Faillissement MartiniZorg leidde tot neersteken verpleegkundige: 'Ik moet de woning uit'

De ambulance bij de hoofdingang van De Oosterparkheem, na de steekpartij
De ambulance bij de hoofdingang van De Oosterparkheem, na de steekpartij © RTV Noord
Een 56-jarige bewoonster van woonzorgcentrum Oosterparkheem in Stad heeft een celstraf van 3,5 jaar tegen zich horen eisen. De vrouw wordt ervan verdacht dat ze in januari haar psychiatrische verpleegkundige neerstak, uit onvrede over een noodgedwongen verhuizing.
Het steekincident en het faillissement was begin dit jaar voor (ex-)medewerkers reden om aan de bel te trekken over onveiligheid op de werkvloer.

'Kans op herhaling is groot'

De vrouw is verstandelijk beperkt en door haar drankverslaving voelt ze zich snel ontregeld. ‘Ze is onvoorspelbaar waardoor de kans op herhaling groot is. Ze heeft de rest van haar leven zorg nodig’, zei de officier van justitie.
De zorginstelling voor 55-plussers, waar de vrouw destijds woonde, viel onder MartiniZorg. Door een faillissement moesten de bewoners verhuizen. De vrouw was het daar niet mee eens en wilde daarover in gesprek met haar verpleegkundige. Tijdens dat gesprek werd de hulpverlener uit het niets aangevallen. De man liep een steekwond op in zijn hals, duim en buik. Zijn lever raakte beschadigd.

‘Ben je gek geworden?’

Hij dacht eerst dat de vrouw hem sloeg. ‘Wat doe je nou?’, riep hij, en zag toen pas het bloed stromen. ‘Ben je helemaal gek geworden, haal hulp’, riep hij haar toe.
De vrouw sloeg daarop alarm. Tegen een agent zei de vrouw later dat ze had gestoken: ‘Ik moet de woning uit en krijg geen geld. Dat heeft die smeerlap geregeld.’
Op zitting zei de verdachte dat ze zich ook slachtoffer voelde. Ze werd binnen die instelling van het kastje naar de muur gestuurd, zei ze. Haar was beloofd dat ze de rest van haar leven in dat wooncomplex mocht wonen.

Sneller de hulpverlening in

Volgens een psycholoog kon de vrouw door haar verslaving en beperking de situatie waarin ze zat niet goed overzien. Ze was daardoor in verminderde mate toerekeningsvatbaar. Haar persoonlijke omstandigheid moet volgens de officier van justitie een ‘dempend effect hebben op de strafmaat’.
Van de geëiste straf is een jaar voorwaardelijk. De aanklager eiste ook een klinische behandeling van zeven weken en wil dat de vrouw tijdens een maximale proeftijd van tien jaar zorgbegeleiding krijgt.
De advocaat van de vrouw vroeg de rechtbank rekening te houden met de hulp die de vrouw hard nodig heeft. Die krijgt ze niet in de gevangenis waar ze nu verblijft, zei de juriste. De raadsvrouw ziet daarom liever dat de rechtbank de verdachte een celstraf oplegt, die gelijk is aan het voorarrest, met daarnaast een forse voorwaardelijke celstraf.
De rechtbank doet over twee weken uitspraak.