Moet 'modelboer' uit Foxwolde wijken voor De Onlanden? 'De Rabobank legt alles al plat'

Boer Peter Oosterhof uit Foxhol met zijn koeien
Boer Peter Oosterhof uit Foxhol met zijn koeien © RTV Drenthe
Het kabinet wil overgaan op kringlooplandbouw, zo werd tien dagen geleden bekend gemaakt. Je zou denken dat je als biologische boer dan al een eind op weg bent. Toch vreest biologische boer Peter Oosterhof uit Foxwolde het ergste.
Hij zit pal naast De Onlanden, een gebied dat valt onder Natura2000. Op de stikstofkaart die het Ministerie van Landbouw, Natuur en en Voedselkwaliteit publiceerde, staat dat hij zeventig tot 95 procent minder stikstof uit moet gaan stoten. En dat lukt volgens hem niet, vertelt hij aan RTV Drenthe.

Compliment van de natuur

Oosterhof voert zijn koeien bijna geen krachtvoer, maar vooral gras met kruiden. In het gras zit chicorei, graan, wikke, witte en rode klaver en de smalle weegbree. Klaver zorgt voor stikstofbinding. Alles samen zorgt dit voor gezonde grond en een gezonde koe.
De omgeving vaart er ook wel bij. Zo vliegen er libellen in de sloot grenzend aan het weiland waar zijn koeien grazen en groeien daar orchideeën.
Oosterhof: 'Die gedijen alleen op schrale grond waar weinig bemesting op terecht komt. De koeien lopen straks hier en ik zie wel orchideeën. Dat kun je zien als een compliment van de natuur. Zo van: je doet het goed. Je produceert voedsel en natuur. Dus ik denk dat landbouw en natuur perfect samen kunnen gaan.'
Wrang dat je wordt genoemd als oplossing, maar wel moet lezen dat je moet reduceren
Peter Oosterhof, modelboer

70 procent niet haalbaar

'Zelf noem ik het 'voedsel producerende natuur'. Natuur die voedsel levert. Waarvan het beheer geld oplevert in plaats van geld kost. Dat is toch eigenlijk zoals we de landbouw zouden moeten inrichten?', vervolgt hij.
Het gras is gegroeid zonder kunstmest. Het beetje mest dat er is rijdt Oosterhof uit, verdund met water. Hij heeft ook al minder dieren. Hij doet eigenlijk al alles wat mogelijk is om de stikstofuitstoot te verminderen. 'Dan is het natuurlijk wel wrang dat je in zo'n brief van de minister wordt genoemd als oplossing, maar in het bijbehorende kaartje moet lezen dat je zeventig procent moet reduceren wat betreft stikstofuitstoot', zegt Oosterhof.
De uitstoot verminderen tot zeventig procent kan volgens Oosterhof niet. 'Ja, als ik nog minder koeien houd, maar dan kan ik mijn rekeningen niet meer betalen. Ik vind het eigenlijk een beetje onbehoorlijk bestuur wat ze nu aan het doen zijn. Denk alsjeblieft wel na over de gevolgen voor je iets op een kaart zet. De Rabobank heeft bijvoorbeeld al gezegd niet meer te willen investeren in stenen of in dierplaatsen. Die legt nu eigenlijk alles al plat.'
De Rabobank heeft al gezegd niet meer te willen investeren, die legt nu alles al plat
Peter Oosterhof, modelboer

Mogelijke maatregelen voor boeren op klei- en veengrond

Volgens onderzoeker Gerard Migchels van de Wageningen Universiteit betekent overgaan van traditionele naar biologische landbouw een vermindering van de uitstoot met 50 procent. En door het toepassen van maatregelen die geld opleveren in plaats van een investering vergen, kan een traditionele boer de uitstoot van stikstof verminderen met 30 tot 42 procent.
Migchels: 'Oosterhof wordt afgerekend ten opzichte van het gemiddelde voer, de gemiddelde melkproductie, de gemiddelde bemesting en de gemiddelde weidegang. Hij scoort op al deze punten beter dan het gemiddelde. Dus van die zeventig procent heeft hij al heel veel gerealiseerd op zijn bedrijf.'

