Dutchbatter over eerherstel na 27 jaar: ‘Beter laat dan nooit’

Paul Boomsma maakte deel uit van Dutchbat III
Paul Boomsma maakte deel uit van Dutchbat III © RTV Noord
Bijna 27 jaar na de val van Srebrenica komt er rehabilitatie van de Nederlandse militairen van Dutchbat III. Zij verdedigden destijds de enclave in Bosnië tegen de Serven, die uiteindelijk uitmondde in genocide. Nu komt er eerherstel voor de veteranen.
Paul Boomsma is een van die militairen. Hij kwam als 23-jarige in 1995 terug uit Bosnië, nadat hij in de frontlinie de moslims van Srebrenica had proberen te verdedigen. ‘Ik zat in de zogenaamde blocking position.’
Dat betekent dat ze probeerden de Serven zoveel mogelijk af te houden. ‘Er werd ons gezegd dat we tot de laatste snik moesten doorvechten, maar zonder luchtsteun wisten we zelf ook wel dat dat onmogelijk was’, vertelt Boomsma. ‘We waren dusdanig in de minderheid dat we wisten dat als we dat deden, niemand het zou overleven.’
Uiteindelijk werden er schoten gelost, maar dat mocht niet baten. De compagnie van Boomsma werd steeds verder terug de heuvel op gedrongen. ‘We beschermden de moslims en die leidden we naar de enclave’, vertelt Boomsma.

Genocide

Na de val van de beveiligde enclave vermoordden troepen onder bevel van generaal Ratko Mladic ruim achtduizend Islamitische mannen en jongens. ‘Maar we hebben wel degelijk gevuurd en geprobeerd de Serven tegen te houden’, licht Boomsma toe.
Ook de beeldvorming omtrent de val van Srebrenica ging Boomsma niet in de koude kleren zitten. Het Nederlandse bataljon diende destijds onder bevel van de Verenigde Naties en het werd de blauwhelmen - na anderhalve dag van weerstand - verboden om gericht te schieten op de oprukkende Serviërs’, legt Olaf Nijeboer van de Dutchbat-vereniging uit. Daarna ontstond het beeld dat de Nederlanders niets hebben gedaan tegen de opmars van Bosnisch-Servische troepen.

Terug na Srebrenica

‘Bij terugkomst kregen we echt een bak stront over ons heen in de media’, zegt Boomsma. Toen de gemoederen voor de militairen enigszins waren bedaard, bracht het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in 2002 een rapport uit en begon voor Boomsma het leed opnieuw: ‘Toen kregen we echt een stempel. Dat beeld van Dutchbat was nu eenmaal niet terug te draaien. Deze erkenning brengt daar wel verandering in.’
Eenmaal terug in Nederland volgde dan ook een lastige periode voor Boomsma. ‘Het was een vreselijke omslag, echt met niets te vergelijken. Na zeven maanden in Srebrenica zonder verlof, had ik echt een tijd nodig om te acclimatiseren. Het duurde een hele poos voor ik eindelijk weer met beide voeten op de grond stond.’
Dutchbatter uit Vierhuizen over eerherstel: ‘Beter laat dan nooit’

Eindelijk erkenning

De erkenning is volgens Boomsma, die een posttraumatische stressstoornis overhield aan zijn tijd in Bosnië, zeer welkom: ‘We praten nu al jaren over erkenning. Nu is het er eindelijk, dus natuurlijk betekent dit iets. Beter laat dan nooit! Nee serieus, dit is een goede zaak. En gelukkig is er ook een kentering in de maatschappij. Mensen zijn zich tegenwoordig veel meer bewust van wat wij daar hebben doorstaan en wat we daar wél hebben gedaan. We hebben ook zorg gedragen voor de vluchtelingen aldaar en voor elkaar gekregen dat er meer dan 20.000 vluchtelingen het gebied uit konden.’

Premier bij reünie

Aanstaande zaterdag houden de ex-Dutchbatters een reünie in de Oranjekazerne in Schaarsbergen. Minister Kajsa Ollongren (Defensie) en minister-president Mark Rutte zullen de militairen daar aanspreken. ‘We wisten al een tijdje dat zij zouden komen, dus we voelden al aan dat er iets aan zat te komen. Ik ben benieuwd wat ze te zeggen hebben’, zegt Boomsma.
De Dutchbat-vereniging verwacht dat er zaterdag, naast het eerherstel, ook politieke excuses zullen worden aangeboden voor Srebrenica. ‘Het is niet dat de veteranen naast de beloofde woorden van erkenning en waardering ook nog excuses eisen’, nuanceert Nijeboer, maar de Dutchbatters verwachten die wel. ‘Excuses dat de werkgever, het ministerie van Defensie, niet de zorg heeft geboden die wij nodig vonden en dat ze niet voor ons opgekomen zijn.’

Trots op militaire carrière

Met Boomsma gaat het inmiddels een stuk beter: 'Dat komt vooral door mijn zoon, Ian. Hij is echt mijn anker. Zonder hem zou mijn kwaliteit van leven een stuk minder zijn, maar gelukkig is hij er.'
Voor Boomsma is het zaterdag dan ook het belangrijkst dat hij zijn voormalige mede-militairen weer ziet. ‘Ik heb nog met een aantal collega’s contact. Je hebt toch behoorlijk wat met elkaar meegemaakt en samen in de vuurlinie gestaan. Niemand anders begrijpt dat. Het weerzien met de mensen die ik niet meer spreek is het mooiste van zo'n reünie. Het gaat een bijzondere dag worden, dat is een feit.’
Hij is nog altijd trots op zijn militaire carrière, net als op het optreden van Dutchbat III. ‘Natuurlijk', bevestigt hij. 'Aan ons heeft het niet gelegen, we hebben alles gedaan wat op dat moment binnen onze macht lag. Het was puur de internationale gemeenschap die destijds heeft verzaakt. Wij én de vluchtelingen werden echt aan ons lot overgelaten. Op mijn collega’s, die zich zo hebben ingezet, ben ik alleen maar trots.’