Jeugdbeschermers luiden noodklok: 'De sector loopt leeg, het is code zwart'

Een eerder protest van jeugdzorgers
Een eerder protest van jeugdzorgers © Sem van der Wal/ANP
Jeugdbeschermers vertrekken donderdag richting Den Haag om in de Tweede Kamer het commissiedebat Jeugdbescherming bij te wonen. En daar blijft het niet bij, want ze willen het kabinet laten doordringen van de gevolgen van het gebrek aan geld en perspectief voor hun sector. Hanneke Drevel uit Groningen is al bijna twintig jaar jeugdbeschermer en reist ook af naar de residentiestad.
'We hopen dat de minister ons tegemoetkomt in de eisen die we hebben gesteld en het ultimatum dat we al in juli hebben gestuurd', legt Drevel uit. Dat ultimatum is gezamenlijk opgesteld door alle jeugdbeschermers in het land in samenwerking met vakbond FNV. 'Het is code zwart in de jeugdzorg', verzucht ze. 'Er moet meer geld naar de jeugdzorginstellingen, we hebben overal wachtlijsten. Jongeren staan soms maanden op de wachtlijst voordat ze passende hulp krijgen. Of er is niet eens passende hulp. Het loopt nu vast.'
We geven al heel lang aan dat het zo niet langer kan, maar er verandert niets
Hanneke Drevel - Jeugdbeschermer
Volgens Drevel is er ook personeelsgebrek in de sector. 'Jongeren en ouders zijn de dupe van de problemen, maar medewerkers ook. Die vertrekken of vallen ziek uit. Daarom zijn er weinig mensen die nog in de jeugdzorg willen werken. Het water staat ons aan de lippen. We geven al heel lang aan dat het zo niet langer kan, maar er verandert niets.'
Volgens de jeugdbeschermer is er weliswaar tien miljoen euro beloofd door minister Franc Weerwind van Rechtsbescherming, maar ondertussen staat er wel een bezuiniging gepland van vijfhonderd miljoen euro. 'De minister heeft het idee dat hij ons al tegemoet komt, maar het is niet voldoende.'

Hart voor het vak

Er zijn al acties geweest om de werkdruk te verlagen. 'We hebben onze bereikbaarheid al teruggeschroefd en zijn daardoor alleen beschikbaar in het geval van crises en bij lopende zaken, niet voor wachtlijstzaken', legt Drevel uit. 'En we gaan niet meer op huisbezoek, tenzij het niet anders kan. Het zijn acties waar we zelf ook niet blij van worden, want we willen er echt voor de cliënten zijn. Maar als dit zo doorgaat, zullen er nog meer mensen weggaan of omvallen; de sector loopt leeg.'
Drevel is er bang voor dat er meer acties nodig zijn om de werkdruk bij de jeugdbeschermers, die steeds meer hooi op de vork krijgen, te verlagen. 'We moeten voor onszelf zorgen, want de minister doet het niet. Maar voor de cliënten wordt het alleen maar vervelender. We zien dat sommige cliënten soms zes of zeven jeugdbeschermers gezien hebben. Dan vertrekt die beschermer na een jaar, een half jaar of soms zelfs al na twee dagen. Terwijl er juist zo'n behoefte is aan continuïteit.'
Er zijn veel mensen die meer doen dan waar ze voor betaald worden of dat ze aankunnen
Hanneke Drevel - Jeugdbeschermer
Zelf geeft ze de hoop op betere tijden niet op, net als haar collega's. 'We hebben hart voor het vak. En als er echt crisis is en er dreigt gevaar, dan zijn wij er hoe dan ook. We willen niet het risico lopen dat jongeren de dupe worden van dit beleid. Maar dat is wel wat gaat gebeuren als er niets verandert.'
Hanneke Drevel
Hanneke Drevel © Eigen foto

Op vrije dagen aan het werk

Bij Drevel botst het tussen haar wil om te zorgen en het eigenbelang: 'Ik merk dat ik het soms zo druk heb, dat ik op een vrije dag nog aan het werk ben of me 's avonds afvraag hoe het met een bepaalde cliënt is, omdat ik me zorgen maak. Dan stuur ik even een appje. En soms zie ik bij wachtlijstzaken dat het echt nodig is om actie te ondernemen. Dan kan het eigenlijk niet, maar pak ik het toch maar op.'
Dit ziet ze ook bij haar collega's gebeuren. 'Er zijn veel mensen die meer doen dan waar ze voor betaald worden of dat ze aankunnen. Het is heel verdrietig om te zien dat mensen eraan onderdoor gaan en ziek thuis zitten. Het is lastig om mee te maken dat je collega's zo hard werken en uiteindelijk omvallen.'

Frustrerend

En dus reist Drevel af naar Den Haag, want het is niet meer vol te houden. 'We hopen dat de minister ons ultimatum en onze eisen serieus neemt en met meer geld en maatregelen komt om de werkdruk te verlichten. Er waren ook plannen om de administratieve druk te verlagen - daar zijn we al jaren mee bezig - maar nu zeggen de minister en staatssecretaris (Maarten van Ooijen, red.) dat die taak bij gemeenten ligt. Dit betekent dat de administratiedruk hoog blijft. Alle tijd die we steken in het bijhouden van die administratie, kunnen we niet aan cliënten besteden.'
Daarnaast hoopt Drevel dat de minister perspectief kan bieden. 'Ze moeten die hervormingsplannen naar voren trekken, niet pas volgend jaar of het jaar daarna, maar er serieus mee aan de slag gaan. Vorig jaar stonden we op hetzelfde punt, maar we zijn weer terug bij af. We zijn al jaren hetzelfde aan het vertellen, dus ik voel me net een grammofoonplaat. Dat is heel frustrerend.'