaping. Volgens de rechtbank verminderde dat zijn persoonlijke aansprakelijkheid. Eli H. schoot in twee gevallen een gegijzelde dood.
Bij het drama werden behalve machinist Hans Braam, de passagiers Leo Bulter en Bert Bierling door de kapers vermoord. Eli H. pleegde in 1978 zelfmoord in zijn cel. Onder de gegijzelden bevond zich de hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden, Ger Vaders. Hij schreef later ‘IJsbloemen en witte velden’ over zijn dagen in de gekaapte trein.
De Nederlandse overheid had de Zuid-Molukkers die in 1951 noodgedwongen vanuit Indonesië naar Nederland waren gekomen, voorgespiegeld dat het om een tijdelijke maatregel ging. Ze zouden op termijn kunnen terugkeren naar hun eigen staat op de Molukken. Maar Nederland kon of wilde de belofte niet nakomen. Molukkers werden onder meer ondergebracht op Schattenberg. Een idyllische naam, voor wat in de oorlog kamp Westerbork was geweest.
‘We zijn zo trots op u’, zei mijn collega Niiwino Geertsema op de begrafenis van zijn oma, enkele jaren geleden. Zijn grootouders waren met verwachtingen naar Nederland gekomen. Die nog werden versterkt door plechtige beloftes. Die Nederland nooit kon of wilde nakomen. Het zette kwaad bloed. Het bracht een latere generatie ertoe om te proberen, het vooruitzicht op een eigen vrije Molukse republiek in Indonesië af te dwingen. Een gewelddadige noodkreet.
De opa’s die vochten voor Nederland in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, het KNIL, en hun vrouwen en kinderen kwamen voor een korte periode naar Nederland. Ze moesten tenslotte blijven, tegen wil en dank. Die mannen waren bijna allemaal getraumatiseerd. Het was vooral aan de vrouwen om hier een bestaan op te bouwen voor zichzelf en hun kinderen. De grootouders van Niiwino gingen bij Niemeyer aan de slag. Probeerden een plekje te veroveren in die nieuwe wereld.
Op YouTube is de documentaireserie Dutch Approach te zien. In vier delen vertellen hoofdrolspelers wat er zich afspeelde tijdens de kapingen. Ook de handelswijze van de overheid wordt belicht. ‘Niets doen, afwachten’, is daarbij het voornaamste devies. Vlak nadat de kapers bij De Punt zich hebben overgegeven, schrijft gegijzelde Ger Vaders in het Nieuwsblad over deze manier van doen. Hij karakteriseert de minister van Justitie Van Agt als ‘een nul’. Immers, zijn beleid ‘kan de kapers tot extremiteiten hebben gebracht die zij eigenlijk zelf niet wilden’.
Volgens Niiwino Geertsema ‘is de boosheid er nog steeds’ maar is die door de jaren heen wel milder geworden. Kapingen zullen er niet meer komen. Destijds nog wel. Op deze dag, 26 maart 1976, kwam het vonnis tegen zeven kapers. De pijn en de wanhoop bleven. Ruim twee jaar later werd bij De Punt opnieuw een trein gekaapt.
Deel 1 van documentaireserie Dutch Approach, over de treinkapingen.