Door de mand: Kees Vlietstra kan heel goed actief reconstrueren

Kees Vlietstra
Kees Vlietstra © RTV Noord
Vorige week donderdag. ‘Ja moi,’ hoor ik aan de andere kant van de lijn. Abel neemt zijn mobiele telefoon op.
‘Moi Abel, vrijdag gaan we naar Winschoten. Bert Visscher treedt op. Hij leest verhalen voor van zijn vader. In het Gronings. Ik heb een kaart over. Wil je mee?’ Abel is even drie seconden stil, wat op zich al een wonder is, voordat hij antwoordt: ‘Dat liekt mie wel wat.’
Het was fantastisch. Kan niet anders zeggen. Het begon al met de heenreis. Ik had een busje gehuurd en met zes man, familie en vrienden, ging de reis van Stad over Engelbert naar De Klinker in Winschoten. Abel zat als bijrijder op de praatstoel. A one big man show. In het Gronings. We reden over de A7 bij Kolham langs het Slochter Molecuul. Het werd stil in het busje. Zelfs Abel hield even pauze. Mijn gedachten dwaalden af naar de aardbevingen en de parlementaire enquête over de gaswinning in onze provincie. Wat een farce.
Het optreden van Visscher vergoedde veel. De columns van Kees Visscher werden door zoontje Bert voorgelezen, of beter: voorgedragen. Achter een spreekgestoelte en in het Gronings. Hilarische verhalen. Kwam erachter dat vader eigenlijk grappiger schreef dan zoonlief acteert.
Hoe dan ook gaf Abel, die al decennialang de hoofdrol speelt in het Engelberter toneelgezelschap Aqua Vita en dus van wanten weet, in de pauze een kritisch tussenstandje: ‘Hai leest toch nog te snel. Gelud in de zoal is nait best. En zien Grunnings vaalt zo nou en den wat vot. Mor ik mot der wel om lagen!’
Op de terugweg nam Abel de rol van Bert weer moeiteloos over. Met bier en Groninger metworst werd het een memorabele terugreis. Slappe lach achter het stuur. De Groninger aarde beefde.
Afgelopen vrijdag. Ik haal mijn zoon op van school. Alfa-college, Sport en Bewegen. Op de parkeerplaats loopt docent Barend Beltman. We spreken af om snel af te spreken. ‘Om te heffen', zegt Barend.
In de auto naar huis is op NPO Radio 1 een samenvatting van de parlementaire enquêtecommissie gaswinning. Minister-president Mark Rutte heeft een nieuwe oneliner ingestudeerd om zijn ‘daar heb ik geen actieve herinneringen aan’ het hoofd te bieden. Onder ede kwam Rutte nu regelmatig met ‘dat kan ik nu niet goed reconstrueren’. Sjomp.
Gelukkig kan ik heel goed reconstrueren. Actief. Alles komt samen via het Geheugenbalkon: Abel, Bert Visscher, Barend Beltman, gas, FC Groningen. Oosterpark 24 maart 2002, FC Groningen – Roda JC uitslag 0-2
Barend Beltman is een markante man. Als voetballer heeft hij een aantal jaren voor FC Groningen gespeeld. Specialiteit: de verre ingooi. Later werd hij jeugdtrainer bij datzelfde FC Groningen. Daar heeft hij Arjen Robben nog een beetje laten voetballen. Tuurlijk, Arjen is na FC Groningen nog behoorlijk terechtgekomen. Maar toch... Had Barend maar een uurtje langer met Arjen geoefend op de stift dan waren ‘we’ wereldkampioen en was Barend wereldberoemd geweest. Nu zijn ‘we’ door de gemiste stift van Robben in de WK finale slechts ‘vice-weltmeister’ en de heer Beltman alleen regionaal bekend via RTV Noord. Het kan verkeren, één uurtje extra trainen...
