Kabinet staat garant bij tekorten ov: 'Vervoerders hebben komend jaar zekerheid' (update)

Een bushalte in Noordbroek
Een bushalte in Noordbroek © Netty van der Deen-Flikkema/Groningen in Beeld
Het kabinet staat volgend jaar voor maximaal 150 miljoen euro garant voor mogelijke tekorten die de openbaarvervoersbedrijven oplopen als er nog steeds minder reizigers zijn dan voor de coronapandemie.
Staatssecretaris Vivianne Heijnen (Infrastructuur) biedt deze regeling aan de ov-sector aan om meer zekerheid te bieden. Met dit bedrag zijn volgens haar mogelijke verliezen in het somberste scenario in 2023 voor twee derde afgedekt.

Oproep vanuit provincies

Vorige maand deden de provincies gezamenlijk een oproep aan de Rijksoverheid om vervoersbedrijven die door corona in financiële problemen zijn gekomen langer te steunen. Volgens de gedeputeerden, onder wie Fleur Gräper, 'kraakt en piept' het openbaar vervoer. Als er geen steun komt bestaat de vrees dat veel provincies en vervoerregio's gedwongen zijn in 2023 zo'n 20 tot 30 procent van het ov te schrappen.

Verschillende prognoses

Heijnen wijst erop dat niet duidelijk is hoeveel reizigers weer gebruik gaan maken van bus, metro, tram en trein. Er zijn verschillende prognoses over gemaakt die nogal uiteenlopen. De regionale vervoerders en de NS gaan uit van veel minder reizigers dan het Kennisinstituut voor Mobiliteit, dat stelt dat het aantal reizigers weer op het niveau van 2019 uitkomt.
De transitieregeling 2023 is bedoeld om de ov-sector te helpen vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen
Vivianne Heijnen - Staatssecretaris van Infrastructuur
Deze nieuwe regeling is anders dan de vergoeding die het ov de afgelopen jaren vanwege de coronapandemie ontving. Met dat geld kon het openbaar vervoer zijn dienstverlening op peil houden, terwijl er toen door de lockdowns veel minder gebruik van werd gemaakt. De coronabeperkingen zijn opgeheven maar alsnog dreigen er afschalingen, omdat er nog steeds minder reizigers en dus minder inkomsten zijn in 2023.

'Fors schrappen geen optie'

Heijnen: 'Met deze transitieregeling kunnen de treinen, bussen, trams en metro’s volgend jaar blijven rijden. Fors schrappen in de dienstregelingen is voor mij geen optie. We zien dat reizigerspatronen veranderen en dat mensen bijvoorbeeld vaker thuiswerken.'
'De transitieregeling 2023 is bedoeld om de ov-sector te helpen vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Het geeft vervoerders zekerheid voor komend jaar. Partijen die van de regeling gebruik willen maken, kunnen zich hiervoor aanmelden', aldus de staatsecretaris.
Er zijn wel voorwaarden verbonden aan de regeling. Zo moeten de vervoersbedrijven hun aanbod na 2023 in balans brengen met de vraag. Ook moeten ze hun best doen om reizigers terug te krijgen. Belangrijk daarbij is dat het ov beschikbaar, betrouwbaar en veilig is, aldus de bewindsvrouw.

Leemhuis: 'Teleurstellend'

Benni Leemhuis, raadslid van GroenLinks in de gemeente Groningen, vindt het beeld dat de staatssecretaris schetst wel erg rooskleurig. Zeker omdat DOVA, het samenwerkingsverband van decentrale ov-autoriteiten, waar ook de provincie en de gemeente Groningen onder vallen, enkele dagen geleden nog om 500 miljoen steun vroeg.
Dit betekent dat sommige lijnen verdwijnen en andere in frequentie gaan afnemen. Dit is gewoon te weinig
Benni Leemhuis - Raadslid van GroenLinks
Nu komt het Rijk dus met 150 miljoen over de brug, en dat is 'minder dan drie keer zo weinig', rekent Leemhuis voor. 'Dit is teleurstellend. Her en der helpt het wel en het is natuurlijk niet niks, maar het is wel gewoon te weinig.'
'Dit betekent dat sommige lijnen verdwijnen en andere in frequentie gaan afnemen, zowel in Stad als provincie', voorziet Leemhuis. 'En het afschalen levert veel schade op. Denk dan aan mensen die de auto gaan pakken. Of aan buschauffeurs die ander werk gaan doen. Als de reizigersaantallen later weer aantrekken dan kunnen we in de huidige arbeidsmarkt misschien moeilijk weer nieuwe chauffeurs krijgen.'

Vraagtekens bij reizigersaantallen

De voorwaarden waar de staatssecretaris over rept betekent vooral dat de lokale overheden en vervoerders zelf ook geld bij moeten leggen, weet Leemhuis. 'Daardoor is die 150 miljoen nog minder mooi dan het lijkt.'
Ook bij de positieve verwachting van het Kennisinstituut voor Mobiliteit, dat stelt dat het aantal reizigers weer op het niveau van 2019 uitkomt, heeft Leemhuis de nodige vraagtekens. Die cijfers worden volgens het raadslid gebruikt door het kabinet om niet over de brug te hoeven komen. 'Dat terwijl de regionale vervoerders en de NS het de laatste jaren altijd bij het rechte eind hebben met hun cijfers. En daar komt bij: als het aantal reizigers in het ov wel weer snel aantrekt, juist dan kan je als kabinet nu voor relatief weinig geld het openbaar vervoer helpen met steun.'
Dit artikel is geüpdatet met een reactie van het Groningse raadslid Benni Leemhuis