Deze Dag: van Arend Apol tot Berend Bepol

Groningen telde in de loop der eeuwen honderden scheepsbouwers, maar slecht eentje werd hoofdpersoon in een roman. Berend Bepol in het boek 'De nieuwe Man' van Thomas Rosenboom is gebaseerd op scheepsbouwer Arend Apol. Op deze dag in 1955 ging het laatste schip van zijn werf aan het te smalle Damsterdiep in Wirdum te water.
Het bedrijf verhuisde naar het bredere Eemskanaal in Appingedam. Maar de verhuizing stelde de ondergang van de werf alleen maar uit. Het moest later fuseren met Niestern in Delfzijl en de naam Apol verdween uit de scheepsbouw. Als Bepol leeft hij echter voort in de literatuur.
Tegenwoordig kun je er tweedehands auto-onderdelen kopen en niets doet meer herinneren aan de bloeiende scheepswerf die ooit op dit terrein aan het Damsterdiep in Wirdum zat. Maar dat was dan ook een flink stuk terug in de tijd. Op 28 mei 1955 gleed het laatste schip dat hier gebouwd werd, de coaster ‘Kars’, overdwars het water in.
Het Damsterdiep is prachtig om in te kanoën, maar voor de scheepsbouw is het totaal niet geschikt. Die conclusie trokken de scheepsbouwers van Apol ook. Daarom vertrokken ze na de tewaterlating van de 'Kars' naar een nieuwe werf aan het bredere Eemskanaal.
Arend Apol (1866-1950) was van huis uit aannemer. Daarvoor had je in die tijd veel hout nodig en zo kwam hij in de houthandel terecht. Vrachtauto’s waren nog duur en zeldzaam in die tijd en vervoer ging veelal over het water in ijzeren pramen. In plaats van die te huren kon je ze beter kopen, dacht Apol. En als je ze zelf niet nodig had kon je ze weer verhuren, bijvoorbeeld om aardappelen en suikerbieten naar de fabrieken te vervoeren.
In 1923 bezat Apol zo'n tachtig pramen in alle soorten en maten en stond hij bekend als 'de pramenkoning' van het Damsterdiep. Al die pramen hadden onderhoud nodig, dus bouwde Apol een helling om ze uit het water te halen. Het is dan nog maar een kleine stap naar het zelf bouwen van pramen: dat gebeurde vanaf 1913 dan ook op de Scheepswerf Apol Wirdum.
De werf groeide en bloeide. Maar Apol was bovenal een goede zakenman die zich telkens aanpaste aan de veranderende wereld. Hij zag dat de pramen concurrentie kregen van vrachtauto's en van motorschepen. In 1922 bouwde hij daarom zijn eerste binnenschip met dieselmotor. Langzaam maakte de bouw van pramen plaats voor de bouw van sleepboten en binnenvaartschepen.
Tot de Tweede Wereldoorlog lukte dat allemaal prima aan het Damsterdiep. Maar dat veranderde na de bevrijding. Tijdens de oorlog was Arend Apol teruggetreden als directeur en zijn zonen maakten na de oorlog een ambitieuze herstart. Ze begonnen met de bouw van coasters; kleine zeegaande schepen.
Ook daarin was de werf van A. Apol - zoals het bedrijf bleef heten - succesvol, maar het liep al snel op tegen de beperkingen van het Damsterdiep en de bruggen die daar in zaten. De smalste brug was maar 7.20 meter breed en dat is voor een zeeschip erg weinig. Er werd grond gekocht aan het brede Eemskanaal, waarna het bedrijf in 1955 verhuisde en verder ging als de 'N.V Scheepswerf Appingedam v/h Apol'.
Dat had wel iets romantisch en mysterieus, moet schrijver Thomas Rosenboom hebben gedacht. Een scheepswerf flink ver van zee dat schepen te water liet in een prachtig, maar smal en ondiep kanaaltje. Dat vraagt toch om problemen? En het gaat inderdaad helemaal mis op de werf van Berend Bepol, zoals de hoofdfiguur van het boek 'De Nieuwe Man' werd gedoopt. Of eigenlijk het gaat mis vlak náást de werf waar de schoonzoon/compagnon van Bepol een enorme sleepboot bouwt voor een Duitse opdrachtgever. Maar ja, die schoonzoon was eigenlijk ook een concurrent geworden, terwijl hij was begonnen als meesterknecht van Bepol en... leest u zelf maar hoe het afloopt.
De roman verscheen in 2003 en werd een groot succes: er werden meer dan 100.000 exemplaren van verkocht. De werf van Apol in Appingedam bestond, met de gebruikelijk ups en downs, nog tot 1973. Toen fuseerde het met concurrent Niestern in Delfzijl. De schoonzoon van Bepol in de roman 'De nieuwe Man' is een scheepsbouwer met de naam Niesten. De werf van Niestern is inmiddels weer een fusie verder en is nu een bloeiend bedrijf onder de naam Koninklijke Niestern-Sander. Arend Apol overleed in 1950 en moet het doen met dit eerbewijs in Deze Dag.