‘Het duurt soms veel te lang, daar doen we kinderen echt tekort.’

Kinderfietsjes (foto ter illustratie)
Kinderfietsjes (foto ter illustratie) © ANP / Hollandse Hoogte / Kees van de Veen
Kinderrechters luidden de noodklok vorige week. Ze vinden de onderzoeken van de jeugdhulpverlening zo slecht, dat zij niet kunnen bepalen of een kind wel of niet thuis kan blijven wonen.
RTV Noord sprak met verschillende professionals uit onze regio die met jeugdhulpverlening en uithuisplaatsing te maken hebben. Zij erkennen het tekort aan ervaren jeugdhulpverleners, maar nuanceren ook het beeld van misstand op misstand.

Vanuit het theorieboekje

De Stadskanaalster advocaat Hans Klopstra staat ouders bij die te maken krijgen met uithuisplaatsing van hun kinderen. Hij maakt zich ernstige zorgen.
In de praktijk ziet hij dat de gecertificeerde instellingen (in het kort GI’s), zoals Jeugdbescherming Noord, kampen met een groot tekort aan personeel en veel verloop. Klopstra: ‘Het zijn vaak hele jonge mensen. Ze komen net van school, hebben weinig maatschappelijke ervaring en zelf geen kinderen. Vanuit het theorieboekje begeleiden ze zo’n gezin.’

'Te veel macht bij jeugdzorg'

De GI’s hebben volgens Klopstra bovendien te veel macht omdat ze nauwelijks worden gecontroleerd. ‘En zoals dat gaat bij instellingen met macht vinden ze zelf dat ze altijd gelijk hebben’, aldus Klopstra. Volgens hem zou een kinderrechter meer mogelijkheden moeten hebben om de GI’s te toetsen.
Deze scheve machtsverhouding wordt onderstreept door een rapport van Leidse onderzoekers. Kinderrechters zouden bijvoorbeeld onvoldoende kunnen controleren of uithuisplaatsing van een kind noodzakelijk is. Ook biedt de wet rechters op dit moment weinig ruimte om iets te zeggen over de invulling van de uithuisplaatsing. Zoals hoe vaak er contact is met de biologische ouders of waar het kind komt te wonen. Bij een verzoek om uithuisplaatsing kan een rechter eigenlijk alleen maar ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden.
Ik lees dan dat het niet goed gaat met een kind, maar wat is de bedreiging voor zijn ontwikkeling?
Wiebe Claus, rechtbank Noord-Nederland

Onmachtige rechters?

Rechter Wiebe Claus van rechtbank Noord-Nederland legt uit dat een rechter wel degelijk een aantal mogelijkheden heeft. Zo kan de rechter een verzoek om uithuisplaatsing afwijzen als hij vindt dat de instanties met meer informatie moeten komen.
Ook komt het vaak voor dat de uithuisplaatsing wordt toegekend voor een kortere periode dan is gevraagd. ‘Na die korte periode is er weer een zitting waarin we kijken wat de stand van zaken is en wat er ondertussen is gebeurd’, aldus Claus.
Uithuisplaatsing is volgens hem een zwaar middel dat alleen wordt ingezet wanneer er een zogenoemde ontwikkelingsbedreiging is voor het kind. Maar, ‘waar die bedreiging uit blijkt, staat niet altijd duidelijk beschreven in het verzoek. Ik lees dan dat het niet goed gaat met het kind, maar wat is de bedreiging? Want dat is juist waaraan gewerkt moet worden na de uithuisplaatsing.’

Ervaren collega's vertrekken

Heeft jeugdhulpverlening te weinig goede mensen om het werk te kunnen doen? En krijgen rechters daardoor onvoldoende informatie?
Nathalie Kramers is bestuurder bij Jeugdbescherming Noord. Zij herkent de hoge werkdruk en ziet mede daardoor ervaren collega’s weggaan. Maar dat rapportages daardoor van slechte kwaliteit zouden zijn, bestrijdt ze. ‘Het kan natuurlijk altijd beter, maar we onderbouwen de zaak altijd zo goed mogelijk.’
Ook herkent ze niet dat rechters niet zelf zouden kunnen toetsen wat er voorligt. ‘Onze mensen worden juist heel kritisch bevraagd.’
V.l.n.r.: Hans Klopstra, Susan Ketner, Wiebe Claus, Nathalie Kramers en Jan de Vries
V.l.n.r.: Hans Klopstra, Susan Ketner, Wiebe Claus, Nathalie Kramers en Jan de Vries © Fotobewerking: Hielke Bosch

