Column: Een vriend zien huilen

Erik Hulsegge
Erik Hulsegge © RTV Noord
‘Alles op stee?’ Nooit kunnen denken dat ik die vraag zo vaak zou krijgen. Hij gonsde werkelijk overal. In de supermarkt langs de snelweg, bij de bakker onder de toren, in de meubelwinkel tegenover de bakker, in de tv-studio van de lokale omroep, in de delicatessenzaak met de citroenballen en in de kringloopwinkel met koffiecorner in de Parkstad.
‘Alles… op de boeken na’, is steevast mijn antwoord. Mijn nieuwe huis aan het water voelt na dik drie weken bijna als dat van mij. Er mist alleen nog een boekenkast. Die is namelijk nog in de maak bij de man van het beroemdste café van Wedde.
Zijn overleden moeder stond bekend als Tante, en in het Gronings als Tantie. Jarenlang was zij het gezicht van het café met de kwebbelende papegaai. Tanties zoon is niet alleen goed in café houden, hij is ook goed met hout en zo maakt hij voor mij - uiteraard tegen betaling - een op maat gemaakte wandvullende boekenkast.
Tot die tijd staan al mijn duizenden boeken in de garage, weggestopt in stapels grote kartonnen verhuisdozen. Er is geen boek in het hele huis te vinden. Dat was op nummer 13 wel anders. Daar slingerden boeken door het hele huis. Vensterbank, keukenrek, grote tafel, onder de bank, naast het bad. Er was haast geen plek zonder boek. Mientje viste zelfs Bertje Visscher onder haar kussen vandaan.
Het nieuwe huis is dus verschoond van boeken. Op eentje na. Dat lag ineens op mijn nachtkastje. Misschien uit een doos gevallen en gevonden door een verhuizer die het nachtkastje wel een goed plekje vond. Het is een klein boekje bijna zo groot als een mobiele telefoon.
Op de voorkant, bovenaan staat in een zwart balkje in witte letters passatempo mini-biografie. Daaronder in grote paarse letters Jacques Brel. Daar weer onder een foto van de wereldberoemde Belgische chansonnier. En daar weer onder de naam van de schrijver: Mohamed El-Fers.
Overdwars op de cover een fel groene sticker met daarop de tekst Afgeschreven 0,50. Ik heb kennelijk het boekje ooit eens gekocht voor twee kwartjes in de ramsj of in de weggooibak van de bieb.
Op een nacht word ik wakker van de stilte en van een volle blaas. Ik knip het nachtlampje aan, leeg mijn blaas (in de wc) en kruip weer achter Mientje. Het lampje knip ik lopies uit en knip het een kwartier later ook weer aan. Ik kan niet meer slapen. Mientje ronkt ondertussen gewoon door. Mijn blik valt op het boekje, ik gris het van het kastje en begin al lezend te grasduinen in het leven van Jacques Brel.
Hij was net als ik een notoire zittenblijver op school, net als ik ooit werkzaam in de karton, net als ik een man van een drankje en een sigaretje. En zijn bewondering voor vrouwen kan ik ook wel inkomen. Ik beleef een klein nachtelijk feestje der herkenning.
Toch is er een groot verschil. Jacques Brel kan zingen en ik niet. Ofschoon in het begin niemand het in Brel zag zitten. Maar met een beetje geluk, de juiste mensen ontmoeten en doorzettingsvermogen bereikt hij toch de top. Van New York tot Bergen aan Zee van Parijs tot Moskou, overal trekt hij volle zalen.
Door zijn leverfalen, te merken aan het enorme zweten tijdens zijn optredens, moet hij vroegtijdig stoppen met concerten. Zijn laatste concert geeft hij in Roubaix op de Frans-Belgische grens, op 16 mei 1967. Laat dat nou net mijn geboortedatum zijn.
Brel leeft ondanks zijn leverkwaal en longkanker nog tot 9 oktober 1978. Le Grand Jacques sterft in een ziekenhuis in Parijs op 49-jarige leeftijd in het bijzijn van zijn maitresse Maddly. Als ik het boekje uit heb, bekruipt me toch het gevoel dat Brel niet echt een prettig mens was. Misschien was hij wel net zo moeilijk voor zichzelf als voor anderen.
In mijn hoofd denk ik liggend in het donker aan zijn liedjes. Mijn Vlakke Land (le Plat Pays), Ne me Quitte pas, le Moribond (Seasons in the sun), Voir un ami pleurer. Bij het laatste liedje schiet ineens een beeld door mijn hoofd. Een beeld uit vervlogen tijden.
Het beeld van een meisje zittend op de grond van een zolderkamer. De zon beschijnt door het dakraam haar glanzend donkerblonde haar. Met haar slanke vingers zet ze voorzichtig de naald op het vinyl van een elpee.
Pianoklanken vullen begeleid door zacht gekraak de kamer. Dan de stem van Brel. Het meisje lijkt mijn aanwezigheid vergeten. Ze heeft haar ogen gesloten.
Bien sur, nos coeurs perdent leurs ailes, zingt Brel.
Natuurlijk verliezen onze harten hun vleugels.
Het meisje draait langzaam haar hoofd weg van de pick-up. Zonlicht bestrijkt als een spotlight haar gezicht. In haar linkerooghoek verzamelt zich glinsterend vocht. Als de traan langzaam via haar wang naar haar hals is gegleden volgt een nieuwe. En nog een, en nog een…..
Als Brel is uitgezongen…
Que par amour ils nous lacèrent
dat ze ons uit liefde verscheuren
Mais voir un amie pleurer
maar een vriend zien huilen
…zegt ze niks, klemt de lippen stijf op elkaar, trekt een grimas en veegt dan de tranen weg.
Ik begreep toen niet waarom ze moest huilen. Ze wilde er ook niet over praten. Drie maanden later overleed haar zusje en beste vriendin aan kanker.
Wat een klein boekje van 50 cent allemaal teweeg kan brengen.
Erik Hulsegge