Vier ingrepen

De onderzoeker noemt vier maatregelen die voor veel boeren binnen hun bereik liggen: mest verdund met water uitrijden; minder eiwitrijk voer; de koeien vaker in de wei laten grazen en minder jongvee aanhouden. Opgeteld kunnen deze ingrepen leiden tot minder uitstoot van stikstof met 42 procent voor klei- en veenboeren en tot dertig procent voor boeren op zandgrond, zegt Migchels.
Voor mest uitrijden verdund met water geldt dat twee delen mest verdund met een deel water mogelijk tot twintig procent minder uitstoot leiden van de totale bedrijfsemissie. Dat werkt alleen op klei- en veengrond bij een sleepvoet. Op zand is het effect niet significant bij gebruik van een zodenbemester. Een boer op klei- en veengrond die een deel mest verdunt met een deel water kan een reductie bereiken van pakweg 25 procent van de bedrijfsemissie.
Als je de hoeveelheid eiwit in het voer reduceert, werkt dit door in het hele bedrijf
Gerard Migchels, Wageningen Universiteit

Ander voer grootste effect

De voermaatregel noemt Migchels het meest interessant. Een melkkoe die teveel eiwit krijgt, poept dat ook meteen weer uit. Dat is slecht voor het milieu en voor de portemonnee van de boer, want eiwitrijk voedsel is duur en het overschot komt in de natuur terecht. De kunst is dus om een koe exact de hoeveelheid eiwit te voeren die nodig is voor de hoogst mogelijke melkopbrengst. Snijmais bijvoegen, eiwitarm krachtvoer geven, in de wei laten grazen en later maaien zijn manieren om de hoeveelheid eiwit in het voer te verminderen.
'Voer is de bron van alle emissies. Als je de hoeveelheid eiwit reduceert in het voer, dan werkt dit door in het hele bedrijf. Door de bank genomen betekent elke gram ruw eiwit een vermindering van de stikstofuitstoot met een procent. Iemand die goed boert en het eiwitgehalte omlaag krijgt van 170 naar 150 gram eiwit, kan een stikstofreductie bereiken van wel twintig procent op bedrijfsniveau', zegt Migchels.
De meeste boeren houden voor de zekerheid te veel jongvee aan
Gerard Migchels, Wageningen Universiteit

Vaker de wei in

De maatregel om koeien vaker in de wei te laten grazen en minder jongvee aan te laten houden, is goed voor een reductie van de stikstofuitstoot van vijf procent. Dat kan als een boer bijvoorbeeld de koeien beperkt buiten laat grazen, dat wil zeggen vijfhonderd uur per jaar, gecombineerd met het aanhouden van minder jongvee. 'De meeste boeren houden voor de zekerheid te veel jongvee aan. Bijvoorbeeld voor het geval dat dieren overlijden. Maar het jongvee eet wel en produceert geen melk', legt Migchels uit.
Op het gebied van koeien vaker in de wei laten grazen doet Oosterhof al veel meer dan dat. 'De koeien staan tweehonderd dagen buiten en nog eens honderd dagen een deel van de dag. En ons gras is eiwitarmer. We zitten gemiddeld onder de 150 gram ruwe eiwit', aldus Oosterhof. Volgens de norm van Migchels is Oosterhof op dit gebied een modelboer.
Wil een boer de stikstofuitstoot nog verder verminderen, dan zijn maatregelen in de stal een optie, al ligt de zogeheten 'emissiearme stal' onder vuur en zijn daar ook grote investeringen mee gemoeid, die maar deels worden gesubsidieerd. De emissiearme stal zou de vooraf voorspelde rendementen niet halen en daarom wijzen rechters deze manier van stikstofreductie momenteel af. Actiegroep Mobilisation for the Environment (MOB) noemt stalvloeren die de uitstoot moeten verminderen in dit verband 'tovervloeren'.
De door Migchels genoemde percentages van stikstofreductie zijn nog niet getoetst bij een rechter en dat is ook meteen het knelpunt. 'Als het niet lukt om voer- en managementmaatregelen voldoende vast te leggen, dan hebben we wel een probleem. Het gaat wel twee of drie jaar duren om de bewijslast waterdicht te krijgen. En de minister is voortvarend omdat alles stilligt.'

Minder dieren?

Wat als dat niet lukt? 'Dan is de enige geaccepteerde maatregel: minder dieren. We vinden het heel normaal om te betalen voor natuurbeheer. Je zou kunnen zeggen dat je boeren betaalt voor milieudiensten. Dus dat je boeren beloont die tien koeien minder houden voor tien jaar. Op die manier kun je al snel veel bereiken zodat er weer kan worden gebouwd', aldus Migchels.
Voor Oosterhof is minder dieren zonder extra vergoeding economisch niet haalbaar. Verplaatsen wil hij niet, want hij heeft zijn bedrijf al eens verplaatst om het nieuwe natuurgebied De Onlanden mogelijk te maken.
Volgens Migchels is zeventig procent reductie wel haalbaar. 'Het bedrijf van Oosterhof scoort fors beter dan het gemiddelde uit het model. Via de inzet van gesubsidieerde stalinnovatie of betaalde milieudienst voor het houden van minder dieren komt hij wel op zeventig procent reductie ten opzichte van het gemiddelde.'

Alleen weg tussen vier planken

Stoppen wil Oosterhof niet, al is het onzeker of hij door kan gaan. 'Ze moeten me hier dood wegdragen. Ik ga niet verplaatsen. Ik ben hier geboren en als ik hier niet niet op deze manier kan boeren dan stop ik ermee.'