Deze dag: Het scheiden van afval

Bewoners van drie Groningse stadswijken kregen in 1981 een blauwe en een gele zak om afval te scheiden
Bewoners van drie Groningse stadswijken kregen in 1981 een blauwe en een gele zak om afval te scheiden © RTV Noord
Het begon met een proef in de Groninger wijken Vinkhuizen, Selwerd en Paddepoel. In de gele zak moesten papier, karton, plastic, metalen en glas gestopt worden. In de blauwe zak hoorde het overige, organische huisvuil. Op deze dag, 8 oktober 1981, hoorden inwoners van de drie stadswijken hoe ze het huisvuil precies moesten scheiden.
Tegenwoordig bieden de meeste inwoners van de stad nog wel hun papier en glas afzonderlijk aan, maar het verder scheiden van het huisvuil is een klusje geworden voor een soort van fabriek die staat in Oudehaske, bij Heerenveen. Daar gaat al het afval op een lopende band en wordt met donderend geraas gescheiden.
En dat gebeurt ‘beter dan de mensen thuis doen’, schrijft Johan de Veer in het Dagblad van het Noorden. Hij bekijkt, samen met mijn RTV Noord-collega Robert Pastoor en een groep burgers uit Haren, hoe dat systeem met grote roterende lopende banden precies werkt.
De bus vol inwoners uit Haren is uitgenodigd om in Friesland te komen kijken naar de verwerking van hun afval. Ze waren kort geleden zelf nog aan het scheiden, want de gemeente hanteerde het Diftar-systeem: wie minder rommel produceerde, betaalde ook aanzienlijk minder afvalstoffenheffing. Sinds de samenvoeging met Groningen en Ten Boer gaat het huisafval uit Haren naar Omrin (het Friese woord voor kringloop) in Oudehaske.
‘Het voelt oneerlijk’, zegt een mevrouw. ‘Je bent milieubewust bezig en dan maakt het ineens niet meer uit of je zelf je afval scheidt. Je moet fors meer betalen.’ Ze betaalde 120 euro; dat bedrag is nu meer dan verdubbeld. Een dorpsgenoot vult aan: ‘Dit stimuleert je niet om minder afval te produceren. Het gewicht maakt immers niets meer uit.’
Op deze dag in 1981 besloot Groningen een half miljoen gulden uit te trekken, opgebracht door gemeente en provincie, om een jaar proef te draaien met het scheiden van ‘droog’ en ‘nat’ afval in gele en blauwe vuilniszakken. Het Instituut voor Bodemvruchtbaarheid in Haren controleerde destijds de kwaliteit van de compost in de blauwe zakken.
Veertig jaar later zijn mijn collega’s Johan en Robert onder de indruk van wat ze zien bij het scheiden van het afval door machines. Ze dragen beschermende kleding en een mondkapje, dat volgens Robert Pastoor hard nodig is, want ‘de geur is zó indringend, bijna bedwelmend. Je komt er zelf zo ongeveer als een vuilniszak weer uit’, omschrijft hij.
Tegenwoordig wordt ook het huisvuil van Eemsdelta, Het Hogeland en Westerwolde er gescheiden. Ongeveer 73 procent van het afval wordt gerecycled. Ze doen het voor 1,6 miljoen huishoudens in Nederland. Laatste aanwinst is een luiermachine. Een langwerpige trommel, waarin de poep van de luiers wordt geschuurd. Het restmateriaal wordt hergebruikt.
In Groningen begon het allemaal met een succesvolle proef, die op 8 oktober 1981 werd aangekondigd. Tien gekleurde zakken kregen de deelnemers: vijf gele en vijf blauwe. Meer dan negentig procent van de in aanmerking komende huishoudens, deed mee.