Hotel in Winschoten neemt Oekraïense vluchtelingen in dienst: ‘Is er nog strijkwerk?’

Ania is gevlucht uit Oekraïne
Ania is gevlucht uit Oekraïne © Marco Grimmon/RTV Noord
Het City Hotel in Winschoten heeft acht Oekraïense vluchtelingen in dienst genomen. De vluchtelingen koken, ruimen af en halen bijvoorbeeld een dweil door het hotel.
De gewerkte uren schrijven ze op en ze krijgen betaald volgens Nederlandse maatstaven.

Betaald werk

Het is 12:30 uur als vanuit de keuken karretjes af en aan rijden. Daarop liggen geen kaiserbolletjes of croissantjes, maar Oekraïense gerechten: grote pannen met soep en maaltijden met wortels, uien en rijst. Het eten is gemaakt door de Oekraïners zelf.
In het hotel verblijven sinds maart dit jaar 44 gevluchte Oekraïners. Eigenaresse Karin van Beek: ‘Wij zijn vanuit de gemeente verplicht om deze mensen lunch en avondeten aan te bieden. Maar wat zij eten is anders dan wat wij gewend zijn. En onze kok werd ziek. Dus toen dacht ik: wie kan nou beter hun gerechten koken dan zijzelf?’
Zodoende staan vier van de acht vluchtelingen in de keuken. Zij bereiden het eten voor de lunch en het diner en worden daarvoor betaald door uitbaters Tom en Karin Van Beek. Daarvoor gebruiken zij het bedrag dat de gemeente overmaakt als vergoeding voor de opvang van de vluchtelingen. Hoeveel geld dat is, wil Karin liever niet zeggen. ‘Maar natuurlijk houden wij er geld aan over. Wij zijn ook ondernemers die rond moeten komen.’
Karin van Beek van City Hotel Winschoten
Karin van Beek van City Hotel Winschoten © Marco Grimmon/RTV Noord

‘Is er nog strijkwerk?’

Een van de nieuwe werknemers is de 27-jarige Ania. Zij verblijft nu twee maanden in Nederland en is blij dat zij nu betaald werk heeft. ‘Het is heel erg belangrijk voor mij dat ik hier kan werken. Ik krijg daar geld voor, daarmee kan ik mijn familie helpen. Mijn moeder is nog in Oekraïne, dus ik stuur het geld naar haar toe.’ Van Beek: ‘Ik krijg hier kippenvel van.’
Elke vluchteling heeft zijn of haar eigen verhaal, maar de acht nieuwe medewerkers van het hotel hebben in elk geval één ding gemeen: ze willen allemaal dolgraag aan het werk. Van Beek: ‘Het is niet normaal hoe actief ze zijn! Ze willen echt alles wel doen. Op een gegeven moment kwam iemand naar me toe: ‘Karin, is er nog strijkwerk?’
De vluchtelingen dekken de tafels, koken, wassen af, dweilen, stofzuigen en vouwen de was op, maar de kamers mogen ze niet schoonmaken. Daar is heel bewust voor gekozen. Van Beek: ‘Dat vind ik niet goed. Ik ben bang dat mensen dan elkaars privé-spullen zien, daar kun je roddels van krijgen. De slaapkamer is ieders eigen plekje.’

Communiceren

De Oekraïners spreken maar weinig Engels, maar dat is in dit geval geen probleem. Van Beek spreekt namelijk een beetje Russisch. Ze legt uit: ‘Ik zat elke dag zo’n drie uur in de auto, van en naar mijn werk. En ik wilde die tijd nuttig besteden. Eerst wilde ik mijn Duits verder verbeteren, maar toen viel mijn oog op een cursus Russisch. Die heb ik destijds gevolgd en dat komt nu best goed uit, haha.’
Zolang als de Oekraïners in het hotel verblijven, blijven ze in dienst. Van Beek: ‘En zodra zij naar een andere plek toe gaan, stopt het contract ook. Dat lijkt me logisch. Ze koken nu voor elkaar, dat is dan niet meer nodig.’