Groninger Museum over bekladding van kunst: ‘Liever een goed gesprek dan extreme acties’

Activisten van  Just Stop Oil gooiden soep op een schilderij van Van Gogh in Londen
Activisten van Just Stop Oil gooiden soep op een schilderij van Van Gogh in Londen © ANP
Het Groninger Museum ziet geen reden om extra veiligheidsmaatregelen te nemen tegen acties van klimaatactivisten. Veel liever gaat het museum in gesprek met dergelijke groepen, zoals vorige week ook gebeurde. ‘Het is goed dat er discussie is, dat is een begin om elkaar beter te begrijpen.’
In Engeland en Duitsland werden de afgelopen weken onder meer kunstwerken beklad door milieuactivisten. Dat deden ze door er etenswaar als soep, aardappelpuree of taart op te smeren. Dat laatste gebeurde maandag bij een wassen beeld van koning Charles in de Londense vestiging van Madame Tussauds.

'Dit gaat een grens over'

Met de acties vragen de actievoerders aandacht voor de vraag waarom kunst wel beschermd wordt, maar de planeet niet. Bij het Groninger Museum is men daar duidelijk over. ‘Dit gaat een grens over’, zegt woordvoerder Karina Smrkovsky. Je mag best actievoeren, maar in de basis beschadig je spullen of mensen niet. Deze kunst is van iedereen en moet voor altijd goed beschermd worden.’
De genoemde bekladdingen zijn voor het Groninger Museum geen reden voor extra alertheid, zegt Smrkovsky. ‘Niet meer dan anders. We hebben onze veiligheid goed op orde.'
Een scheur geprojecteerd op het Groninger Museum
Een scheur geprojecteerd op het Groninger Museum © Laura Ponchel/Fossil Free Culture NL

Scheur op Groninger Museum geprojecteerd

Ook bij het Groninger Museum is de afgelopen periode meerdere keren geprotesteerd, maar dan specifiek tegen de sponsoring door Gasunie en GasTerra. Dankzij hun financiële steun kan het museum eens in de zoveel tijd een grotere tentoonstelling naar Groningen halen. Dat is tegen het zere been van actiegroep Fossil Free Culture NL (FFC), die eist dat het museum de banden met de gasbedrijven verbreekt.
Om dat standpunt kracht bij te zetten werd in januari een scheur op het museumgebouw geprojecteerd, later volgde een actie rondom de opening van een tentoonstelling en vorige maand verspreidden de activisten ansichtkaarten en posters in de huisstijl van het museum.
De poster die FFCNL heeft laten verspreiden
De poster die FFCNL heeft laten verspreiden © Warner van der Louw/RTV Noord
Hoewel het museum niet van plan is de banden met de gasbedrijven door te snijden, accepteert het dat de acties plaatsvinden. ‘Mensen mogen actievoeren, daar staan we achter’, zegt woordvoerder Smrkovsky. ‘Iedereen mag zijn of haar mening verkondigen.’

'Wat bereiken we met banden doorknippen?'

De acties hebben er wel toe geleid dat het museum in gesprek is gegaan met de FFC-activisten. Dat gebeurde niet achter gesloten deuren, maar in een podcast van ‘De Linkse Mannen lossen het op’. Daarin herhaalt museumdirecteur Andreas Blühm zijn standpunt dat de sponsoring van Gasunie en GasTerra welkom is en blijft.
‘Stel dat we stoppen met onze banden met de gasindustrie in Groningen, wat heb je dan bereikt, behalve dat er iets is gedaan richting klimaattransitie? Iedereen is ervan doordrongen dat er klimaatverandering is door menselijk toedoen. We willen allemaal zo snel mogelijk van het gas af. De grote vraag is: hoe?’

Samenwerken met critici

Blühm ziet in Gasunie en GasTerra juist bedrijven die het belang van de energietransitie kunnen promoten.
‘Het is niet zo dat we graag door ze gesponsord worden omdat er geen alternatieven zijn. Maar ik vind het ook fijn, omdat ik me geen grotere motoren van de energietransitie kan voorstellen. Ik zou zelfs zover gaan dat ik Fossil Free Culture en andere criticasters wil vragen: kunnen we die creativiteit, hun engagement, beter gebruiken, zodat we gezamenlijk tot oplossingen kunnen komen?
Of het gesprek tussen het museum en de actiegroep heeft geleid tot het stoppen van de protesten, weet Smrkovsky niet. ‘Afspraken zijn er niet gemaakt, maar het was een open gesprek. Fijn dat het er was. Het is goed dat de discussie gevoerd wordt. Je zit wel even om tafel. Dat is een begin om elkaar beter te begrijpen. Dat helpt meer dan extreme acties.’