Deze dag: Groninger in Libanon gewond geraakt

Deze Dag 22 oktober
Deze Dag 22 oktober © RTV Noord
Hij kwam er goed vanaf, de negentienjarige VN-soldaat Bart Hogeveen uit Den Ham. Op deze dag, 22 oktober 1981, werd hij in Libanon door een verdwaalde kogel geraakt die hem verwondde aan milt en darmen. Bart was zwaar gewond, maar zijn toestand was volgens de bataljonsarts ‘stabiel’, dankzij een geslaagde spoedoperatie.
Veel jongens uit Groningen en Drenthe maakten in die jaren deel uit van de VN-troepenmacht in Zuid-Libanon. Tussen februari 1979 en november 1985 vormden onder meer negenduizend blauwhelmen uit Nederland de United Nations Interim Force in Lebanon, afgekort Unifil.
‘Dat is een taak die waard is gedaan te worden’, benadrukt minister Scholten van Defensie als er een bataljon van de Johan Willem Frisokazerne uit Assen in 1979 die kant op gaat. De jonge reporter Henk Binnendijk reist mee en doet voor Radio Noord verslag vanuit het oorlogsgebied. Een kwart eeuw later vertelde hij over die spannende tijd: ‘Het wás ook angstig, om steeds maar door die strijdgroepen aangehouden te worden, als oud vuil behandelden ze je. Kalashnikovs kreeg je op je gericht… Want wat deed je daar eigenlijk?’
Als op deze dag Bart Hogeveen uit Den Ham geraakt wordt door een kogel, brengt een PLO-ambulance hem naar een noodhospitaal. Donors, onder wie Nederlandse soldaten maar ook twee PLO'ers, zijn onmiddellijk bereid zijn om hun bloed te geven. Een Griekse chirurg voert een geslaagde maagoperatie uit. De aanwezige dominee schrijft later in zijn ambtsbericht: ‘Vanuit mijn eigen overtuiging zie ik deze ketting van hulpverlenende handelingen, als een geschenk van onze Hogere Leiding.’
De militair historicus Ben Schoenmaker schreef een kwart eeuw later dat vijfhonderd tot duizend Libanongangers, vaak jaren later, psychische problemen kregen. Die varieerden van slapeloosheid en nachtmerries, tot ernstige trauma’s. Met in sommige gevallen zelfmoord tot gevolg. Hij concludeerde dat de trauma’s die het gevolg zijn van deelname aan de vredesmissie, tevoren waren onderschat.
Met Albert Wildeman, dienstplichtig korporaal, sprak ik later over zijn ervaringen als vredessoldaat. Hij had geen last van trauma’s gehad. Sterker nog: ‘Als ik de kans kreeg, ging ik morgen weer,’ zei hij met grote stelligheid.
Henk Binnendijk weet zeker, dat de aanwezigheid van Unifil in Libanon zinvol is geweest: ‘Het heeft de hevige conflicten in het gebied gedempt. Niet opgelost. Maar het bloedvergieten en de vreselijke moordpartijen die er vóór Unifil waren, waren er tijdens Unifil niet.’
Bart Hogeveen uit Den Ham was nog maar drie weken in Zuid-Libanon, toen hij als bijrijder op een takelwagen bij de havenplaats Sidon door een onbekende werd beschoten. Die wilde, volgens een woordvoerder van defensie, met zijn mitrailleur over de auto schieten, om hem tot stoppen te dwingen. Het gebeurde op deze dag, 22 oktober 1981.
Hogeveen was de derde Nederlander die gewond raakte in Libanon. Eerder werd tijdens een patrouille een militair uit Assen in zijn been geraakt. Een Groninger soldaat stierf, nadat hij was geraakt door een kogel, afkomstig uit het geweer van een andere Nederlander.