Ik ken Barend uit mijn studietijd. We zaten in hetzelfde jaar op de ALO. Mooie tijd. Door zijn tijd bij FC Groningen heeft Barend een imposant netwerk opgebouwd. Op 24 maart 2002 nodigde Beltman een aantal gasten uit voor de wedstrijd FC Groningen tegen Roda JC. Zo waren daar de tafeltennisbroers Jan en Anne Vlieg, de Cruijff van het korfbal Taco Poelstra en cabaretier Bert Visscher. Uw scribent keek zijn ogen uit. Wat een voorrecht om met dit selecte groepje naar een wedstrijd van de FC te gaan. Voor aanvang van de wedstrijd kwamen we bij elkaar in het spelershome van het Oosterpark. Na een rondje handen schudden met wat alcoholische versnaperingen kwam ik in gesprek met de cabaretier.
‘Zo, jij bent dus korfballer? Weet je wat ik als eerste zou doen als ik minister-president zou zijn van dit land?’ Ik keek hem afwachtend aan. Wat een groot hoofd heeft hij, dacht ik nog. ‘Ik zou direct dat korfballen afschaffen’, riep Bertje Vis. De omstanders begonnen allemaal te lachen. Dat zijn ze namelijk gewend bij Bert. Bert zegt iets en dan gaan ze lachen. Ik schudde wat met mijn hoofd en ging nog maar een biertje halen bij de bar. Wat een gebakkie die gozer.
We zouden zo naar de tribune gaan. Barend had plaatsen geregeld op de hoofdtribune. Wat een fantastisch uit- en overzicht. Ik was de staantribune aan de Zaagmuldersweg gewend maar dit was even andere koek, geweldig. We zaten naast elkaar, Bert Visscher en ik. De wedstrijd was verschrikkelijk. Roda JC was de minst slechte. Ze kwamen dan ook verdiend op 0-1. Ik begon me te ergeren en te vervelen. Mijn buurman ook.
‘Gas!’ hoorde ik opeens naast me roepen. Ik draaide mijn hoofd naar mijn buurman. Die zat echter stoïcijns voor zich uit te kijken. ‘Gas! Geef eens gas', klonk het weer uit de mond van de cabaretier. Tientallen mensen draaiden zich nu om en herkenden de cabaretier. Die bleef na het roepen van zijn tactische aanwijzingen weer strak voor zich uit kijken. Pas toen iedereen weer naar het dramatische spel van de FC aan het kijken was klonk de volgende oerkreet.
‘Gas, kom op mannen, gas!, schreeuwde de grappenmaker. Het hele vak op de hoofdtribune draaide zich richting onze stoelen. Bertje deed alsof er niks aan de hand was. Ik voelde me behoorlijk opgelaten. Sommigen toeschouwers zochten oogcontact met mij. Ik haalde met een gezicht vol onbegrip mijn schouders op. Eigenlijk hoopte ik dat Bert zijn act nog even ging volhouden. Mijn gebeden werden gehoord.
‘Gas, gas, gas', roeptoeterde de heer Visscher. Werkelijk alle mensen in ons vak lieten de wedstrijd voor wat het was en draaiden zich richting de one man show. Er waren zelfs toeschouwers die achterstevoren op hun kuipstoeltje gingen zitten om maar niks te hoeven missen van deze geïmproviseerde act. Ondertussen scoorde Roda JC de 0-2. Het gejuich in het uitvak ging verloren in de lachsalvo’s om mijn buurman. De feestvreugde bij ‘ons’ publiek maakte mij overmoedig. Bij het zoveelste ‘gas’ van mijn buurman ging mijn hand naar de arm van cabaretier en schreeuwde ik in zijn oor: ‘Rustig maar pappa, rustig maar. We gaan zo nog een glaasje prikkellimonade drinken. Ja, hoor lieverd. Met gas’. Daar moest Bert dan weer niet om lachen.
De wedstrijd eindigde in 0-2. De derde helft hebben we uiteraard wel gewonnen. Uw reporter met een biertje, de cabaretier met een sinas.
(Uit: Keesboek)
Dat waren nog eens tijden, terug naar de onze.
(FC) Groningen en gas. Geen goede combinatie. Doet me trouwens ineens weer denken aan de toenmalige woordvoerder van de Gasunie, Ben Warner, die op een symposium jaren geleden antwoordde op de vraag waarom zijn Gasunie de FC Groningen niet even met wat miljoenen sponsorde: ‘Wij doen in gas, niet in gras.’
En dat is, met de kennis van nu, maar goed ook.