In de nieuwe roman van Ingeborg Nienhuis spreken zelfs de corpsballen Gronings

Schrijfster Ingeborg Nienhuis
Schrijfster Ingeborg Nienhuis © René Walhout/RTV Noord
Tine, Aaltje, Carmen en Marte. Vier jonge meiden die samenwonen in studentenhuis Hoeze Toenbaauw in Groningen. In de nieuwe Groningstalige roman van Ingeborg Nienhuis leren we ze kennen en wordt de lezer meegenomen in het onstuimige studentenleven van Groningen.
Het boek wordt vrijdagmiddag gepresenteerd, uitgegeven door Uitgeverij Vleidorp in samenwerking met Stichting t Grunneger Bouk.

Bijzonder

Het verhaal begint als het hoofdpersonage Aaltje (Aletta) bij drie meiden intrekt in studentenhuis Hoeze Toenbauw. Alle vier zijn ze eerstejaars, waarbij de een de studie serieuzer neemt dan de ander. We volgen de meiden op het liefdespad, tijdens drinkfeesten en andere kenmerkende studentenactiviteiten. Alles geschreven in soepel Gronings waarbij opvalt dat zelfs de corpsballen met een hete aardappel in de keel die taal vloeiend spreken.
In de streektaal wordt weinig aandacht besteed aan deze leeftijdscategorie
Ingeborg Nienhuis - Auteur
‘Dat was wel even wennen,’ vertelt de schrijfster. ‘In mijn vorige boek over de jeugd van Zoutkamp was het heel natuurlijk, maar ik schrijf in het Gronings dus dan wil ik de dialogen ook in die taal. Het was bijzonder om over het studentenleven te schrijven. In de streektaal wordt heel weinig aandacht besteed aan deze leeftijdscategorie en met Stad als decor. Het is me heel goed bevallen.’
Zelfs de corpsballen spreken Gronings in Hoeze Toenbaauw

Een van de meiden is helemaal niet zo lief

Voor de verhalen in Hoeze Toenbaauw putte Nienhuis uitgebreid uit haar herinneringen aan haar eigen tijd als student in Groningen. ‘Ik heb het wel heel erg gefictionaliseerd. Ik woonde met drie hele lieve meiden in Huize Tuinbouw, maar wij waren eigenlijk heel saai en daarom heb ik er van alles bij bedacht om het spannend te maken. De meiden zijn allemaal verschillend van aard, ik heb dat sterk uitvergroot. Zo is er eentje helemaal niet zo lief en daar wordt het verhaal leuker van.’
Nienhuis noemt haar boek een ontwikkelingsroman. Met vallen en opstaan ontwikkelen de personages zich richting volwassenheid. ‘Het gaat heel erg over de zoektocht naar jezelf. Wie je eigenlijk bent. Dat klinkt zwaarder dan het is maar dat is toch waar je op die leeftijd mee bezig bent. Past de studie bij mij? Passen mijn huisgenoten wel bij mij? Past mijn date wel bij mij? Kortom: waar hoor ik eigenlijk bij en welke kant ga ik op?’

Ode aan de Groninger binnenstad

Bovenal is Hoeze Toenbaauw een vermakelijk boek over het Groninger studentenleven geschreven in makkelijk leesbaar Gronings. ‘Het is ook een ode aan de Groninger binnenstad,’ vult de schrijfster uit Vierhuizen aan. ‘Ik heb hier een hele mooie tijd gehad en ik geniet nog altijd als ik er rondloop.’