Door de mand: Kees Vlietstra pleit voor een Groningse Sport Hall of Fame

Kees Vlietstra
Kees Vlietstra © RTV Noord
Ter leering ende vermaeck heb ik afgelopen week liefst zes sportkantines met een bezoek vereerd. Een kantine is de de huiskamer van de sport, ontmoetingsplaats van sport en jolijt. Van de zes kantines was die van korfbalvereniging NKC in Marum de mooiste. Zaterdagochtend was het een genot om tien enthousiaste, onervaren jeugdtrainers te trainen.
Na afloop van de clinic een warme evaluatie in de kantine. Boven de bar hing een houten bordje met opschrift: ‘Mijn drinkvrienden hebben een korfbalprobleem’.
Iets anders. Donderdag kondigde Roger Federer zijn afscheid aan als tennisser. In de NRC schreef Stefan Verseput een prachtig profiel over een van de beste tennissers ooit:
‘Met de lichtvoetigheid van een danser zweefde hij over de banen. Geruisloos, zelden zwetend. Hij sloeg ballen die het voorstellingsvermogen van velen te boven gingen. Meester van de tijd en ruimte, met buitengewone hand-oogcoördinatie. Tennis, een complex samenspel tussen inzicht, timing, techniek en geest, leek bij hem vanzelf te gaan.’
Door die dansende zinnen van Verseput zie ik Federer weer tennissen. Vind hem in tegenstelling tot Verseput niet een van de beste, maar dé beste tennisser ooit. Mooie naam trouwens, Verseput. Dat dan weer wel. Groningse verkniptheid laat me Verse Puut lezen, maar dat doet niks af aan zijn indrukwekkende schets van de Zwitser. In andere reacties op de aankondiging van zijn afscheid werd Roger vooral geroemd: tovenaar, held, legende, voorbeeld, natuurtalent, GOAT.
Door zijn grootste fans werd hij zelfs betiteld als een genie. Gronings Geheugenbalkon doet mij bij het woord genie direct weer denken aan voormalig quarterback van de Washington Redskins, Joe Theismann, die het begrip ‘sportgenie’ een beetje bagatelliseerde: 'Nobody in football should be called a genius. A genius is a guy like Norman Einstein'.
Niet alleen tennis, maar de gehele sport leent zich bij uitstek voor adoratie. Helden, geniën, koningen. Binnen de sport heb je namelijk winnaars en verliezers. Die winnaars, en sommige verliezers, worden door de fans op handen gedragen. Bewierookt, op een voetstuk geplaatst, op het schild gehesen, aanbeden.
Ik ben van de zomer vijf weken op werkvakantie in Amerika geweest. Als sportcolumnist meerdere sportwedstrijden bezocht. Het was een feestje. De beleving, de aandacht, de adoratie, de ultieme heldenverering. Vond ik wel wat hebben. Daar.
Bij Miami Marlins tegen de New York Mets werden de fans crazy door pitcher Sandy Alcantara, ondanks dat hij als een nat pak bami de ballen over en vooral naast de thuisplaat gooide. In datzelfde Miami zagen we superster Gonzalo Higuaín de sterren van de hemel voetballen tegen FC Cincinnati. Gonzalo werd anderhalf uur toegezongen door de Spaanstalige Z-side van Inter Miami.
In de Bronx ten slotte zagen we de New York Yankees met toekomstig MVP Aaron Judge het onderspit delven tegen de Seattle Mariners. Toen de Mariners de wedstrijd uit gooide, galmde twee seconden later Frank Sinatra uit de boxen in het Yankee Stadium: 'New York, New York'. Trots op de helden. Trots op de stad.
Als assistent-bondscoach van TeamNL korfbal mocht ik voorafgaand aan mijn werkbezoek mee naar de World Games in Birmingham, Alabama. Ook daar fantastische sport(en) gezien. En als je daar dan toch bent, moet je als sportschrijver ook een bezoek brengen aan de Alabama Sports Hall of Fame. De ultieme snoepwinkel. Heldenverering in het kwadraat.
‘The purpose of the State of Alabama Sports Hall of Fame (ASHOF) is to honor, preserve and perpetuate the names, deeds and records of those, living and dead, who by achievement or service, have brought lasting fame and honor to the State of Alabama and to themselves through their outstanding accomplishments.’ Hele Amerikaanse mond vol. Kan korter op zijn Gronings: Loat mor zain was doe kenst!
Maar wat een feestje. Drie(!) verdiepingen sportgrootheden. Met zuilen, shirts, ringen, portretten, ballen, bats, handschoenen, boeken, foto’s en films worden grootheden als Jesse Owens, Bart Starr, Willie Mays, Bo Jackson, Mia Hamm, Evander Holyfield, Carl Jackson en persoonlijke held Charles Barkley daar letterlijk op een voetstuk geplaatst.
Waar ze in Birmingham een gebouw van drie verdiepingen inrichten om hun helden van Alabama te eren, moeten de Groningse sporthelden het doen met een gemompeld compliment wat ze krijgen na een wereldprestatie. ‘Kon minder.’
Het wordt de hoogste tijd dat we een Groningse Sport Hall of Fame oprichten. En dan een echte. Geen lullig wandje in een achterafzaaltje op een winderig sportcomplex, maar een gebouw met allure. Voorstel: in het Forum of in de hoofdzaal van het Groninger Museum. Speciaal voor Bauke, Ranomi, Sarèl, Arjen en Marianne. Groningse sporthelden.
De Groningse culthelden krijgen een eigen plekje. Verschil moet er zijn immers. Martin Drent, Henk de Haan, Sandra van Bergen, Mike Vlietstra, Harry Zwiers, Barend Beltman en Freddy Frikandel krijgen een eigen home hommage. In de kantine van NKC in Marum. ‘Mijn drinkvrienden hebben een sportprobleem.’