Gemeente Groningen biedt excuus aan en betaalt schadeclaim voor innemen woning van Joodse familie

De betreffende Villa aan de Kamplaan in 1962
De betreffende Villa aan de Kamplaan in 1962 © Groninger Archieven/Gemeente Politie
De gemeente Groningen komt tegemoet aan de schadeclaim van ruim drie ton die een kleinzoon van een Joods echtpaar heeft ingediend. De kleinzoon vindt dat de gemeente het voormalige huis van zijn gedeporteerde en vermoorde grootouders in 1952 voor een te laag bedrag heeft aangekocht. De woning werd ingezet als ambtswoning. Burgemeester Schuiling erkent dat en zal een bedrag van 328 duizend euro overmaken naar de kleinzoon.
Het gaat om de woning aan de Kamplaan 8, die ten tijde van de de Tweede Wereldoorlog in eigendom was van de familie Serphos-Menko. De woning werd in de oorlog gevorderd door de Duitsers. Na de oorlog werd het huis teruggevorderd, maar dan onder de Nederlandse wetgeving. De familie heeft na de oorlog nooit meer in hun eigen huis kunnen wonen.
In 1952 besloot de gemeente om het pand te kopen van de enige echte eigenaar; de familie Serphos-Menko. De rechtmatige eigenaar kon destijds de verkoop niet weigeren. De toenmalige gemeenteraad gaf ook akkoord voor die aankoop.

Nu niet meer 'de juiste beslissing'

Dat ging onder destijds geldende wet- en regelgeving, maar voor de gemeente is dat anno 2022 niet meer de juiste beslissing. Na de oorlog werden de door Duitsers gevorderde huizen ingezet in het kader van de wederopbouw om hoge functionarissen onderdak te bieden 'Hoe zeer de juridische regels na de oorlog ook zijn toegepast', zegt Schuiling, 'in het opzicht van fatsoen en de moraal is dat destijds niet goed gebeurd. Dat is ook de reden dat ik het advies van de onderzoekscommissie heb overgenomen.'
Dat advies roept op om tot een excuus te komen en om aan de schadeclaim te voldoen.

Opluchting

De afgelopen tijd heeft een speciale commissie onder leiding van Addie Stehouwer zich gebogen over de kwestie. Dat gebeurde nadat de nazaat, Hubert van Blankenstein, zijn verhaal deed en een schadeclaim had ingediend bij de gemeente Groningen. Kleinzoon Van Blankenstein reageert opgelucht op het besluit van de gemeente.
'Jarenlang heb ik geworsteld met de vraag waarom mijn ouders, mijn zusjes en ik niet mochten wonen in ons huis aan de Kamplaan 8. Het huis waar mijn grootmoeder en later mijn moeder de eigenaars van waren', laat hij weten in een persbericht dat hij schreef in Israël, het land waar hij woont.

Commissie-oordeel: 'Onaanvaardbaar'

De commissie, die verder bestond uit de politieke prominenten Max van den Berg en Henk Pijlman, concludeert dat de gemeente misschien destijds handelde naar geldende wet- en regelgeving, maar dat er op geen enkele manier rekening werd gehouden met het feit dat de woning in eigendom was van een Joodse familie. 'Voor eigendom van Joodse families werd geen uitzondering gemaakt', zo valt te lezen in het onderzoeksrapport. 'Dat is vanuit ons huidige perspectief onaanvaardbaar. Zij die terugkeerden uit de verschrikkingen van de oorlog hadden recht gedaan moeten worden door hun aanspraken prioriteit te geven.'
In de memoires van zijn vader had Van Blankenstein gelezen dat zijn familie nooit toestemming kreeg om de woning na de oorlog weer te betrekken. 'Een bepaalde motivering gaf men niet. De gemeente had beslag gelegd op deze villa en ik heb altijd een sterk vermoeden gehad dat men ons gezin niet passend vond daar', aldus de memoires van zijn vader.

Erkenning van onrecht

Zijn familie is zwaar getroffen door de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog. Bij terugkomst was het huis dus gevorderd en dat betekende dat de familie genoegen moest nemen met een 'kleine bovenwoning'. 'Ik beschouw het excuus en de genoegdoening door de gemeente Groningen als een erkenning van het onrecht en de pijn die mijn ouders zijn aangedaan', aldus Van Blankenstein.
De 328 duizend euro gaat hij storten op de rekening van een nog op te richten stichting. Die stichting gaat onderzoek naar de bestrijding van discriminatie financieren. De huidige gemeenteraad moet nog wel instemmen met het overmaken van dat bedrag, maar de burgemeester weet nu al dat dat zal gebeuren. 'De raad wordt in staat gesteld om datgene wat er na de oorlog is nagelaten alsnog te doen.'

Emotie bij burgemeester Schuiling

Schuiling heeft dinsdag contact gezocht met Hubert van Blankenstein om excuus aan te bieden en de financiële tegemoetkoming aan te kondigen. Toen de burgemeester dat gesprek aanhaalde werd het hem even te kwaad en brak zijn stem. 'Het was een indringend gesprek. Ik kan mij voorstellen dat hij door het onderzoek is geconfronteerd met een hele hoop oude wonden die zijn opengereten', zei hij met een trilling in zijn stem.