Door de mand: Kees Vlietstra staat ook weleens op met spanning in z'n lijf

Kees Vlietstra
Kees Vlietstra © RTV Noord
‘De mooiste herinnering is dat je zaterdagochtend vroeg opstaat met spanning, je tas pakt, naar de club fietst en dat je lekker vrij gaat voetballen.’ Aldus Oranje-rechtsback Denzel Dumfries, die tot zijn achttiende bij de amateurs speelde. Onthou dat even.
In de warming-up van de laatste training voor de interland tegen Polen droegen de spelers van het Nederlands elftal het shirt van de amateurclub waar het voetbal voor hen ooit begon. Met deze ode aan het amateurshirt trapte Oranje het weekend van De Nationale Voetbaldag af. ‘Onze’ Hansie Hateboer droeg het mooie klassieke, groene shirt van ‘zijn’ THOS uit Beerta.
Door de media-aandacht voor die bonte training dwaalden mijn gedachten af naar een jaarlijks hoogtepunt bij mijn geliefde korfbalclub Nic.: The Ugliest Outfit Contest. Even uitleggen:
Tijdens de eerste outdoor-training in het voorjaar komen alle speelsters, spelers en staf niet in hun trainingskloffie trainen, maar zo gek - of eigenlijk zo lelijk mogelijk - verkleed. Een soort carnaval met de bal. Bij de laatste sessie zijn onder andere een schaatser, Mega Toby, Batman, een spook, een schoorsteenveger en twee prostituees gespot. De winnaar van de lelijkste outfit wedstrijd was echter ook deze editie weer de Friese gastspeler in het shirt van sc Heerenveen.
Nog steeds mooie tijden. Via het shirt van sc Heerenveen, waar de held van dit epos, Denzel Dumfries, ook nog een seizoen heeft gespeeld, terug naar de interland Nederland - Polen. Oranje kwam terug van een 2-0 achterstand en had zelfs nog kunnen winnen als aanvoerder Memphis Depay in de laatste minuut een penalty in het net in plaats van op de paal had gemikt.
Depay zei na afloop over onder andere zijn gemiste penalty: 'Ik was persoonlijk slordig. Beetje slordig aan de bal.' Hij kreeg bijval van zijn FC Barcelona-collega Frenkie de Jong: 'Zij kregen niet echt kansen, maar hun twee pogingen gaan er allebei in. We waren niet echt goed in de eerste helft. Vaak slordig, niet de goede keuzes aan de bal.'
Journalist Sjoerd Mossou schreef na afloop in zijn analyse in het Algemeen Dagblad: ‘Oranje begon nog wel aardig, maar maakte voor rust een vermoeide, ongeconcentreerde indruk. Polen trok zich weliswaar terug voor het eigen doel, er lagen wel degelijk ruimtes voor Nederland, in het bijzonder over de zijkanten. Vrijwel consequent strandde iedere hoopvolle fase in slordigheden.'
Bondscoach Van Gaal ten slotte: 'Ik ben heel trots op mijn team. Op de veerkracht, de spirit en de wijze waarop we de tweede helft gespeeld hebben. In de eerste helft was het weer hetzelfde als afgelopen woensdag tegen Wales: vaak onzorgvuldig spel en dus veel balverlies.'
Tja, waar Memphis, Frenkie en Mossou praten over ‘slordig’ en ‘slordigheden’, gebruikt Van Gaal de term ‘onzorgvuldig.’ Ze bedoelen allemaal hetzelfde. Het was nait best. Rommelpot. De grote vraag is natuurlijk: waarom speelt het Nederlands Elftal in fases zo slordig? Waar komt die onzorgvuldigheid vandaan?
Daar moet Van Gaal straks wel een antwoord én oplossing voor hebben, anders is poule A met Senegal, Ecuador en Qatar alsnog de poule des doods op het komende WK.
Terug naar Dumfries. Terug naar de rechtsbackpositie. Waar Dumfries op zijn achttiende stopte met amateurvoetbal, stapte ik op mijn 41ste het amateurvoetbal in. De ene rechtsback ging, de andere kwam. Mijn eerste wedstrijd was tegen Wedde. Op het fietsje met het tasje op het stuurtje naar de kantine voor het vertrek. Op naar Wedde. Lekker vrij voetballen. Dacht ik.
We wonnen met 3-1. Ik had met twee verre ingooien en één afgekeurde, slordige ingooi een belangrijk aandeel in de overwinning. Ook de woeste ongecontroleerde tackle op de doorgebroken linksbuiten van Wedde 2 kon op veel waardering rekenen. Van de supporters van Wedde. Dat ik twee meter te kort kwam in de sliding kreeg ik in de pauze nog even te horen van Lucas, onze immer positieve keeper. 'Schop dat ventje toch gewoon dwars doormidden man. Het is geen korfbal.'
Hoe dan ook, gewonnen. Opgelucht meldde ik me na het douchen in de kantine voor de derde helft. Tientje in de pot voor bier en bitterballen. Ja, ik voelde me echt opgelucht. Dat was voor de wedstrijd wel anders. Zoals Dumfries omschreef was ik als amateur ook met spanning opgestaan. In de kleedkamer zelfs bloednerveus. Maar liet dat natuurlijk niet merken. Had het al lastig genoeg dat ik als korfballer - 'homo!' - tussen deze mannen van middelbare leeftijd met meer dan veertig actieve voetbaldienstjaren ergens op de grens van Nederland en Duitsland stond. Het groenwitte Engelbert-shirt, rugnummer 2, zat me als gegoten. Dat dan weer wel.
In mijn zenuwachtigheid had ik echter wel mijn scheenbeschermers over mijn voetbalkousen aangetrokken in plaats van andersom. Op weg naar veld 2 maakte de scheidsrechter me er onopvallend op attent.
'Bist nog doen van guster? Wel oardeg slonzeg mejong!'