'Mooi zo'n graanakkoord, maar eerst zien en dan geloven'

Dagboek van boer Kees Huizinga
Dagboek van boer Kees Huizinga © RTV Noord
De oorlog in Oekraïne is inmiddels bijna vijf maanden aan de gang en het einde lijkt niet in zicht. Oekraïense boeren zitten hierdoor in het nauw en vragen zich wanhopig af hoe het verder moet. Maar met boer Kees Huizinga gaat het naar omstandigheden goed: 'We mogen niet klagen.'
De in Hellum opgegroeide Kees Huizinga werpt zich op als spreekbuis van de boeren en het volk van Oekraïne. Zo'n twintig jaar geleden trok Huizinga naar dat land en bouwde daar samen met zijn vrouw Emmeke een bloeiend boerenbedrijf op. RTV Noord heeft geregeld telefonisch contact met Huizinga.
Hoe is het met je?
Op zich wel goed. We leven nog, we zijn gezond. Wat kan je nog meer wensen in tijden van oorlog?
Jouw vrouw Emmeke is nu nog in Nederland, maar staat op het punt weer naar Oekraïne te gaan. Blijft ze dan daar, of gaat ze weer terug?
'Het was sowieso al het plan dat onze kinderen in Nederland naar de middelbare school gaan. In eerste instantie onze oudste dochter. Zij was klaar met groep 8 in Oekraïne. Zij zijn eerder naar Nederland gegaan vanwege de oorlog. Wij zouden sowieso deze zomer in Kischenci zijn, zodat ze afscheid kunnen nemen van vriendjes en vriendinnetjes. In de tweede helft van augustus gaan ze weer naar Nederland en gaan ze daar na de zomer naar school.'
Was het een moeilijk besluit? Je hebt eerder gezegd dat je kinderen zich meer thuis voelen in Oekraïne dan in Nederland.
'Tuurlijk was dat moeilijk. Maar ja, ik vind het Nederlands schoolsysteem wel goed. Je gaat naar de lagere school in een dorp, vlak bij huis. Daarna ga je naar de middelbare school in een wat grotere plaats. En daar wordt er ook al wat meer gesplitst. Kinderen die beter met de handen kunnen werken, gaan naar de technische school. En kinderen die goed met het hoofd kunnen werken, gaan naar de havo of het vwo. Dat vind ik super.
Dat is in Oekraïne niet zo. Ook je middelbare schooltijd breng je door op de school in je dorp. Bij elkaar elf of twaalf klassen. In die hogere klassen wordt de kwaliteit van het onderwijs toch wel wat minder. Dat hoeft niet aan de leraren te liggen, maar je hebt hier niet de mogelijkheden zoals op een grotere school.'
Zijn de kinderen het er wel mee eens dat ze naar Nederland gaan?
Lacht: 'Niet. Maar als kind kan je nog niet goed inschatten wat beter is. Voor ons als ouders blijft het natuurlijk ook een beetje een gok. Als het goed uitpakt, heb je geluk. Als het slecht uitpakt, heb je pech gehad. Ze gaan straks in Emmen naar een goede school, dus daar maak ik mij geen zorgen over.
Op de lagere school in Oekraïne is veel discipline, dat is hartstikke goed. Maar vergeleken met de middelbare school hier leer je in Nederland je meer zelfstandig te ontwikkelen. Creatiever ook.
Ze wennen er ook wel weer aan. Mijn schoonouders wonen in Emmen. Die kinderen zijn daar hun hele leven al geweest. Wat dat betreft is die overgang niet heel groot; ze komen in een vertrouwde omgeving terecht.'
Als die oorlog er niet was geweest, had dit besluit dan anders kunnen uitpakken?
'Nee, dit lag al vast. Ik geloof niet zo in de middelbare school hier in het dorp. En of je je kinderen nu naar Kiev of in Nederland naar school stuurt, maakt dan ook niet zo veel meer uit qua reistijd. En een internationale school is stervensduur.'
Dat betekent wel dat je gezin langer gescheiden blijft.
'Dat wordt nu wat lastiger. Maar vroeger ging er vanaf Kiev elke dag wel een vlucht naar Dortmund. Dan ben je in zeven uur van deur tot deur. Dat valt enorm mee.'
Ik vertrouw die Russen voor geen meter
Kees Huizinga
Als we Huizinga spreken, staan Rusland en Oekraïne op het punt een akkoord te tekenen, dat door bemiddeling van Turkije tot stand is gekomen. Volgens dit akkoord kan Oekraïne weer gebruik maken van de havens aan de Zwarte Zee voor de export van graan.
Dit is niet alleen een belangrijke opsteker voor de boeren in Oekraïne. Het is ook van cruciaal belang voor landen in Afrika en het Midden-Oosten, die voor hun voedselvoorziening in hoge mate afhankelijk zijn van Oekraïense landbouwproducten als graan en zonnebloemolie.
Hier in Nederland zien en lezen we reportages over Oekraïense boeren die het niet meer zien zitten. Het woord ‘faillissement’ valt. Hoe schat je de kansen nu in?
'Dat is nog steeds hetzelfde. Maar er wordt nu via Turkije met de Russen gesproken over een graancorridor vanuit Odessa. Als dat op gang komt, zou dat natuurlijk super zijn. Het gaat nog wel een poosje duren, want er liggen hier en daar nog afgezonken schepen voor de haven. En mijnen.
Maar als het lukt, dan is dat ook het resultaat van de zware wapens die geleverd zijn. Daardoor zijn de Russen onder druk komen te staan. Als Rusland havens dicht zou houden, dan wordt de hongersnood in Afrika alleen maar groter.'
Denk je dat jouw oogst daarmee dit jaar nog te redden is?