Feiten en meningen lopen door elkaar

Wanneer je als ouder bij de hulpverlening een negatief stempel hebt, is het volgens advocaat Klopstra moeilijk om daar weer vanaf te komen. ‘Ouders voelen zich machteloos, vaak vinden ze het moeilijk hun emoties te kanaliseren. Een hulpverlener trekt dan al snel de conclusie 'zie je wel, het kind is niet veilig thuis'. Terwijl het mij nogal logisch lijkt dat je boos wordt als iemand je kind afpakt.’
Jan de Vries heeft in zijn werk als kinderpsycholoog veel te maken met uithuisplaatsingen en pleegzorg. Ook hij ziet dat in rapportages feiten en meningen door elkaar lopen. Maar er zitten ook heel gedegen dossiers tussen. Het is soms als ouder dus ook ‘pech’ of ‘geluk’ hebben wie je treft.
Als er iets misgaat met een kind, roept iedereen 'waarom is dit kind niet uit huis gehaald?'
Jan de Vries, kinderpsycholoog
Aan de andere kant kun je het als jeugdhulpverlening volgens hem ook niet snel goed doen. ‘Wanneer er iets misgaat met een kind roept iedereen 'waarom is dit kind niet uit huis gehaald?'.'
Kramers van Jeugdbescherming Noord benadrukt dat juist het uit elkaar houden van feiten en meningen binnen hun werk belangrijk is. ‘Daarom is het ook nooit een rapport van ons alleen. Bijvoorbeeld de psycholoog, een docent op school, maar ook de ouders en kinderen komen aan het woord.’ Bij de beslissing wat het beste is voor een kind, zijn altijd meerdere mensen betrokken.
Kramers: ‘Onze filosofie is zo thuis als mogelijk, dus we kijken altijd eerst of een lichter alternatief mogelijk is. Uithuisplaatsing is echt het laatste middel.’
De toeslagenaffaire
De discussie over uithuisplaatsing is extra actueel nu gebleken is dat sinds 2016 liefst 1675 kinderen uit huis zijn geplaatst van ouders die slachtoffer zijn van de toeslagenaffaire. Wetenschappers sluiten niet uit dat dit een gevolg is geweest van de financiële problemen waarin ouders verkeerden.

In de wet zou niet duidelijk genoeg staan dat uithuisplaatsing alleen mag als ouders hun opvoeding op de verkeerde manier invullen, bijvoorbeeld door hun kind te mishandelen. En dus dat het geen gevolg mag zijn van financiële problemen.

Susan Ketner is lector Integrale aanpak kindermishandeling aan de Hanzehogeschool, haar leeropdracht richt zich onder meer op de ondersteuning van ouders. Ketner: ‘Het zijn altijd complexe problemen die uithuisplaatsingen veroorzaken, nooit één ding. Maar die complexe problemen kunnen natuurlijk wel getriggerd zijn door financiële problemen.’

Wat volgens haar niet betekent dat kinderen van toeslagenouders dus automatisch weer naar huis zouden moeten. ‘Soms is het niet in het belang van het kind om direct terug te gaan naar de ouders, ook als de ouders onrecht is aangedaan’, aldus Ketner. ‘Stel: twee kinderen worden mishandeld. Het ene als gevolg van de financiële problemen door de toeslagenaffaire en het andere niet. Laat je dat ene kind dan wel naar huis gaan?

