Minister Kamp schrok van hoge winning na Huizinge: ‘Rotgevoel over’

Henk Kamp legt de eed af in de Enquetezaal
Henk Kamp legt de eed af in de Enquetezaal © Robin Utrecht/ANP
De recordhoge gaswinning in 2013 was niet nodig vanwege een koude winter, maar om meer gas te verkopen. Dat verklaarde oud-minister Henk Kamp vrijdag onder ede tijdens zijn verhoor door de parlementaire enquêtecommissie.
Kamp ontdekte die werkelijke reden pas in 2015 en schrok daarvan. ‘Daar had ik een rotgevoel over. Er was bewust extra gas verkocht. Dat was verontrustend en dat vind ik nog steeds.’
Bekijk de video:
Dit gebeurde er vrijdag tijdens de verhoren voor de parlementaire enquête

Meer verkocht dan nodig

Het bedrijf dat het Groningse gas verhandelt en verkoopt is GasTerra. Daar werd tot die hoge winning besloten en daar was geld de belangrijkste drijfveer, verklaarde Kamp. Ambtenaren van zijn ministerie zaten wel bij GasTerra aan tafel, maar uit het verhoor van de oud-minister werd duidelijk dat hij niet op de hoogte was van wat zij deden.
Er werd volgens Kamp doelbewust meer gas verkocht dan voor de leveringszekerheid nodig was. Daarnaast werd Gronings gas vermengd met ander gas om zeker te stellen dat het de markt op kon.
Kamp noemde het pijnlijk dat de gaswinning zo hoog uitviel. ‘Ik heb begin dat jaar gezegd dat er niet minder gewonnen mocht worden. Achteraf wou ik dat ik gezegd had dat de winning wel omlaag kon.’

Waarom greep Kamp niet in?

Dan rijst de vraag: waarom nam Kamp dat besluit dan niet? Uiteindelijk is het de minister die bepaalt hoe hoog de gaswinning is. Hoewel er na Huizinge meer werd gewonnen dan gepland, was GasTerra sowieso al van plan veel gas te winnen.
Bovendien werd uit eerdere verhoren duidelijk dat ambtenaren van Kamps ministerie al wisten dat er bijna de helft minder gas had kunnen worden gewonnen, zonder Nederland in de kou te zetten. Zo vond de enige ambtenaar met kennis van aardbevingen dat productievermindering van belang was, tot er meer onderzoek was gedaan.
‘Dan had het ministerie die hoge winning toch kunnen tegenhouden?’, legde de commissie Kamp voor.

Ontwrichting van de samenleving

Maar volgens de voormalig VVD-minister had hij te weinig informatie om zo’n ingrijpend besluit te nemen. ‘Ik kon geen onderbouwd besluit nemen. Je weet niet wat de consequenties zijn als tijdens een koude winter vier, vijf, zes dagen de verwarming niet verwarmt. Dat zou een ontwrichting van de samenleving zijn.’
En dus besloot Kamp om een besluit uit te stellen. Er werden veertien onderzoeken gestart die een beter inzicht moesten geven in de gaswinning en de gevolgen ervan. Maar daardoor ging de geplande winning gewoon door, en zelfs een beetje meer.
Jeroen Dijsselbloem loopt de Enquetezaal van de Tweede Kamer binnen
Jeroen Dijsselbloem loopt de Enquetezaal van de Tweede Kamer binnen © Jeroen Jumelet/ANP

Onbegrijpelijk

Zo kwam de winning na Huizinge tot het hoogste in tientallen jaren, er werd niet 47 maar bijna 54 miljard kuub gas gewonnen. ‘Onbegrijpelijk’, zei voormalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) er in zijn verhoor eerder op de dag over. ‘Ik was daar onaangenaam door verrast.’
Dijsselbloem was ervan uit gegaan dat er niet meer gas zou worden gewonnen dan was afgesproken, zolang de onderzoeken van Kamp liepen. Hij hoopt dat de parlementaire enquêtecommissie erachter komt wie die extra gaswinning toestond.
Maar een jaar later had Dijsselbloem grote invloed op de hogere gaswinning dan werd geadviseerd en dan minister Kamp wilde. Waar Kamp het advies van toezichthouder SodM wilde opvolgen en 40 miljard kuub gas wilde winnen in 2014, was het Dijsselbloem als minister van Financiën die aandrong op meer winning. Dat gebeurde en er werd dat jaar 42,5 miljard kuub gas uit de grond gehaald.

Financiën spelen altijd een rol

Een ‘pijnlijk’ en ‘ongelukkig’ punt, dat hij niet had moeten toen, zei Dijsselbloem erover tegen de commissie. Maar het was nodig vanwege de slechte staat van de economie, de begroting stond er niet best voor. ‘Ik wil het niet verbloemen: financiën spelen altijd een rol, en dat is terecht.’
Bovendien had Dijsselbloem, net als Kamp, problemen met de kennis over de aardbevingen. Hij was ‘chagrijnig’ en ‘onthutst’ over de kennisachterstand van het KNMI, TNO en de NAM. En ook van de kwaliteit van de adviezen van de de toezichthouder was hij ‘niet overtuigd en onder de indruk.’ De oud-minister benadrukte dat hij zich nooit heeft verzet tegen de uitgaven voor het herstel van Groningen.