Deze dag: ‘Ik mag gek doen, dat verwacht men van mij’

Tim Kuik, voormalig directeur theater Geert Teis
Tim Kuik, voormalig directeur theater Geert Teis © Hans Banus Collectie SHC
Wim Kan noemde hem ‘Tim Tamtam’. De directeur die theater Geert Teis in Stadskanaal in het eerste seizoen zestien keer uitverkocht, was jarenlang werkzaam bij Peek en Cloppenburg. Als verkoper van herenconfectie. Vervolgens bestierde Tim Kuik zeventien jaar lang zijn theater ‘als een supermarkt, zo volks als het maar kan’, vertelde hij vol trots aan het Nieuwsblad, op deze dag, 24 september 1970.
Theater is illusie. Een pak verkopen in een kledingzaak komt in wezen op hetzelfde neer, legt hij uit aan de verslaggever van de krant. Kuik kiest ervoor om populair te programmeren, hij gaat voor de goedlopende voorstellingen: ‘dat komt waarschijnlijk omdat ik zelf zo’n doodgewoon mens ben. M’n vader was machinist-stoker, eerste klas, zet je dat er even bij?’
Als in 1955 Philips naar Stadskanaal komt, is er al snel de wens om in de gemeente een schouwburg te vestigen. Het inwonertal blijft groeien in de jaren zestig en een theater komt er, dat tegelijkertijd muziekschool en bibliotheek is. De schouwburg, met groot toneel en orkestbak, wordt ‘één van de modernste van Nederland’, en krijgt de naam ‘Geert Teis Centrum’. Tegen de drie miljoen gulden kost de nieuwbouw.
Marga Klompé, minister van cultuur verricht op 14 november 1967 de officiële opening. De nieuwe directeur Tim Kuik slaagt er dat jaar meteen in om de musical Anatevka exclusief voor het Noorden te boeken. Met Lex Goudsmit in de hoofdrol als Tevje, is het zestien keer volle bak. De naam van het nieuwe theater wordt snel een begrip. Het publiek, afkomstig uit Groningen en Drenthe, komt voor ‘een avondje bij Kuuk.’
De directeur geeft in gesprek met Tony van der Meulen in het Nieuwsblad van het Noorden op deze dag in 1970 grif toe, dat alles draait om de bezoekersaantallen: ‘het bezettingspercentage is voor mij een heilige koe, elke stoel die leegstaat kan ik wel opvreten.’
Na afloop resideerde de directeur in de foyer met de optredende artiest. Dan speelde vaak een dansorkest, met Arie Ribbens of Jelle Meinema. Er waren hapjes, het was feest tot ver na het einde van de voorstelling. Experimenteel toneel? Kuik wil het best brengen, maar als er dan 250 mensen zitten die er niks aan vinden, ‘dan vertellen ze overal dat het waardeloos was bij Kuik, en ik ben duizend mensen kwijt. En dat kan toch niet?’
In 1984 overlijdt de flamboyante directeur volkomen onverwacht. Hij leed aan suikerziekte. Dat vormde geen goede combinatie met de Bourgondische leefstijl die hij er op na hield. Zijn opvolger, Bé Lamberts, hield het nog veel langer vol als theaterbaas: 27 jaar. Een voorlichter bij de gemeente, met een voorliefde voor cultuur. En nota bene familie, want Tim Kuik was zijn oom.
Bé is zelf elf jaar gelden gestopt, voelt zich uitstekend en als ik hem aan de telefoon krijg heeft hij zojuist met zijn vrouw een mooie fietstocht gemaakt. Als ik hem vraag naar oom Tim, gaat het over plezier maken, het theater op de kaart zetten en hoe het in die tijd normaal was om bij het ombouwen in de ochtend al een biertje te nemen: ‘andere tijden’.
In de Groninger Archieven kom ik een filmpje tegen over de bouw van theater Geert Teis in 1967. ‘Muziek en tekst: Tim Kuik’, staat er op de aftiteling. Het is een prettig wervend zwartwitfilmpje, waarin de zegeningen van Stadskanaal en het komende theater worden aangeprezen. Met boodschappen als: ‘Tussen haakjes, uit Stadskanaal komt de beeldbuis van uw TV!’
Van het Nieuwsblad krijgt hij de gelegenheid zijn theater aan te prijzen. ‘Op de schouwburg heb ik vorig jaar een verlies geleden van 19 mille, op de foyer een winst van 23 mille’. Zo houdt hij een mooi potje van vier mille over. Maar: ‘ook al zou ik een tekort hebben dan is dat niet zo erg, als er maar publiek komt.’ Was getekend, op 24 september 1970, Tim Kuik.