Scooterjeugd aanpakken of meehelpen? ‘Geef ze een afgesloten circuit’

Beeld van de scooteraars uit een reportage van TotdeMax
Beeld van de scooteraars uit een reportage van TotdeMax © Olav Eide/Kaz Schonebeek/TotdeMax
Moet de scooterjeugd in Groningen een eigen plek krijgen, of harder aangepakt worden? Het onderwerp maakt veel tongen los op onze facebookpagina.
Na de publicatie van ons artikel stromen reacties binnen tegen de scooterhangjeugd die zich verzamelt op verschillende plekken in Stad, waarin de scooteraars zeggen steeds gevaarlijkere en smallere weggetjes op te zoeken omdat ze naar eigen zeggen op andere plekken worden weggejaagd door de politie.
Zondag 12 juni botsten twee scooters frontaal op elkaar bij zo'n meeting.
Jongeren ontfermen zich over de gecrashte scooterrijder zondag 12 juni
Jongeren ontfermen zich over de gecrashte scooterrijder zondag 12 juni © Patrick Wind/112 Groningen

‘Een vereniging opzetten’

Verschillende reageerders bedenken hoe de problemen verholpen kunnen worden. Zo pleit Anna uit Groningen voor een verenigingsverband. ‘Zo te lezen is een aantal ouders bereid hun kinderen hierheen te brengen. Als deze ouders nou zorgen dat ze een vereniging opzetten… kan het met veiligheid voor beide’, schrijft ze.
Een vereniging, iets wat de gemeente ook graag ziet, is volgens haar een oplossing voor de scooteroverlast in Groningen. ‘Lijkt me een win-win’, zegt Anna, die overigens het gedrag van de jongens ‘lekker asociaal’ vindt.

Uitwijken naar Drachten?

Maar ook als er een vereniging is, is er alsnog een plek nodig. ‘Geef ze een afgesloten circuit.. kunnen ze net zo hard racen als ze willen..’, schrijft Coby Korte. Een circuit waar de jongens hun hobby veilig kunnen uitvoeren is wat de jeugd zelf ook wil. Maar of dit mogelijk is, is nog maar de vraag.
‘Of ga een dag naar Drachten’, vertelt Robert Zonnevijlle in zijn reactie. Hiermee doelt hij op een plek waar legaal en georganiseerd geracet kan worden.
Dat vindt ook racefanaat Robin Greving een goed idee. ‘In Drachten, daar is een baan, een oud vliegveld. Daar werden drie jaar geleden straatraces georganiseerd, maar sinds Corona niet meer.’
Evenementen als straatraces leveren niet zoveel op
Jan Nijholt, vliegveld Drachten

Een vliegveld

Het vliegveld in Drachten werd 'inderdaad in het verleden gebruikt’, zegt Jan Nijholt van vliegveld Drachten. Hij herinnert zich een vergelijkbaar verhaal in Friesland. ‘Dat racefenomeen was ook hier, in Drachten. Met het vliegveld is dat in één klap legaal geworden.'
Op vrijdag 10 juni was er voor het eerst sinds de Corona pandemie een drag-race op het vliegveld in Friesland. Tijdens Dragrace Madness konden auto’s tegen elkaar op een lang stuk asfalt racen.
'Wij organiseren dat niet. Dat komt bij de gemeente terecht, en die verhuurt dat veld voor dit soort evenementen', aldus Nijholt. De reden waarom dit soort evenementen niet zo vaak wordt georganiseerd, komt volgens Nijholt door een ‘geld kwestie.’ Evenementen zoals straatraces ‘leveren niet zoveel op.’
En over een paar jaar een racebaan voor de auto zeker
Stephan Faber, reageerder

Het race fenomeen

‘Over een paar jaar hebben ze een autorijbewijs en willen ze een racebaan hebben zeker’, reageert Stephan Faber. Een gedachtelijn die Greving kan volgen. ‘Jongens die nu op de scooters zitten, die zullen straks ook op de auto meetings komen.’ De reden dat jongeren afspreken is volgens hem verveling. ‘De gemeente moet iets ter beschikking stellen. Waar wij een middag lol kunnen hebben’, aldus Greving.

En een Monster Truck dan?

Een grote groep reageerders wil er niks van weten. Zij zien de lawaaiige, wheelie-makende scooterrijders vooral als overlastgevers. Coen 'EndusgeenKoen' laat zien hoe absurd de wens van de scooteraars overkomt door er een schepje bovenop te doen.
'Ik wil graag een plek om ergens stunts te kunnen doen met mijn Monster Truck. Maar omdat de politie hier zo streng op controleert, komt het steeds vaker voor dat ik dit in de buurt van een speeltuin moet doen. Belachelijk! Denk eens aan alle gevaren die hierdoor ontstaan', grapt hij.
De foto boven dit artikel is afkomstig van studenten journalistiek aan de RUG: TotdeMax.