Deze Dag: De stad stinkt

Er wordt geen vuilnis opgehaald op 18 juni 1993
Er wordt geen vuilnis opgehaald op 18 juni 1993 © bewerkt door RTV Noord
Woedende telefoontjes komen er binnen bij de milieudienst. Het zijn er meer dan honderdvijftig op deze dag in de geschiedenis, 18 juni 1993. De volle vuilniszakken op de stoepen blijven staan, want de vuilnismannen in de stad Groningen staken. Receptionistes bij de milieudienst krijgen aan de telefoon alle denkbare ziektes toegewenst, ‘zelfs ziektes die allang niet meer bestaan’, zegt stakingsleider Hans Klomp in het Nieuwsblad van het Noorden.
Klomp vraagt die middag in de kantine een applaus voor de medewerkers, die aan de Verlengde Lodewijkstraat de telefoon opnemen. Een ovatie wordt het. Voor al die moeilijke telefoontjes van boze mensen. Ook al blijken de meeste bellers uiteindelijk wel begrip te hebben voor de motieven van de stakers: er moet gewoon meer geld in het loonzakje terechtkomen. En er moeten goedgekeurde vuilniszakken gebruikt worden door ons, het publiek.
Een ‘kleine groep’ blijft na zo’n gesprek nog steeds boos. Ondanks de uitleg eindigt het onderhoud dan met een scheldpartij. Terwijl de overlast in Groningen nog ‘reuze meevalt’, vergeleken met andere steden: ‘Het is hier zeker niet zo’n troep als in Rotterdam. Dat betekent dat we de actie nog een hele tijd kunnen volhouden als het moet, zegt Hans Klomp.
Haringverkoper Jacques Snip veegt aan het einde van deze dag zelf de bestrating rond zijn kraam schoon. Hij geeft daarmee gehoor aan een verzoek van het gemeentebestuur, om zijn standplaats op de Grote Markt ‘bezemschoon’ op te leveren. Want ook de straatvegers staken. De dagen daarop ruikt het in de binnenstad na de groente- en vismarkt, steeds minder aangenaam.
Haringverkoper Jacques Snip veegt zelf de bestrating rond zijn kraam schoon
Haringverkoper Jacques Snip veegt zelf de bestrating rond zijn kraam schoon © bewerkt door RTV Noord
We kennen de taferelen uit Napels met stinkende vuilnisbelten in de straten, vol ratten en meeuwen. In Groningen komt het niet zover. Vuilophalers die staken, zijn hier een zeldzaamheid. En het conflict wordt opgelost, voordat het echt smerig wordt. Vuilnismannen staken hier ook niet voor elk wissewasje. Dan is er echt iets aan de hand.
Meer dan twintig jaar later, in de zomer van 2014, is er opnieuw grote onvrede bij de mannen en vrouwen van de milieudienst. ‘We gaan ervan uit dat aan het einde van de marktdag, zoals wij uit de media hebben vernomen, groente-, fruit- en visafval wordt gehaald.’ Aan het woord is Marc Smit van de gelijknamige vishandel: ‘Het is een beetje vreemd. Ik heb een contract met de milieudienst dat me maandelijks 110 euro kost.’
De marktkoopman schikt zich morrend in de situatie. Hij heeft extra grote afvalzakken meegenomen. ‘We kunnen ons eigen afval verzamelen en meenemen mocht Stadsbeheer de belofte niet nakomen. Ik gooi het in de koelcel en neem het weer mee naar de Vismarkt als de staking voorbij is.’
Bewoners van de binnenstad rondom de Vissersbrug dumpen afvalzakken, lege pizzadozen en klein grof vuil in het openbare, als gemeentelijk monument bestempelde urinoir op de kade van het Hoge der A. Afval bij afval, zeg maar. De stakers zijn hun actie begonnen de dag nadat op de Grote Markt het 400-jarig jubileum van de Rijksuniversiteit met een groot feest is afgesloten. Het is daardoor al meteen een enorme zooi in de huiskamer van de stad.
In de zomer van 1993 gingen de acties nog even door. De veegdienst, zestig man sterk, voegde zich bij de stakers. De moraal van deze dag: wees heel erg zuinig op de mensen die alle troep die we maken, opruimen. En: tot tien tellen voor we op sociale media mensen uitschelden. Of per telefoon, zoals destijds op deze dag, 18 juni 1993.