Riffen van dode bomen in Waddenzee herbergen al snel veel leven

Laagtij op de Waddenzee
Laagtij op de Waddenzee © Pixabay
Riffen van dode perenbomen die in de Waddenzee zijn aangebracht, doen het onverwacht snel heel goed. Volgens het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) zijn het in zeer korte tijd 'hotspots van biodiversiteit' geworden.
De riffen zijn in juni in de Waddenzee tussen Texel en Vlieland aangebracht en nu al 'barsten ze van het leven', aldus de onderzoekers. Omdat het zo goed gaat, wordt nu uitgezocht of het aanbrengen van bomenriffen ook een optie is voor herstel van de onderwaternatuur in de Noordzee.
Natuurmonumenten, het NIOZ en de Rijksuniversiteit Groningen werken samen in het project Waddenmozaïek. Doel van dit project is de onderwaternatuur in de Waddenzee beter te leren begrijpen en eventueel maatregelen voor herstel te ontwikkelen. Dode bomen blijken ideaal als voedingsbodem voor zeeleven.

Zandbodem

De bodem van de Waddenzee is tegenwoordig bijna helemaal zandig. Drijfhout, stenen en harde veengrond zijn onder het zand verdwenen. Maar een harde ondergrond is een voorwaarde voor rifbouwende soorten zoals mossels, die op hun beurt weer ander leven aantrekken.
In de riffen die gebouwd zijn van dode perenbomen blijken mossels alweer voor te komen, naast zeepokken, zeeanemonen, mosdiertjes en zakpijpen. Rond de riffen zwemmen gemiddeld vijf keer zoveel vissen, want die eten de diertjes op het hout. De grondels, palingen en wijtingen zijn volgens de wetenschappers ook groter dan elders in de zee. Daarnaast zijn er bij de riffen meer zeehonden gezien.