Column: Tanks voor het tankstation

Erik Hulsegge
Erik Hulsegge © RTV Noord
Ik ben een mannetje van geschiedenis. Een mannetje van vroeger zeg maar. Ik zou bijna zeggen een mannetje van vroeger-was-alles-beter. Dat zeg ik niet, want dan staan de mensen van nu op de achterste benen. En daar is dit verhaal niet voor bedoeld.
Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat ik dol ben op verhalen van vroeger. Dol op de mythes, de overleveringen, de anekdotes uit de geschiedenis. En waar kun je dan beter zijn dan bij de organisatie in mijn stad die over vroeger gaat, die alles van vroeger bewaart.
Stichting Oud Winschoten is een clubje van enthousiaste mannen en vrouwen die net als ik ook van historie houden, maar dan wel van historie uit de eigen stad. En die leggen ze vast in een immens archief met foto’s en daarbij verzamelen ze relikwieën uit tijden van weleer.
Mensen van nu zouden kunnen zeggen: Wat moet je met al die ouwe meuk? Nou, ik als mannetje van vroeger werp dan tegen dat je nu kunt leven door te leren van de geschiedenis. Vooral ook hoe het niet moet.
Je moet bijvoorbeeld geen oorlog voeren. Daar zijn we het met de gruwelijkheden in Oekraïne allemaal over eens. Je zou toch denken dat de mens van vele eerdere oorlogservaringen zou moeten leren, maar het meeste intelligente wezen op aarde is heel slecht in leren.
Gelukkig zijn de mensen van Oud Winschoten niet oorlogszuchtig. Dat zijn gemoedelijke tevreden mensjes, trots op hun hobby, trots op hun werk voor de stad. Ze hadden trouwens alle reden om niet gemoedelijk en tevreden te zijn.
Want ze worden sinds een aantal jaren weggejaagd, verbannen naar andere oorden. De gemeente besloot jaren terug de karakteristieke bibliotheek te slopen ten faveure van een nieuw stadhuis. Laat de club van historie nu ook net in dat bijzondere pand gehuisvest zijn. En dus moest het archief, de collectie en de mensen verhuizen.
De gemeente liet zomaar het ziekenhuis vertrekken naar Scheemda en bleef met een immens gebouw, een gigantische molensteen om de nek zitten om in termen van de Molenstad te blijven.
Om het enorme pand nog een beetje invulling te geven kon Oud Winschoten nog wel een paar kamers van het oude St. Lucas krijgen. Net toen ze na maanden monnikenwerk de hele boel trots hadden uitgestald konden ze hun boeltje al weer inpakken. De gemeente en de eigenaar van het pand kregen ruzie over de energierekening voor het oude ziekenhuis en betaalde niemand meer. En zo stond oude Lucas er verlaten, verpauperd en verdroten bij.
Drie jaar en drie maanden later wordt het ziekenhuis gesloopt. En diezelfde drie jaar en drie maanden zaten de bewaarders van de stadshistorie als verschoppelingen zonder eigen huis. Afgelopen vrijdag kwam daar een eind aan.
In de oude Pedagogische Academie, nota bene mijn oude school, werd het nieuwe onderkomen van de stadsgeschiedenisclub geopend. ‘Even kieken’, dacht ik. Even terug in herinneringslaan. En vast goed voor een mooi verhaal.
Dat kwam ook. Of het zo moest zijn: het kwam onder een immense luchtfoto van het oude St. Lucas in vervlogen tijden. Tijden waarin de Barmhartige Samaritaan nog gewoon aan de gevel hing en niet ‘verstommeld’ was door de hoge heren en dames van het moderne OZG.
Een man met lach om de mond en pretoogjes vertelde dat er tegenover het ziekenhuis in een rijtje huizen meteen voor de ingang, wat nu parkeerplaats is, een magnetiseur woonde. Miedema heette de man.
De magnetiseur vroeg 3 gulden 50 voor een behandeling. De man met pretoogjes had in zijn jeugd maandenlang stekende hoofdpijn. Ten einde raad ging hij naar Miedema. De magnetiseur zwaaide wat met zijn handen boven het hoofd van de patiënt en na twee keer zwaaien en 7 gulden armer, was de man met pretoogjes van zijn hoofdpijn af.
Eerder deze week had ik nog een mooi verhaal gehoord over Tante Jantje uit mijn straat, die helaas veel te vroeg is overleden. Tante Jantje vierde met man en twee zoons de vakanties in Egmond aan Zee in een idyllisch huisje in de duinen.
In de duinen zwierf zomers ook de zonderling Jan Coster. Dat was de broer van schoonvader Cor van Johan Cruijff en dus de oom van Danny. Hij was zonderling maar geliefd bij de vakantievierende mensen. Ook bij Tante Jantje. Die trakteerde hem vaak op een natje en een droogje,
In een winter ergens begin jaren zeventig daalden de temperaturen ver onder nul. Tot -15. Tante Jantje dacht aan de door de duinen zwervende Jan Coster en nodigde hem uit naar het warme Winschoten te komen. Ze legde uit dat hij de stad binnen moest rijden en vlak voor het benzinestation rechtsaf moest slaan. Dan was-ie er.
Op een zaterdagmorgen zou zonderling Jan komen. Maar geen Jan. De hele dag stond Tante Jantje in de Oranjestraat voor het raam, maar geen Jan. De volgende dag werd hij slapend en verkleumd niet zo ver van het huis van Tante Jantje gevonden in zijn auto. Hij had het niet kunnen vinden, want op de weg waar hij af moest slaan was echt geen benzinestation te zien.
Wat was het geval. Het tankstation was net de vorige dag afgebroken…..
Dat tankstation stond recht achter mijn huis. Op nog geen 50 meter. In mijn geheugen kon ik het niet vinden. Toch was ik nieuwsgierig. En waar kun je beter zijn bij hulp aan het benul dan bij de mensen van de stadshistorie.
Onder de toespraak van Trijnko, een blokje kaas, uitleg van Ol Pronk, een drankje en grapje van Joppie Veen, liet ik het woord benzinestation en Wilhelminasingel stiekem even vallen.
Nog dezelfde middag had ik een mail van Oud Winschoten. Van ‘Oabeltje Ruben junior’. Een mail met een foto van het benzinestation uit vervlogen tijden. De Esso van garage Van der Meulen en Boltendal. Een foto uit 1968. Voor de pomp rijden tanks. Het schijnt dat die tanks daar reden vanwege de herdenking van 400 jaar Slag bij Heiligerlee.
Tanks. En de Slag bij Heiligerlee??? In 1568???? Zoals ik al zei: van de geschiedenis kun je leren hoe het niet moet.
Oud Winschoten zit goed en wel weer in een mooi eigen huis. Een pokkel vol werk. Maar je kunt het bijna al raden. De gemeente heeft nu al plannen om het clupje van gemoedelijk mannen en vrouwen weer uit het nieuwe gebouw te jagen...ehhhh... te verhuizen.
Om het in goed Gronings te zeggen: I rest my case.
Tanks voorbij de Esso-benzinepomp aan de Wilhelminasingel in Winschoten
Tanks voorbij de Esso-benzinepomp aan de Wilhelminasingel in Winschoten © Stichting Oud Winschoten