Deze dag: Leve de zomertijd! Of juist niet?

Een wekker
Een wekker © RTV Noord
De wereld was lange tijd verdeeld in twee kampen: vooral de horeca was vóór invoering, de boeren waren tegen. Op deze dag, 13 augustus 1975, bleek de komst van de zomertijd onafwendbaar en nog slechts een kwestie van tijd. En zo gebeurde het, dat in het voorjaar van 1977 de klok in heel Europa voor het eerst een uur vooruit werd gezet.
In Groningen stuitte dat op grote bezwaren. In onze agrarische provincie begint de dag op de boerderij eerder dan in de stad: de koeien moeten worden gemolken. Als we aan de klok gaan draaien raken die dieren van slag, want ‘zij hebben geen ingebouwde wekker die zich zomaar een uur laat verstellen’, luidt een zwaarwegend argument tegen de zomertijd. Komt nog bij dat de boer kostbare tijd verliest omdat hij pas kan beginnen met hooien, als de dauw van het land is.
De voorstanders wijzen nadrukkelijk op het kostbare extra uur zonlicht in de avond. Dat zou fors op de energie van kunstlicht besparen. En zeg nou zelf, wie wil er niet een uurtje langer buiten op het terras zitten? Het klinkt vanzelfsprekend, de voordelen lijken evident maar de uitkomsten van een groot onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen in samenwerking met die van München uit 2007, wijzen toch in een andere richting.
Na dertig jaar ervaring met de zomertijd, vroegen medewerkers van beide universiteiten vijftigduizend mensen, verspreid over de hele wereld, om een online vragenlijst in te vullen. De belangrijkste conclusie die getrokken kan worden uit de antwoorden: het slaapritme van veel mensen raakt door de zomertijd ernstig verstoord. ‘Daardoor slapen we minder en neemt de kwaliteit van onze slaap in de zomermaanden af’, aldus de wetenschappers. Zodra de klok weer een uur terug gaat, verdwijnt dat probleem.
Volgens de onderzoekers wordt onze biologische klok vooral aangestuurd door licht. In de winter loopt die klok gelijk met de wisseling van licht en donker buiten. Door de zomertijd raakt onze biologische klok zo in de war, ‘dat we niet meer in staat zijn te bepalen in welk seizoen we zitten'. Het is bijvoorbeeld daarom dat ons voortplantingsgedrag anders is geworden.
De laatste jaren wordt er in heel Europa weer volop gediscussieerd over het al dan niet afschaffen van de zomertijd. De meteorologen van Weeronline pleiten voor een tussenoplossing: ‘Verzet de klok een half uur.’ Het wordt dan ’s winters iets later donker en de temperatuur daalt een beetje later, waardoor er in de avondspits minder kans is op gladheid, dus minder kans op ongelukken.
Door dit halfuurtje speling valt het heetste moment van de dag iets eerder en wordt het ook niet te vroeg licht. En dat sluit dan weer beter aan bij ons bioritme. Uit recent Fins onderzoek is gebleken dat het percentage beroertes met acht procent toeneemt in de eerste week na de wissel van de klok. We betalen een prijs voor het knoeien met de tijd.
Vijf jaar geleden probeerde de actiegroep ‘Stop de zomertijd’ Europa ervan te overtuigen dat al dat geschuif met de tijd kwalijke gevolgen heeft voor onze gezondheid. Marijke Gordijn van het UMCG zei bij die gelegenheid ‘dat je als overheid niet iets zou moet doen wat onze nachtrust verstoort'. We doen het toch, om te beginnen eind oktober. De zomertijd werd een feit op deze dag in de geschiedenis, 13 augustus 1975.