Column: Het laatste winkeltje

Erik Hulsegge
Erik Hulsegge © RTV Noord
‘Haal maar even drie stronken witlof, twee paprika’s, een zak appels en een maaltje malta’s. En dan mag je zelf ook een ijsje kopen.’ Ik moest ‘op boodschap’ van moe en dat was als leutje rooie nou niet bepaald mijn favoriete hobby.
Dat wist mijn moeder ook en met een ijsje paaide ze haar onwillige zoon. Op mijn metallic rood fietsje ‘knapte’ ik met moeders portemonnee in een blauw/wit gestreepte boodschappentas over het tegelpad naar Bulder van de groenten en het fruit.
Voorbij slager Hassing, winkeltje Sijsling, het postkantoor, garage Mulder, links in het Molenstraatje bakker Bolwijn, taxi en benzine Schuitema, kapper ‘negen-en een-kwart’ Abbas (hij miste een stuk van z’n vinger), drogist ‘Kromme Rugge’ Meerman, de kruidenierswinkel van Be en Bina en manufacturenzaak Zuiderveen. Meteen na de school kwam Bulder.
Verderop aan de Hoofdweg had je nog de boerenleenbank van Jager, het dorpscafé van Simon en Sientje en de winkel van sinkel van Ko ‘Botterlippe’ Hilgenga. Voor groente en fruit moest je bij Bulder zijn. Bulder en Co stond er op de gevel, want behalve Lammert zat ook broer Jurrie in de zaak.
Die reed met een grote kar door ons dorp en die aan ‘aanderkaant spoor’ om de aardappels, preien, mous en aanverwanten aan de man te brengen. De broers waren groot geworden op de groentekwekerij van pa en wisten alles van groenten en fruit.
Voor de ingang van de winkel, die schuin achter en naast het woonhuis stond, bevond zich de vrieskist met de ijsjes. Vanuit het raam van de school kon ik de ijscobak zien staan. Op een warme zonnige vrijdagmiddag als meester De Maar voorlas uit Beekman en Beekman smachtte je naar kwart voor vier, want dan ging de school uit en vloog je de klas uit om als eerste in de vrieskist van buur Bulder te duiken.
De raket was mijn eeuwig favoriet. Niet duur, maar o zo lekker. Een split vond ik toch minder en een cornetto was te duur. Later kwam ook het Mexicaantje in het assortiment. Die was ook aantrekkelijk, want er zat een kauwgombal in als neus. Maar het geel-roze-bruine roomijs droop al snel over je kin of nog erger in je ‘maauwhemd’.
Nee, een raket was het en nog steeds vind ik dat het beste waterijsje ooit. Je kunt me er gewoon voor wakker maken. Lammert, en als hij er niet was Henny, wist precies wat moeders boodschappenlijstje inhield en met een volle boodschappentas aan het stuur en likkend aan een raket fietste ik terug naar huis.
Ook op niet winkeltijden kon je altijd even aankloppen bij de Bulders als de aardappels op waren of de maggi.
Bulder en Co is een soort van rode draad in mijn jonge leven. Ik maakte er mijn eerste auto-ongeluk mee. Op weg naar Autorama in Veendam werden we door - ik meen - Lammert van de Bulders aangereden. Die stoof achteruit de inrit af en zag ons niet aankomen. Het gevolg was een botsing met een enorme deuk in de zijkant van onze lichtblauwe Audi 80.
Dat was schrikken geblazen, maar het leverde wel weer een raket op voor het ongemak. Ook ontdekte ik er een beginnende keukenbrand. Onze rabarber in de tuin was aangevreten, dus haalden vader en ik een paar gave stengels bij de Bulders.
Bij het verlaten van de winkel rook ik een brandgeur. ‘Pap ik ruik brand’, zei ik tegen mijn vader die al doorgelopen was naar de auto. Die zei eerst dat ik moest instappen, snoof toen heel hard en kwam bezorgd weer terug. Hij had ook brand geroken.
De keuken van het woonhuis naast de ingang van de winkel bleek vol rook te staan. Een gewaarschuwde Lammert wist met een emmer water een ramp te voorkomen. Dit soort dingen vergeet je niet.
Als oudere jongere verdween de lust naar ijsjes van Bulder. Die lust naar ijs werd ingeruild voor lust naar bier. En dat kon je er ook krijgen, want Bulder en Co van de groenten en het fruit was met de jaren meer en meer een levensmiddelenwinkel geworden.
Regelmatig werd - meestal op voorspraak van Henkie - even achterom bij de Bulders bier gescoord. Dat gebeurde vaak na de voetbaltraining, want het voetbalveld en de kleedkamers lagen achter de school en dus ook achter de levensmiddelenwinkel.
Ook op zaterdagmiddag, als na de voetbalwedstrijd een kratje bier van de club in de kleedkamer werd genuttigd, werd Bulder bezocht voor een paar extra ‘haalfliters’, want aan één kratje bier had ons elftal niet genoeg. In de kantine van de club waren ze daar niet zo blij mee, want dat scheelde toch een flinke omzet.
Bulder was immer goed voor een laatste redmiddel. Nadat ik het dorp verruilde voor de stad ben ik er nooit meer geweest. En dat is misschien al wel dertig jaar.
In tijd is het dorp al zijn winkels, garages, bakkers, bank, café en zelfs de school kwijtgeraakt. Alleen Bulder is er nog. Het laatste winkeltje van het dorp. Van de week kreeg ik een berichtje van mijn oude dorpskameraad Joe Pancake, althans zo noemde Henkie hem, omdat-ie altijd pannenkoeken at als ontbijt. Een pijnlijk berichtje.
‘Hest al heurt?’ Bulder kapt der mit.’ Na 51 jaar stoppen Lammert en Hennie ermee. Broer Jurrie leeft al lang niet meer en er is geen opvolger. Op 1 oktober ‘ist beurt’, zo maakte Lammert zelf met pijn in het hart aan zijn klanten bekend.
Het dorp raakt nu dus ook zijn laatste winkeltje kwijt en dat is eeuwig sund. Uit weemoed ga ik er deze zomer nog een keer heen.
Al was het maar voor een raketje.

Erik Hulsegge