'Groningse economie is toe aan een opknapbeurt'

Groningse ondernemers krijgen een rondleiding bij een houthandel tijdens een netwerkevenement
Groningse ondernemers krijgen een rondleiding bij een houthandel tijdens een netwerkevenement © Bart Breij/RTV Noord
Slecht gaat het niet met de Groningse economie. Op zaken als woon-leefklimaat, beschikbaarheid van personeel of kennis en geld scoort de regio zelfs behoorlijk. Maar waar andere grootstedelijke regio’s een ‘triomf van de stad’ beleefden met grote economische activiteit, gebeurde dat in onze regio niet. 'Tevredenheid is hier misplaatst.'
Dat zeggen economen van de Rabobank in het rapport ‘Nieuwe energie en sterkere chemie in Metropoolregio Groningen’, een naam voor de gehele provincie Groningen en de as naar Assen.
‘Er is werk aan de winkel’, concluderen ze in het rapport dat RaboResearch schreef in opdracht van Rabobank Groningen-Drenthe. Ruim twintig noordelijke topbestuurders en top-ondernemers en een groep studenten werden voor de regioscan geïnterviewd met de vraag hoe de regio beter de kansen die er liggen kan benutten.

Je zou meer verwachten

‘Dit gebied is de afgelopen 25 jaar minder hard gegroeid dan andere delen van het land’, zegt hoofdeconoom Otto Raspe van RaboResearch. ‘Er is veel potentie, maar de vraag is waarom die niet wordt waargemaakt. Je zou met de omvang en de massa van de stad Groningen wat meer verwachten.’
Andere stedelijke regio’s waar bedrijven, universiteiten en hogescholen dicht op elkaar zitten en die volop kunnen beschikken over geschikte werknemers, beleefden namelijk wél een groei-explosie. Dat is bijvoorbeeld het geval in de regio groot-Amsterdam en in Brainport Eindhoven.
Niet alleen in harde economische termen sukkelt de Groningse metropoolregio er wat achteraan. Ook in termen van brede welvaart, waarbij ook sociaal welzijn en gezondheid van mensen worden meegerekend, blijven meerdere deelregio’s hier achter. Denk aan Oost-Groningen en Delfzijl en omgeving.

Vliegwiel komt niet op toeren

Dat het vliegwiel in dit gebied niet echt op toeren raakt, komt door gebrek aan massa van economische activiteiten; bedrijven zitten letterlijk en figuurlijk teveel op afstand van elkaar. Er is te dus weinig connectie tussen (mkb-)bedrijven onderling, maar ook tussen die bedrijven en de universiteit en hogescholen. En door de perifere ligging, ‘ver’ van de Randstad en andere ‘economische motoren’. Daardoor kan Groningen geen ‘kracht lenen’.
Maar daarmee is niet het hele verhaal verteld, aldus de Rabo-economen, want Metropoolregio Groningen beschikt wel degelijk over mogelijkheden. Met name rond thema’s als duurzaamheid, energietransitie en groene technologie is een koplopersrol haalbaar. ‘Het heeft de potentie om dé duurzame energieregio van Nederland te worden’, meldt het rapport. ‘De uitgangspositie hiervoor is nergens zo overtuigend aanwezig als in deze regio.’
Tevredenheid hier is misplaatst, er is echt wel wat aan de hand
Carlo Ezinga - Directeur Rabobank
‘We moeten nu de goede dingen doen om te voorkomen dat we over twintig jaar constateren dat we afgegleden zijn’, zegt directeur Carlo Ezinga van Rabobank Groningen & Drenthe. ‘Tevredenheid hier is misplaatst, er is echt wel wat aan de hand.’
Groningen zou in de eerste plaats scherper - ‘Krachtiger en ambitieuzer’ - moeten kiezen voor die thema’s die de regio een glansrijke toekomst kunnen bezorgen. Er moet een duidelijker visie komen en de regio zou zich daarmee ook veel sterker moeten profileren. En zich niet op bijvoorbeeld het gebied van waterstof de kaas van het brood moeten laten eten door Rotterdam. ‘Omdat je hier te langzaam bent of te weinig overtuigend’, aldus Raspe.

