NAM-directeur houdt vol: grootschalige versterkingsoperatie is niet meer nodig

NAM-directeur Johan Atema in de Enquetezaal
NAM-directeur Johan Atema in de Enquetezaal © Phil Nijhuis/ANP
Directeur Johan Atema van de NAM blijft erbij: het grote gevaar in Groningen is geweken, de grootschalige versterkingsoperatie is niet meer nodig. Dat zei hij woensdag tegen de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen.
Atema kwam vorig jaar in opspraak nadat hij in een interview met NRC had gezegd dat er nog slechts vijftig huizen versterkt hoefden te worden. Al snel betuigde hij spijt voor de onrust. In het verhoor woensdag herhaalt Atema dat hij het getal vijftig niet had moeten zeggen.

Bouwvallen wel versterken

In feite geeft hij dezelfde boodschap af als destijds in het NRC-interview, maar dit keer zonder een aantal te noemen. Hij laat doorschemeren te denken dat het nóg minder dan vijftig huizen zijn die moeten worden versterkt. De NAM-topman kan zich wel voorstellen dat nog niet alles veilig is.
NAM-directeur vindt dat versterking 'niet meer nodig is'
‘Ik weet zeker dat er ergens wel een huis is dat niet goed is onderhouden of een schuur dat een halve bouwval is waar kinderen spelen. En dat je daar zegt: luister, dit is niet veilig, dat snap ik.’

Zootje

Atema erkent dat zijn bedrijf er de afgelopen jaren een ‘zootje van had gemaakt’ en de ‘crisis heeft laten escaleren’. En juist daarom moet de NAM nu ‘ruimhartig’ zijn. Hij onderstreept het belang van veiligheid, maar tijdens zijn verhoor neemt hij vooral een - zoals hij het zelf noemde - ‘klinische’ houding aan.
De modellen laten volgens Atema duidelijk zien dat er geen enkel huis in Groningen meer onder de veiligheidsnorm zit. De nuance dat die modelmatige aanpak nog niets zegt over de veiligheid van een huis, én dat er eerst inspecteurs heen moeten om de situatie te beoordelen, benoemt Atema minder nadrukkelijk.

‘Die rekening betaal ik niet’

En hij wijst met de beschuldigende vinger naar de overheid. Die heeft de versterkingsoperatie - ‘tegen de afspraken in’ - zo uit de hand laten lopen, vindt Atema. ‘We hebben afgesproken negenduizend huizen te versterken en snelheid te maken. Nu zitten we op 26.000 huizen. Het gaat traag en wat veilig is, weten we niet.’
Waar hij fel aan toevoegt: ‘Ondertussen krijgen we wel de volledige rekening. Je kunt me een rekening sturen voor de veiligheid, maar niet voor gebiedsvernieuwing. De aansprakelijkheid moeten we zuiver houden: wij betalen wat we verplicht zijn te betalen.’

Vijlbrief is razend

Het zorgt voor een voortdurend conflict met de overheid op meerdere fronten, onder meer met staatssecretaris Hans Vijlbrief (D66) van Mijnbouw. Ook hij werd woensdag verhoord. Vijlbrief zegt ‘razend’ te zijn over het feit dat de NAM arbitrage inschakelt omdat het bedrijf het niet eens is met de kosten voor schadeherstel en versterking. ‘Ze moeten gewoon betalen.’
Staatssecretaris Hans Vijlbrief (D66) in de Enquetezaal
Staatssecretaris Hans Vijlbrief (D66) in de Enquetezaal © Phil Nijhuis/ANP
Om van het getouwtrek met de NAM af te komen, kijkt Vijlbrief naar een afkoopregeling. Het idee is simpel: de NAM maakt in één keer een groot bedrag over naar het Rijk waarmee alle toekomstige schade- en versterkingskosten wordt betaald. De vraag is alleen: hoeveel moet dat zijn?

Wantrouwen in de overheid, ‘het ergste wat er is’

NAM-aandeelhouder Shell is wel gecharmeerd van zo’n oplossing, liet president-directeur Marjan van Loon in haar verhoor weten. Vijlbrief is bezig om de gesprekken voor te bereiden, zei hij. Maar hij waarschuwt voor de risico’s: de bevingen kunnen doorgaan terwijl het geld op is. ‘Ik ga het doen als ik weet dat ik de kosten op een behoorlijke manier vergoed krijg.’
Vijlbrief hoopt in zijn periode het vertrouwen in de overheid weer terug te kunnen winnen. Onlangs had hij een gesprek met een vrouw uit het bevingsgebied die drie kwartier tegenover hem zat te huilen. ‘De mensen zijn verdrietig door de bevingen, schade en versterken, maar vooral hoe ze door de overheid behandeld worden. En ik ben de overheid. Burgers die hun overheid niet vertrouwen, is ongeveer het ergste wat er is.’