'Ik sprak vandaag een handelaar. Die drie havens (aan de Zwarte Zee, red.) kunnen gezamenlijk maandelijks zes miljoen ton graan exporteren. Het duurt natuurlijk wel een poosje voordat het zover is. Maar als het op gang komt, plus dat beetje over de weg en per spoor via die vier haventjes aan de Donau, dan kom je weer op het niveau waarop we voor de oorlog zaten.'
Je klinkt optimistisch.
'Nee, ik ben niet optimistisch. Maar als het lukt, dan is dat voor iedereen een grote verlichting. Maar tegelijkertijd gooien de Russen nog wel bommen op Nikolajev en in de buurt van Odessa. Dus het is voor mij wel eerst zien en dan geloven. Ik vertrouw die Russen voor geen meter. Het enige dat werkt is gewoon knalhard zijn, een schop onder de kont en klap op de neus. Dat is het enige waar ze naar luisteren.'
Poetin wil wel concessies voor het openstellen van de havens aan de Zwarte Zee. Zou je daar voor zijn?
Beslist: ‘Nee, geen concessies. Dan geef je weer toe. Als we de mijnen weghalen, dan ligt de route open voor Russische oorlogsschepen en dan pakken ze Odessa. Daar hoef je je geen illusies over te maken. Je kunt wel wapencontroles toestaan. Maar een concessie als ‘jullie mogen de Donbas houden, als wij Odessa open mogen doen’ kan je absoluut niet doen. Als je daaraan begint, dan geef je hen legitimiteit.'
Hoe staat met je eigen oogst?
'Wij hebben bijna de helft van de graanoogst binnen. Het koolzaad moet nog, maar dat is nog wat groenig. Het is op zich mooi oogstweer, maar de opbrengst is niet zo goed. Het is in juni heet en droog geweest – graan kan daar niet zo goed tegen - en het voorjaar was wat te koud en nat.'
Boeren zijn creatief genoeg om opslag te zoeken
Kees Huizinga
'Maar technisch gaat het goed, dus daar kunnen we niet over klagen. En gelukkig hadden wij het grootste gedeelte van ons graan al verkocht, voordat de oorlog begon. Daardoor hebben we genoeg opslagruimte.
Maar dat geldt lang niet voor iedereen. Ik denk dat verspreid over Oekraïne gemiddeld zo’n twintig procent van de oogst van vorig jaar in opslag ligt. Er ligt dus nog genoeg. Maar boeren zijn creatief genoeg om opslag te zoeken, bijvoorbeeld door een oude werkplaats of koeienstal met kunst- en vliegwerk om te bouwen om daar graan in op te slaan. Of desnoods onder een stuk plastic op het erf. En als de export dan ook nog gang komt, dan gaat in dat opzicht de druk van de ketel er wat af.'
Ik heb begrepen dat de boeren veel minder geld krijgen voor hun graan dan voor de oorlog.
'Ja, daar wordt natuurlijk weer misbruik van gemaakt door handelaren. Het zijn niet de grote traders, maar meer de kleine tussenhandelaren. Zij kopen voor een appel en een ei van de boer, bij wie het water tot aan de lippen staat. Via hun contacten in de kleine haventjes aan de Donau verkopen ze het graan weer met dikke winsten op de wereldmarkt.'
Je kunt niet tegen 350 gezinnen zeggen: zoek het maar uit, ik ben weg
Kees Huizinga
Huizinga verwacht zelf dat hij het nog wel een tijdje kan uitzingen met zijn bedrijf. Naar eigen zeggen was hij een van de eerste boeren die besloten hun graan via wegtransport het land uit te krijgen. Anderen volgden al gauw, wat leidde tot files van tientallen kilometers aan de grens met Roemenië. Inmiddels is de bureaucratie aan de grens verminderd en daardoor worden de files kleiner, aldus Huizinga. Al verschilt dat van dag tot dag:
‘Laatst stond er een file van drie kilometer. Maar een paar dagen later stond er weer twintig kilometer, omdat de Russen het grenscontrolesysteem hadden gehackt. Daardoor konden paspoorten niet worden gecontroleerd. Dus stond iedereen weer stil aan de grens. Ook auto’s, die met de neus tegen de grens aan stonden, moesten nog tien uur wachten voordat het systeem weer kon worden gebruikt.
Maar er zit verbetering in, het gaat best wel aardig. We hebben inmiddels bijna dertig vrachtwagens voor ons rijden. Je kunt met deze fysieke capaciteit dertig procent van de oogst het land uit krijgen. Maar met die havens erbij komen we een heel eind.'
Niemand weet hoe lang de oorlog gaat duren, maar het lijkt een uitputtingsslag te worden. Denk jij na over de toekomst van je bedrijf?
'Dat doe je sowieso natuurlijk. Je moet hopen op het beste. Je ziet nu het resultaat van de wapens die geleverd zijn. De Russen staan nu zo onder druk dat ze de export van graan via Odessa toestaan. Die druk moet erop blijven, die wapens moeten komen. Die Russen moeten gewoon het land uit gejaagd worden. Als je dit in de 21e eeuw toestaat, dan is het hek van de dam.'
Dat klinkt nou niet echt dat je op een bepaald punt van plan bent de vlag te strijken en terug te gaan naar Nederland.
'Alles wat we hebben zit hier. En al onze medewerkers hebben ons het vertrouwen gegeven om zo stabiliteit en een inkomen te krijgen. Je kunt niet tegen 350 gezinnen, die van ons bedrijf leven, zeggen: zoek het maar uit, ik ben weg.
Dus ik denk dat wij het relatief best aardig doen. Kleinere boeren zijn meer overgeleverd aan de grillen van die tussenhandelaren, die boeren gewoon uitpersen. En: we zitten ver genoeg van het front. Wat betreft hebben we vreselijk veel geluk.’