Dossiers blijven liggen

Na de uithuisplaatsing gaan de problemen verder. Rechters zouden niet goed kunnen controleren of er door de hulpverlening voldoende gedaan wordt om ouders te helpen, zodat kinderen weer thuis kunnen wonen.
Advocaat Klopstra ziet dit vaak misgaan. Wanneer na een jaar in de rechtbank wordt getoetst of de uithuisplaatsing nog moet blijven bestaan, hoort hij vaak zeggen dat ‘het plan van aanpak nog niet van de grond is gekomen’, door een gebrek aan personeel, omdat mensen ziek waren of vertrokken zijn.
‘Oftewel, het dossier is blijven liggen’, aldus Klopstra. ‘Een rechter kan dan een jong kind terugsturen naar een gezin waar aan de omstandigheden nog weinig is veranderd. Of hij laat het langer uithuisplaatsen.’
Het kind woont ergens anders en ondertussen komt de behandeling niet op gang. Daar zit de grootste pijn
Nathalie Kramers, Jeugdbescherming Noord
Kramers van Jeugdbescherming Noord stelt dat dit een probleem is van de hele zorgketen. ‘Wij zijn afhankelijk van anderen als het gaat om het vinden van de juiste behandelaar of een goed plekje voor het kind, overal zijn wachtlijsten.’ Ze erkent dat het daardoor te lang duurt voor zaken opgepakt kunnen worden.
‘En daar zit de grootste frustratie en pijn, bij de rechters maar ook bij onze mensen. Het kind woont ergens anders en ondertussen komt de behandeling niet op gang’, aldus Kramers. ‘Het duurt soms veel te lang, daar doen we kinderen echt tekort.’

De tijd tikt

Ondertussen verstrijkt de tijd, tijd die kinderen en hun ouders nooit meer kunnen inhalen. Het streven is altijd dat kinderen weer teruggaan naar hun ouders. In de richtlijnen voor uithuisplaatsing staan zogenoemde ‘aanvaardbare termijnen’. Dus binnen welke termijn ouders en kind moeten weten of het kind nog terug kan naar het eigen gezin.
Kinderen komen in een situatie dat ze worden vervreemd van hun ouders
Hans Klopstra, advocaat
Lukt het binnen die termijn niet, dan wordt het ouderlijk gezag definitief beëindigd. Het is in theorie dus mogelijk dat een kind vooralsnog niet meer thuis komt te wonen omdat de behandeling niet van de grond is gekomen, zo erkent ook rechter Claus. Volgens hem is dit wel uitzonderlijk en bestaat de mogelijkheid dat op lange termijn het gezag weer wordt hersteld.
Advocaat Klopstra op dit moment in een situatie dat ze worden vervreemd van hun ouders. ‘Dat mag geen argument zijn. Dat kinderen niet terug kunnen naar de ouders omdat een plan van aanpak niet van de grond is gekomen of er geen onderzoek gedaan is. Kinderen komen in een situatie dat ze worden vervreemd van hun ouders.’
Die ‘aanvaardbare termijnen’ staan op dit moment ter discussie. Kinderpsycholoog De Vries: ‘Vroegere hechtingstheorieën gingen ervan uit dat na een bepaalde tijd een kind beter niet terug kon naar de ouders, omdat het gehecht zou zijn aan de pleegouders. Daar komt men nu op terug. Een kind zou zich aan meerdere mensen tegelijk kunnen hechten.’
We werken achter elkaar in plaats van met elkaar
Nathalie Kramers, Jeugdbescherming Noord

'A hell of a job'

De oplossing voor alle problemen ligt volgens de mensen waarmee we spraken deels in het helpen van een gezin voordat het uit de hand loopt. Maar dan moet die hulp er wel zijn.
Met het overgaan van de jeugdhulp naar de gemeentes in 2015 is het er niet beter op geworden. Rechter Claus: ‘Met het ingaan van de nieuwe Jeugdwet hield het rijk ook meteen de hand op de knip, er zijn ordinaire bezuinigingen doorgevoerd.’
Volgens Kramers is het hele systeem te ingewikkeld geworden en daarmee de administratieve last voor haar medewerkers te hoog. Ook is het zorglandschap te versnipperd geraakt: ‘Als je in Groningen alle jeugdzorgprofessionals op een rij zet heb je voldoende mensen om het goed te doen voor de kinderen. Maar we werken achter elkaar in plaats van met elkaar.’
Daarnaast weten ouders hulp vaak niet te vinden of is de stap om hulp te vragen te groot, uit schaamte of juist omdat ze bang zijn te maken te krijgen met instanties of uithuisplaatsing. Wanneer het dan toch tot in de rechtbank is geëscaleerd voelen ouders zich vaak machteloos door alles wat er op ze afkomt.
Rechter Claus benijdt de jeugdzorgmedewerkers alvast niet, want ‘Het is a hell of a job. We hebben het over ingrijpen in het gezag van ouders, dat is stevige kost.’
RTV Noord is op zoek naar kinderen, ouders en professionals die te maken hebben (gehad) met uithuisplaatsing. Wil jij je verhaal delen? Mail dan naar adozeman@rtvnoord.nl