Onderzoek: Amateurkunstorganisatie Vrijdag is niet zichtbaar genoeg voor amateurkunstverenigingen

Een impressie van de nieuwbouw van kunstencentrum Vrijdag
Een impressie van de nieuwbouw van kunstencentrum Vrijdag © NEXT/Koschuch
Vrijdag, de organisatie voor de amateurkunst in Groningen, levert niet datgene wat wel was beoogd toen de organisatie ontstond in 2013. Dat blijkt uit een onderzoek van de Rekenkamer van de gemeente Groningen.
Vrijdag ontstond zo'n tien jaar geleden uit een fusie tussen de Stedelijke Muziekschool Groningen en de Kunsten Centrum Groep. De gedachte achter de fusie was onder meer dat er op één plek een totaalaanbod zou komen van kunst en cultuur. Dat is behaald, maar een aantal andere doelen niet.
Zo had de organisatie een spin in het web moeten zijn voor het verenigingsleven en zou het minder afhankelijk moeten zijn van subsidie, volgens de onderzoekers is dat in beide gevallen niet gelukt. Vrijdag kreeg bij de oprichting elf zogenoemde fusiedoelstellingen mee. daarvan zijn er slechts vier volledig 'behaald', drie 'enigszins' en vier 'onvoldoende'. Dat valt op te maken uit het rapport van de Rekenkamer.

De wijken in

De onderzoekers concluderen dat er gaten vallen in het aanbod van gespecialiseerd muziekonderwijs en het bieden van een platform aan amateurkunstverenigingen. De gemeente zou in de loop der jaren de doelstellingen van de fusie ook onvoldoende gevolgd hebben.
Verder zouden zowel het stadsbestuur als de gemeenteraad duidelijk moeten maken wat de organisatie moet bereiken. De organisatie zelf zou eveneens scherpere keuzes moeten maken en meer de stadswijken in moeten trekken. Zo moet Vrijdag ook meer inzetten op cultureel ondernemerschap en dan met name het ontwikkelen van eigen inkomsten. Het innen van subsidie wordt niet als eigen inkomst gezien. Omdat ze te weinig een spin in het web zijn voor de amateurverenigingen willen de onderzoekers ook dat ze meer de boer op gaan en met die verenigingen in contact komen om de wensen en behoeften op een rij te zetten.

Muziekonderwijs

Wat betreft de kritiek op het muziekonderwijs, de onderzoekers concluderen dat die ontwikkeling kan leiden tot een minder grote doorstroom van muzikanten naar amateurverenigingen, conservatoria en dus naar de professionelere orkesten. 'Dergelijke ontwikkelingen zijn van (negatieve) invloed op het gepropageerde imago van Groningen als cultuurgemeente', valt in het onderzoek te lezen. Sinds 2014 kloppen er minder mensen aan voor muziekles. Dat zou komen door een onduidelijk aanbod, maar ook omdat de lessen duurder en korter zijn geworden.
Naar verwachting zal de gemeenteraad zich binnen afzienbare tijd nog gaan uitspreken over het onderzoek van de Rekenkamer.