Regio mist bedrijven die het voortouw nemen

Bedrijven kunnen meer het voortouw nemen bij de weg die de regio inslaat. ‘Want er is een grote kloof tussen wat bestuurders bedenken wat er goed is voor dit gebied en wat het bedrijfsleven wil’, aldus Raspe, die eraan toevoegt dat ook het regionaal bedrijfsleven zelf gebrekkig is georganiseerd.
Dat is nadelig want in regio’s waar bedrijven wel de koppen bij elkaar steken ontstaan sterke clusters die ook weer goed geschoolde en gemotiveerde arbeidskrachten trekken.
Raspe: ’Veel bedrijven lukt het niet om in hun eentje te innoveren, samen gaat dat beter. In andere regio’s wordt daar bewust beleid op gemaakt en dat werkt goed.’ Dat dit hier maar moeizaam van de grond komt, heeft volgens Raspe veel te maken met het gemis aan leidende personen en bedrijven, zoals een ASML in de regio Eindhoven.
Er is een kloof tussen wat bestuurders bedenken en wat het bedrijfsleven wil
Otto Raspe - hoofdeconoom Rabobank
Al kan het wel. Raspe verwijst naar het initiatief van Witec in Stadskanaal met een aantal andere ondernemers in Oost-Groningen of de Life Cooperative-samenwerking van veertig bedrijven in de life sciences en medische technologie.
Niet alleen de ondernemers moeten van hun eilandje, het geldt ook voor de universiteit en de hogescholen. Ze kunnen een veel betere binding krijgen met ondernemers in het gebied. ‘In regio’s die wel goed presteren profiteren ondernemers enorm van de kennisclusters rondom een universiteit’, legt Raspe uit. ‘Hier zien we juist dat veel studenten onbekend zijn met het lokale bedrijfsleven. Dat betekent dat ze na hun studie vertrekken.’

Landschap inzetten als lokmiddel

Maar zonder ’energiek en inspirerend leiderschap’ in de regio gaat het allemaal niet lukken, stellen de Rabo-economen. ‘Bedrijven die technologisch vooroplopen, zouden een leiderschapsrol moeten pakken en andere bedrijven moeten meetrekken.’ De overheid is hierbij enorm belangrijk, vooral om de onzekerheid weg te nemen die bedrijven tegenhoudt te investeren.
Om te voorkomen dat de regio op termijn helemaal volgebouwd wordt, mag de keuze voor meer economie niet ten koste gaan van het woon- en leefklimaat. De ‘unieke kwaliteiten’, van het Groninger landschap kunnen maar beter worden ingezet om werknemers te lokken en vrijetijdseconomie aan te jagen.
Misschien gaat het in het Noorden nog net iets te goed
Otto Raspe - Hoofdeconoom Rabobank

Nee, het is geen nieuw geluid

De onderzoekers weten dat het niet voor het eerst is dat vastgesteld wordt dat de regio zich moet concentreren op thema’s als energietransitie, groene chemie en gezond ouder worden. Ook de roep om meer samenwerking tussen ondernemingen onderling en tussen het bedrijfsleven, overheid en RUG en hogescholen is niet nieuw, evenals de gouwe ouwe die voorbij komt: de regio moet de ‘onterechte bescheidenheid’ afschudden.
‘Misschien’, oppert Raspe. ‘Gaat het in het Noorden nog net iets te goed en ontbreekt de urgentie om echt in actie te komen. Een regio als Brainport Eindhoven is ontstaan in de jaren negentig toen Philips bijna failliet ging en DAF helemaal. Toen moest er wat gebeuren en werden het gebied opnieuw uitgevonden. Die situatie hebben we hier niet gehad.’
Hoe beoordelen Rabo-economen de sterkte van een regio?
Hoe sterk een regio is meet de regioscan met de ‘acht raderen van economische groei’. De uitdagingen liggen vooral daar waar de regio minder dan gemiddeld scoort: ondernemerschap, fysieke infrastructuur en governance (leiderschap).

’Wij zien dit rapport als een warming up’, zegt Carlo Ezinga, directeur Groningen en Drenthe van Rabobank. ‘Het echte wedstrijd moet daarna beginnen.’ Rabobank gaat aan de slag met de drie meest prangende opgaven die samen met ondernemers en bestuurders worden gekozen.

‘Voor Rabobank is dit de invulling van de maatschappelijke rol van de bank. Dit zal ook voor ons de agenda van de komende jaren bepalen.’